Copy
Hotei nieuwsbrief Februari 2015
View this email in your browser

Hotei nieuwsbrief Februari 2015

  • Aanwinsten tentoonstelling 13-14-15 Februari.

  • 14-15 Februari: de analyse van een prent.

  • Het nummeren van prenten.

  • Save the date: Asian Art Fair, Brussel 10-14 Juni in
    Galerie Laurentin.

  • Laatste kans: Kawahara Keiga, Fotograaf zonder camera,
    nog tot 22 Februari te zien in het SieboldHuis.

Beste Japanse kunstliefhebber,

Ik nodig u graag uit voor onze:

Aanwinsten tentoonstelling.
Opening vrijdag 13 Februari om 14.00 uur.
Zaterdag en zondag 14 en 15 Februari van 11.00-17.00 uur.

In de afgelopen week zijn dertig objecten vanuit allerlei bronnen in Japan in goede staat aangekomen, heb ik nog een dertigtal prenten kunnen aankopen op een veiling in Florence en een paar fantastische schilderingen met katten uit Nederlands particulier bezit gekregen.

Hieronder ziet u wat opnames van een deel van de objecten, een aantal prenten en details van de kattenschilderingen. Wat ik nu bij elkaar heb gescharreld is van PAN niveau, vind ik. Zeldzame Shinsui’s, waaronder twee prenten van vóór de aardbeving van 1923, een uitzonderlijke Hasui uit 1920 in het lange smalle formaat.

Naast de in de vorige nieuwsbrief genoemde Yoshitoshi’s uit de Maan-serie, heb ik nog een compleet album gekocht van zijn chuban serie van Chushingura helden uit 1869, 50 stuks in totaal, in prachtige staat. Hiroshige II, een luxe Osaka triptiekje, Tsunetomi, shunga, lekker veel nieuws.

Zie hier wat voorbeelden:
De analyse van een prent.

Zaterdag 14 Februari om 14.00 uur en Zondag 15 Februari ook weer om 14.00 uur.
Tijdens de aanwinsten tentoonstelling, maar alléén op zaterdag en zondag, praat ik twee keer over een prent.

Mijn idee is om te proberen om in 20 minuten alle aspecten van een prent te analyseren: de afbeelding, de kunstenaar, de formele informatie (uitgeverszegels, censuurstempels, signatuur etc.), de kwaliteit, het papier, de kleur, de achterkant enzovoort. Misschien wordt dit leuk.
Het nummeren van prenten.

Een van de meest gestelde vragen in mijn galerie is: ‘hoeveel afdrukken worden er nu gemaakt van een prent’. Het antwoord luidt dan steeds: ‘we weten het niet, althans….’ En dan volgt er een heel verhaal.

We weten het inderdaad niet precies want het nummeren van prenten is voor de Japanse uitgevers altijd heel ongewoon geweest. Het is pas in het begin van de 20ste eeuw dat oa de Watanabe Shōzaburō, de grote man achter Hasui, Shinsui, Shiro etc, schoorvoetend begint te nummeren.
Met name aan het begin, dwz tot aan de grote aardbeving van 1923, vinden we prenten met oplage stempels. Hiervoor gebruikt men dan een voorgedrukt stempel, waaruit blijkt dat de oplage bijv. uit 100 exemplaren bestaat, en waar men dan met de hand invult dat dit bijv. no. 4 is. Het vervelende is dat er van die misschien honderd vijftig prenten die door Watanabe oorspronkelijk genummerd zijn, ook nog ongenummerde edities bestaan, zonder zegel. In de twintigste eeuw zijn de oplages over het algemeen klein (zelden boven de 2000 stuks), dus enorme kwaliteitsverschillen zijn er niet. Het komt ook voor dat er twee of zelfs drie soorten genummerde oplages zijn: een eerste editie van 100 stuks, een tweede editie van 300 exemplaren en een derde editie van 500 exemplaren, soms nog weer gevolgd door een ongenummerde editie van onbekende omvang.
Maar uitgevers in die tijd worstelden wel met het probleem dat buitenlanders steeds vroegen: 'hoeveel zijn er van gedrukt?'. We zien dus dat bij de grote tentoonstellingen die door Watanabe c.s. in Toledo, Ohio in 1930 en 36 zijn georganiseerd dat zij bij elke prent in de catalogus schrijven: 'edition of 50' of 'edition of 70', zonder dat er daadwerkelijk nummers aan de prent zijn toegevoegd. We weten nu in retrospect dat deze limitering van de oplage totaal niet klopte en  dat er vele honderden van gedrukt zijn.

Helaas zijn er heel weinig archieven bewaard gebleven van uitgevers waaruit we conclusies kunnen trekken over de omvang van oplages. Er is een bron uit het midden van de 19de eeuw die spreekt over een serie van Kuniyoshi (Taiheiki) waarvan hij er als groothandelaar 8000 sets zou hebben verkocht, een gigantisch aantal.

Dus moeten we afgaan op de toestand waarin prenten verkeren: als we hele late drukken zien, met totaal versleten blokken, dan weten we dat er duizenden van gedrukt zijn. Een van de meest populaire prentseries was Hiroshige's beroemde 53 stations van de Tokaido. Van deze set uit 1832-33 zijn tot ver na Hiroshige's dood in 1858, prenten gedrukt en men denkt dat er wel 12.000-15.000 exemplaren het licht hebben gezien. Dit zijn dus allemaal originelen van de oorspronkelijke blokken, maar no. 12314 (bij wijze van spreken, want ze zijn dus niet genummerd) is een afgetrapt lijk, terwijl no. 50 een prachtige frisse druk is met alle nuances en een perfect register, zonder gebroken lijnen van het sleutelblok.

In de twintigste eeuw gingen de Sōsaku hanga kunstenaars, die hun Westerse collega's tot voorbeeld namen, hun prenten soms op Westerse wijze nummeren. Dus zien we dan aan de voorkant van de prent met potlood karakteristieke nummeringen als '6/20' in de ondermarge staan.

De portee van dit verhaal is dus dat nummeren een zeldzaamheid is, en dat de belangrijkste vraag blijft: 'hoe goed is de druk'.
Tot slot twee dingen voor uw agenda.

We nemen dit jaar deel aan de Asian Art Fair in Brussel van 10-14 Juni, waar we te vinden zullen zijn in Galerie Laurentin. Nadere informatie volgt in de komende nieuwsbrieven.

Ik wil u ook nog wijzen op het tweede deel van de tentoonstelling "Kawahara Keiga, Fotograaf zonder camera", te zien tot 22 Februari in het SieboldHuis.
Hartelijke groeten,

Chris Uhlenbeck
Share
Tweet
Share
Forward to Friend
Copyright © 2015 Hotei Japanese Prints, All rights reserved.


unsubscribe from this list    update subscription preferences 

Email Marketing Powered by Mailchimp