Copy
Nieuwsbrief november 2013
View this email in your browser
Nieuwsbrief november 2013

Voorwoord

De kogel is door de kerk! Ook de Eerste Kamer heeft ingestemd met de nieuwe wetgeving (Wijziging Boek 1 BW) op het gebied van kwaliteitseisen Curatele, Bewindvoering en Mentorschap. De wet zal zo goed als zeker op 1 januari 2014 in werking treden. Het effect is op dat moment nog niet zo groot. Twee belangrijke zaken moeten dan namelijk nog volgen. Dat zijn het inwerking treden van de Regeling die de Kwaliteitseisen uitwerkt, en het besluit van de minister waarbij hij de tarieven vaststelt. Die Regeling Kwaliteitseisen is in concept gereed. De BPBI is bij het schrijven van de Regeling in adviserende zin betrokken geweest. Leden van onze vereniging zullen over de inhoud niet al te zeer verbaasd zijn omdat een groot deel van de bepalingen ook al voorkwam in onze Kwaliteitsverordening. Daarnaast is er de kwestie van de tarieven (zie ook hieronder). Die worden straks door de minister vastgesteld en niet langer bij brief van het LOVCK. Ook bij het maken van de nieuwe tariefstructuur is de BPBI betrokken. Een werkgroep vanuit de leden heeft het bestuur daarover geadviseerd. In dit voorwoord wil ik namens het bestuur de betrokken leden voor hun inspanningen nog eens bedanken.
 
Het standpunt van het bestuur over de tarieven wordt ingebracht in Tarievencommissie die onder regie staat van het Departement van Veiligheid en Justitie. Die commissie adviseert vervolgens de minister. Wij hebben ingezet op twee dingen: een goed werkbaar bouwstenen-model waarbij de inspanningen van de bewindvoerder (ik beperk me in dit voorwoord even tot deze categorie) per werksoort worden uitgedrukt in een bijbehorend aantal uren. Daarnaast hebben wij sterk gepleit voor een adequaat uurtarief dat past bij de eisen die aan de bewindvoerder worden gesteld en de inspanningen die hij/zij moet leveren. Aan dit laatste is de afgelopen 2-3 jaar niet of nauwelijks aandacht besteed in afwachting van de komst van de nieuwe wetgeving. Wellicht enigszins begrijpelijk maar het doet absoluut geen recht aan de toenemende druk op de schouders van de bewindvoerder als gevolg van het toenemen van de complexiteit van vele bewinden. Door het bestuur van de BPBI is tijdens de besprekingen steeds gezegd: ‘Geen goede kwaliteit van bewindvoering in Nederland zonder adequate tarieven’, en dat standpunt zullen we de komende maanden blijven herhalen.
 
De Regeling Kwaliteitseisen en de Regeling inzake de tarieven zullen naar het zich laat aanzien per 1 juli 2014 in werking treden.


Jan Mastwijk
Voorzitter BPBI

Spreiding vermogen cliënt boven €100.000

In de nieuwe (dd. 1 juni 2013) aanbevelingen van het LOVCK staat dat vermogen van meer dan €100.000 verdeeld moet worden onder meerdere banken (niet vallend onder dezelfde vergunninghouder bij de DNB) die vallen onder de garantieregeling van de DNB, zodanig dat op de rekeningen bij banken van eenzelfde vergunninghouder te samen geen hoger bedrag staat dan €100.000.
Waar het voor de rekeninghouders om gaat is of de rekeningen zijn ondergebracht bij aparte vergunninghouders bij De Nederlandse Bank. In het Register Depositogarantiestelsel staan banken geregistreerd onder hun statutaire naam. De statutaire naam is de naam op basis waarvan DNB een vergunning heeft verstrekt. Tegoeden bij een bank met verschillende handelsnamen vallen daarom gezamenlijk eenmaal onder het depositogarantiestelsel. Bijvoorbeeld ABN AMRO is ook actief onder de namen Fortis en Moneyou. Bij deze laatste drie wordt dus maar eenmaal EUR 100.000 gegarandeerd.

Voor de lokale Rabobanken geldt dat zij een aparte vergunning bij Nederlandse Bank hebben. Zie:
http://www.dnb.nl/toezichtprofessioneel/de-consument-en-toezicht/registers/WFTDG/?filter_value=&naam=Rabobank

Kruislingse garantieregeling Rabobank
Diverse rechtspersonen binnen de Rabobank Groep vormen door hun onderlinge financiële verbondenheid één geheel. Dit omvat onder andere de lokale Rabobanken, Rabobank Nederland en bancaire activiteiten van dochters. Er bestaat tussen deze rechtspersonen een interne verhouding van aansprakelijkheidstelling als bedoeld in artikel 3:111 van de Wet op het financieel toezicht. Deze verhouding ligt besloten in een interne kruislingse garantieregeling. Deze regeling houdt in dat, als een aan de regeling deelnemende instelling een tekort aan middelen heeft om haar verplichtingen tegenover haar crediteuren na te komen, de overige deelnemers de middelen van die instelling moeten aanvullen om haar in staat te stellen deze verplichtingen wel na te komen. Door de financiële kracht van de deelnemers aan de garantieregeling zo te bundelen, ontstaat een zeer solide bankinstelling die bij klanten en investeerders vertrouwen wekt.
 
Deze is ook te vinden op internet:
https://www.rabobank.com/nl/group/About_Rabobank_group/index.html

Opvragen niet-saneerbare vorderingen CJIB

Sinds kort is het voor bewindvoerders mogelijk om bij het Centraal Justitieel Incasso Bureau een opgave van niet-saneerbare vorderingen (NSV) te krijgen. Wanneer u een overzicht wilt ontvangen, kunt u dat middels een brief, inclusief beschikking en kopie van het ID bewijs van de rechthebbende aanvragen. U dient duidelijk te vermelden dat u een 'overzicht niet-saneerbare vorderingen' wilt ontvangen. Op verzoek wordt deze vervolgens door het CJIB verstrekt.
 
Het ligt in de bedoeling van het CJIB om op een later moment deze procedure te digitaliseren. Zodra dit geconcretiseerd is, zal het CJIB ons op de hoogte stellen van de nieuwe mogelijkheden.
UWV Divisie Uitkeren
Bij het UWV is de Divisie Uitkeren na veelvuldig overleg met het bestuur van de BPBI de afgelopen maanden bezig geweest om verbeteringen in de werkprocessen te implementeren.
  • De wettelijke bepalingen rond bewindvoering zijn centraal opgenomen in het wetstechnisch handboek. Dit handboek is geldend voor alle wetten. In het handboek is opgenomen dat de bewindvoerder de rechthebbende vertegenwoordigt in en buiten rechte (artikel 1:441 BW), de wettelijke inlichtingenplicht van betrokkene (ook) op de bewindvoerder rust en om deze redenen alle correspondentie over de uitkering aan (het adres van) de bewindvoerder moet worden gezonden. Indien de bewindvoerder verzoekt om de correspondentie aan betrokkene te sturen, kan daaraan gevolg worden gegeven. In dat geval stuurt UWV geen kopie aan de bewindvoerder.
  • De proceshandboeken zijn voor alle wetten aangepast en qua werkinstructies gelinkt naar het wetstechnisch handboek.
  • Er zijn duidelijk instructies uitgeschreven wat er moet gebeuren (geen machtiging vragen, procedure wijziging adres en procedure wijziging rekeningnummer).
  • Alle uitvoerende medewerkers van alle wetten zijn geïnformeerd over de wijzigingen en aandachtspunten:
    • Bij curatele en bewindvoering is sprake van een gerechtelijke uitspraak. Betalingen en correspondentie gaan naar curator of bewindvoerder. Alleen zij kunnen wijzigingen doorgeven en daarvoor mag nooit een machtiging gevraagd worden. Deze bevoegdheid hebben zij vanuit de rechterlijke macht gekregen.
    • Anders dan bij bewindvoering is bij inkomensbeheer geen sprake van een gerechtelijke uitspraak. De klant kiest ervoor om zijn inkomen door een derde te laten beheren. Er is een machtiging van de klant nodig als hij wil dat de uitkering op het rekeningnummer van de inkomensbeheerder wordt betaald. De correspondentie blijven we naar de klant sturen. Een verzoek om een kopie naar de inkomensbeheerder wordt afgewezen.
    • Bij overdracht tussen wetten moet bij de overdracht duidelijk worden aangegeven dat er sprake is van bewindvoering.
    • Ingevoerde correspondentieadressen zijn doorgegeven aan de centrale persoonsadministratie zodat dit adres qua outputmanagement UWV-breed gebruikt kan worden.
Wat is niet gehonoreerd:
- Centrale gevalsbehandeling
- Centrale binnenkomst van verzoeken
 
Het centrale postbusadres van de WIA is:
UWV
Postbus 69254
1060 CH  AMSTERDAM
 
Het centrale postbusadres voor (ontslag) WW:
Per 16-9-2013 is WW (ontslagwerkloosheid) ook digitaal en komt de post van de cliënt en derden centraal binnen op een postbus bij onze centrale afdeling Digitale Informatievoorziening in Amsterdam.
 
UWV
Postbus 58195
1040 HD  AMSTERDAM
 
Uitzondering op het centraliseren van de fysieke poststroom is het proces rondom de exploten. Voor ontvangst van een exploot moet worden getekend. Deze post blijft dus binnenkomen op de kantoren.
Overleg bestuur BPBI & Expertgroep CBM
Het bestuur heeft op 4 juli 2013 gesproken met de Expertgroep CBM (Curatele, Bewindvoering en Mentorschap). Een aantal onderwerpen kwam voorbij:
 
Tarieven 2014
Het Landelijk Overleg Vakinhoud Civiel en Kanton (LOVCK) heeft de tarieven voor de beloning van beschermingsbewindvoerders, curatoren en mentoren voor het jaar 2014 vastgesteld.
 
Bij Besluit van 28 juni 2013 heeft de Minister van Veiligheid en Justitie het beloningstarief voor bewindvoerders WSNP met 0,389% verhoogd. Zoals gebruikelijk volgt het LOVCK deze verhoging in zijn aanbeveling voor de tarieven voor de beloning van beschermingsbewindvoerders, curatoren en mentoren met ingang van het volgend kalenderjaar.
 
Hoewel de nieuwe wet met ingang van 1 januari 2014 in werking treedt, zullen de artikelen over de beloning en kwaliteitseisen pas op een later tijdstip inwerking treden (vermoedelijk op 1 juli 2014), omdat de AMvB nog niet gereed is. De tarieven van 2014 zijn daarom vooralsnog door het LOVCK vastgesteld. Op het moment dat de minister de tarieven heeft vastgesteld, zal het LOVCK tarief vervallen.
 
Beschermingsbewind en bijzondere bijstand
De strubbelingen op dit terrein zijn met de Expertgroep besproken. Bijvoorbeeld het gegeven dat sommige gemeenten blijkbaar zich niet realiseren dat de bewindvoerder de wettelijk vertegenwoordiger is van de cliënt bij het aanvragen van bijzondere bijstand. Dit onderwerp is ook besproken met de VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten). De afspraak is gemaakt dat zal worden bezien of, en zo ja, op welke manier de ketenpartners samen kunnen optrekken om ‘dit verkeer zoveel mogelijk te stroomlijnen’. Inmiddels is het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een onderzoek gestart in het kader van deze problematiek uitgevoerd door Stimulanz. Ook de BPBI is bij dit onderzoek betrokken.
 
Uittreksel GBA
De rechtbanken zullen niet meer om een uittreksel GBA vragen, omdat ze die simpelweg zelf kunnen opvragen. Het is denkbaar dat dit nog niet overal ‘in den lande’ bekend is. Het bestuur vraagt de leden problemen in dezen te melden.
 
Overige onderwerpen
Gesproken werd over de rol van de banken en over de vraag hoe de rechters en de BPBI in informerende zin kunnen samenwerken gelet op het feit dat de nieuwe wetgeving aanstaande is. Op grond van de concept-AMvB komen verschillende controletaken nu bij de rechter te liggen, terwijl in het verleden veel van deze zaken door de Kwaliteitsverordening van de BPBI werden afgedekt.

De taak van de bewindvoerder na het overlijden van de rechthebbende

Veel bewindvoerders vragen zich af wat hun taak is na het overlijden van degene wiens vermogen onder bewind is gesteld en of er nog wel een taak voor hen is weggelegd. Bij de beantwoording van deze vraag is het allereerst goed vast te stellen hetgeen de wet hierover zegt.
 
In artikel 1:448 lid 1 onder a van het Burgerlijk Wetboek staat dat de taak van de bewindvoerder
eindigt bij het einde van het bewind. Wanneer het bewind eindigt wordt beschreven in het daaropvolgende artikel (1:449 BW lid 1). Daarin staat vermeld: “Het bewind eindigt door het verstrijken van de tijdsduur waarvoor het is ingesteld en door de dood of ondercuratelestelling van de rechthebbende.”
 
Ondanks het einde van zijn taak bij het overlijden van de rechthebbende behoudt de gewezen
bewindvoerder echter nog wel bepaalde verplichtingen!
 
Mr. Bas van Brakel, kandidaat-notaris bij Hekkelman Notarissen N.V. heeft een artikel geschreven waarin deze taken duidelijk zijn omschreven. Klik HIER om het gehele artikel te lezen.

SBI code Bewind & Curatele

Ieder bedrijf dat zich inschrijft in het Handelsregister (KvK) krijgt een SBI-code. Deze code geeft aan wat de belangrijkste activiteit van een bedrijf is. SBI staat voor Standaard Bedrijfsindeling 2008 (voorheen BIK) en is opgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Zij gebruiken dit om bedrijven in te delen naar hun hoofdactiviteiten.
 
Er is overleg geweest met  het CBS inzake de afstemming van de SBI-code voor Bewind en Curatele. Op dit moment vallen de budgetcoach, beschermingsbewindvoerder en inkomensbeheerder onder de SBI-code 88999: Overige maatschappelijke dienstverlening. Vanaf 1-1-2014 zal dit wijzigen in SBI-code 69101 en zullen Beschermingsbewindkantoren en Curatelekantoren direct naast Advocatenkantoren komen te staan.
 
De SBI-code die voor de inschrijving bij de KvK wordt gebruikt is onder andere van belang als het gaat om de problematiek rondom het verplicht vallen onder de werksfeer van een cao, welke reeds enkele malen door leden onder de aandacht is gebracht. Enkele leden ontvingen onlangs een schrijven van het FCB, waarin het FCB het lid verplichtte een financiële bijdrage te leveren, omdat het FCB meent dat deze organisaties op basis van de SBI-code die bij inschrijving bij de KvK was geselecteerd, dat deze organisaties onder de werkingssfeer van de cao ‘Welzijn & Maatschappelijke Dienstverlening, Jeugdzorg en Kinderopvang’ vallen.
 
De verplichting tot een financiële bijdrage aan het FCB, is geregeld in de algemeen verbindendverklaring (AVV) die in de cao wordt benoemd. Wanneer er sprake is van vrijwillig (of niet) volgen van de cao, dan geldt een bijdrage niet. In de cao 2012-2014 wordt de werkingssfeer en de werkgevers, welke deze verplichting betreft, aangegeven. Onder deze werkingssfeer en werkgevers treft men GEEN beschermingsbewind aan maar wel onder A.6.g.: ”‘schuldhulpverlening: advisering, praktische hulp- verlening en/of bemiddeling bij het verantwoord (leren) omgaan met een huishoudbudget en/of het oplossen van een schuldprobleem”.
 
Het FCB zoekt blijkbaar in het handelsregister op inschrijvingen welke een SBI-code voeren die gelinkt zijn aan de werkingssfeer en werkgevers zoals benoemd in de AVV.
 
Aan de betreffende leden hebben wij het advies gegeven om aan het FCB kenbaar te maken dat beschermingsbewind niet onder de werkingssfeer van de betreffende cao valt en dat onze branche daardoor ook geen verplichting heeft de cao te volgen. Daarmee vervalt direct de verplichting tot het betalen van een financiële bijdrage. Tevens hebben wij deze leden geadviseerd om de SBI-code van hun inschrijving bij de KvK te wijzigen in code 69101 (Advocatenkantoren, Beschermingsbewindkantoren en Curatele kantoren).
Bezetting Verenigingsbureau BPBI
Doordat wij de afgelopen maanden veel nieuwe leden hebben mogen verwelkomen, stellen wij graag de medewerkers van het verenigingsbureau (VB) nog eens aan u voor. Van links naar rechts:
 
Hanneke Huurman (directeur)
Natscha Dorigoni
Sylvia de Keizer
Eline Huizinga
Anouk Nijman (bureaumanager)
Eline Frerichs

Het VB zorgt voor de ledenadministratie, is verantwoordelijk voor het uitvoeren van het door het bestuur en ALV bepaalde beleid en zorgt voor informatievoorziening aan leden, maar ook aan partners uit de branche. Daarnaast maakt het VB afspraken over aanvullende diensten en organiseert het studiedagen en informatieve bijeenkomsten. Tevens verzorgt het VB het secretariaat voor onder andere de klachtencommissie.
Copyright © 2013 Branchevereniging PBI, Alle rechten voorbehouden.


Ons correspondentieadres is:
Branchevereniging PBI
Joseph Haydnlaan 2a
Postbus 43071
Utrecht, 3533 AE
Netherlands

Add us to your address book


Afmelden voor de nieuwsbrief 

Email Marketing Powered by Mailchimp