Copy
 
Geachte heer/mevrouw,
Met genoegen sturen wij u onze nieuwsbrief. We horen graag uw reactie. Platform Mantelzorg Amsterdam.

In deze nieuwsbrief

voorzitter Angelien HornBericht van de voorzitter

Hoe kan het anders, maar ook beter

 

In de vorige nieuwsbrief heb ik onder de noemer ‘overpeinzingen’ mijn zorgen geuit over de veranderingen in de zorg. Naar aanleiding van deze column werd mij de vraag gesteld of ik naast mijn zorgen ook ideeën heb over hoe het anders zou kunnen. Die vraag heeft me aan het denken gezet.


Ik wil voorop stellen dat ik begrijp dat er aan de explosieve groei van de zorgkosten een halt moet worden toegeroepen. Ook moet u van mij geen pasklare oplossingen verwachten. Dat weerhoudt me niet om een poging te wagen om aan te geven wat ik gemiste kansen vind, en wat anders zou kunnen bij deze grootscheepse transitie van de zorg. Om te beginnen denk ik dat de voorbereidingstijd om de veranderingen door te voeren veel te kort was. Dat is maar al te duidelijk naar voren gekomen met al de problemen rond het PGB. Ook ben ik van mening dat een grote reorganisatie niet gepaard moet gaan met forse bezuinigingen. Een transformatie vergt nu eenmaal extra investeringen, die zich terugverdienen bij een goede uitvoering. Zorg dichtbij klinkt leuk maar momenteel is elke gemeente het wiel aan het uitvinden. Daarmee is gigantisch veel geld gemoeid, dat niet besteed kan worden aan zorg en welzijn. Het lijkt me dat enige uniformiteit wenselijk is, zodat ook burgers beter weten waar ze aan toe zijn. Een ander doel van de transitie was terugdringing van de bureaucratisering. Daar lijkt echt niets van terecht te zijn gekomen. Zo hoor ik bijvoorbeeld veel over systemen die niet op elkaar aansluiten en de papierwinkel die bij elke handeling uitgevoerd moet worden. En dan al die schotten die tussen de Wmo, zorgverzekering en Wlz bestaan. Die verhinderen een integrale kijk en bekostiging. Verder is de productieprikkel nog steeds aanwezig, die maakt dat de organisatie die zuinig zorg levert een financiële strop heeft.
De echte oplossing begint bij de patiënt en zijn naasten. Het is van essentieel belang dat bij de zorg en ondersteuning het perspectief van de zorgvrager en de mantelzorger centraal staat. Voorwaarden daarbij zijn dat zij zelf mogen meedenken, serieus genomen worden en zodoende werkelijk ervaren dat ze echt geholpen worden. Dat vraagt het een en ander van beroepskrachten, maar het is naar mijn bescheiden mening de enige weg naar betere kwaliteit van zorg die ook nog de weg naar minder kosten inluidt.

Professionals in dialoog

 

‘De’ mantelzorger bestaat niet. Dat zal een van de redenen zijn waarom mantelzorgers zelf zich niet graag zo noemen of zich niet herkennen in de term. Het maakt verschil of je zorgt voor een kind met een handicap dat daarmee, net als zijn ouders, een leven lang moet dealen of voor een dementerende ouder die een goed leven achter zich heeft.
Om die reden was het een schot in de roos om in de zogeheten dialoogsessie van 10 maart jl. de uitkomsten van het onderzoek naar ervaringen van mantelzorgers binnen de wijkzorg te bespreken aan de hand van een casus.




Professionals uit de wijkzorg en aanwezige belangenbehartigers van mantelzorgers bogen zich over de mantelzorg van Marit (50 jaar met eigen zaak) voor haar ouders van 90 jaar die in de buurt wonen en toenemend hulpbehoevend zijn. Eerst werd in kleinere groepen ‘naar professie’ over deze casus gesproken: wijkzorg, huisartsen, informele zorg, belangenbehartigers en gemeente.
 
Betekenis en zingeving
De plenaire uitwisseling was levendig en leerzaam. De groep verpleging & begeleiding betrapte zich er zelf op dat ze in no time een lijst met adviezen en oplossingen bedacht hadden, maar vergeten waren te vragen hoe Marit haar situatie ziet en wat de zorg voor haar betekent. Les 1: luister actief, ook naar wat onder de oppervlakte ligt: de vraag achter de vraag.
Dat iedere professie een stukje van de puzzel in handen heeft, bleek uit de aanpak van de huisartsen. Als dokter van de ouders kennen ze de familie van huis uit. Dat de moeder in bed ligt en niet of heel weinig eet kan duiden op een doodswens. Les 2: kennis van de situatie van zorgvragers en gezin helpt om bij de mantelzorger zoiets moeilijks als een doodswens bespreekbaar te maken.

 
Last but not least
Mantelzorg is niet alleen moeilijk of een probleem. Een hartenkreet van een deelnemer die dit negatieve en eenzijdige beeld bestrijdt: Ik zorg voor mijn partner, die door zijn handicap heel weinig kan, en doe dat met veel plezier en liefde. Ik ben zijn handen, en door de wederkerigheid in ons contact lukt het steeds weer om oplossingen te vinden. Door nieuwe technologie (‘goede domotica’) kan hij weer meer zelf, en is minder afhankelijk van mij.’ Les 3: mantelzorg is van mensen zelf. Bekijk per persoon of en hoe het gegeven en beleefd wordt!
Annelies Faber

De Sociale omgeving

Uitgangspunten van de Wmo leiden ertoe dat de gemeente bij een zorgvraag eerst kijkt naar wat iemand zelf kan, eventueel met hulp en ondersteuning van zijn netwerk. Pas als blijkt dat dit ontoereikend is, is aanvullende professionele ondersteuning vanuit de Wmo mogelijk.


Wanneer aanvullende zorg en ondersteuning van beroepskrachten ingezet wordt, is het de bedoeling dat met alle betrokkenen gewerkt wordt aan versterking van het sociale systeem. Dit systeem, waaronder mantelzorgers, wordt betrokken bij de zorg, begeleiding en ondersteuning van de zorgvrager. Uit alles blijkt dat mantelzorgers veel zorg verlenen aan hun naasten en dat ze dat uit liefde doen. Echter velen van hen hebben een wankel evenwicht bereikt en meer druk kan ertoe leiden dat ze overbelast raken. Recent verscheen in de Volkskrant een artikel met de alarmerende kop ‘Familieband vaak te slecht voor mantelzorg.’ De tendens van het verhaal was dat de overheid de mogelijkheden overschat van ‘in beton gegoten’ familierelaties.
De conclusie van het PMA is dat het netwerk niet moet worden aangesproken met de vraag ‘wat kunnen jullie leveren’, maar volgens ons moet de Wmo-gespreksvoerder op een positieve manier de mantelzorger bij het (keukentafel)gesprek betrekken. Er moet vooral aandacht zijn voor de wensen en behoeften van de zorgvrager en zijn naasten. Dat houdt tevens in dat we aandacht vragen voor de onderlinge band van de mensen binnen het netwerk van de zorgvrager.
Voor ons is het van het grootste belang dat de Wmo-gespreksvoerders de juiste kwaliteiten hebben om het (keukentafel) gesprek te voeren. Het ziet er gelukkig naar uit dat doorgedrongen is dat de betrokken hulpvrager en zijn mantelzorger een goed gesprek verdienen. Op diverse manieren en plaatsen worden leertrajecten aangeboden aan Wmo-gespreksvoerders. Dat er leertrajecten opgestart worden is een goede ontwikkeling. We hebben wel nog een advies. Te vaak zien we dat er acteurs betrokken worden bij leertrajecten. Wij gaan ons sterk maken dat mantelzorgers, vanuit hun ervaringsdeskundigheid hierbij betrokken worden. Wie neemt de handschoen op?
Angelien Horn
Bericht van een onderzoek 

Mantelzorg in de wijkzorg

Het Centrum voor Cliëntervaringen deed in opdracht van de gemeente Amsterdam onderzoek naar de ervaringen en behoeften van mantelzorgers met de wijkzorg. Verhalen van mantelzorgers vormen de basis van het onderzoeksrapport. Ervaringsdeskundigen (mantelzorgers) waren onderzoekspartner. Gedurende het hele onderzoek vond er een dialoog plaats met ervaringsdeskundigen, gemeente en professionals.
Wat is er uit het onderzoek gekomen? Mantelzorgers hebben veel kracht. Ondanks eigen sores realiseren en organiseren ze veel rondom de cliënt. Er heerst bij mantelzorgers onrust over wat de veranderingen in de zorg voor hen zullen betekenen. In de praktijk heeft men nog weinig van de veranderingen gemerkt.
Mantelzorgers leveren drie soorten mantelzorg: ‘zorgen voor’ (fysieke of emotionele hulp), ‘zorgen dat’ (coördineren zorg, begeleiding of ondersteuning) en ‘zorgen om’ (aandacht voor welzijn cliënt). Voor alle drie de vormen van mantelzorg is ondersteuning nodig.

De onderzoekers doen o.a. de volgende aanbevelingen:
  • Dialoog over verantwoordelijkheden: wie zorgt voor de mantelzorger?
  • Kijk in keukentafelgesprek ook naar gezondheid, participatie en draagkracht van de mantelzorger.
  • Organiseer waar nodig een apart (!) gesprek over de behoeften van de mantelzorger.
  • Zet vrijwilligers integraal in, indien gewenst.
  • Heb ook oog voor mantelzorgers die geen familie zijn.
  • Oog voor ‘wat als (mantel)zorg stopt?’
Márian Vink
 
Vragen? Neem contact op met Márian Vink, m.vink@clientenbelangamsterdam.nl of met Barbara Groot, b.groot@vumc.nl. Het rapport zal vanaf begin april te downloaden zijn via www.goedezorgindewijk.nl
Op de website van Mezzo staat een filmpje met onze voorzitter Angelien Horn en onderzoeker Barbara Groot die vertellen over het onderzoek. Eind mei organiseert en Platform Mantelzorg Amsterdam een achterbanbijeenkomst waar het onderzoek gepresenteerd wordt. U ontvangt daarover nog bericht. Klik hieronder in beeld.
Mezzo Model Informele Zorg: inspiratiefilmpje Versterken

 

Handreiking sociaal wijkteam

Deze handreiking ondersteunt gemeenten bij het realiseren van een sociaal wijkteam, dat de mantelzorger goed betrekt, en goed in beeld heeft. Er worden handvatten gegeven hoe gemeenten hierop kunnen sturen.
Meer info
 

Mantelzorgondersteuning werkt!

Mezzo heeft bijna 1300 mantelzorgers gevraagd wat mantelzorgondersteuning hen heeft opgeleverd. Over 23 aspecten rondom mantelzorgondersteuning zijn vragen aan deze mantelzorgers gesteld. Op al deze aspecten wordt gemiddeld positief gescoord. Mantelzorgondersteuning werkt echt, bewijst dit onderzoek dat in 2015 door Mezzo is gedaan. Het onderzoek bevat zinvolle tips voor gemeenten om de effectiviteit van mantelzorgondersteuning te verhogen.
Meer info

Komen en Gaan

Het gezegde luidt ‘er is een tijd van komen en een tijd van gaan’. Het voorgaande gezegde heeft eveneens de betekenis van ‘aan alles komt een einde’. Zo is vanaf 1 maart een einde gekomen aan de directe betrokkenheid van Márian Vink, Mavi, bij het PMA.


Zij heeft de functie van coördinator neergelegd. Het was even slikken toen we het bericht ontvingen dat Mavi ons ging verlaten. Ook omdat er een einde kwam aan de prettige samenwerking en het feit dat we altijd op haar ondersteuning konden rekenen. Begrip voor deze stap hebben we ook omdat Mavi nu meer dan voorheen haar tijd aan onderzoek kan gaan besteden. Iets waar bij uitstek haar interesse naar uit gaat. Ergens denken we ook dat we zijdelings contact blijven houden. Het gezegde ‘uit het oog uit het hart’ zal niet van toepassing zijn. En wanneer iemand gaat, komt er ook weer iemand. Inmiddels is bekend dat Malène Duijst de nieuwe coördinator van het PMA is. Velen zullen Malène kennen uit de diverse functies die ze bekleedt en bekleed heeft binnen CBA. Veel van haar functies hebben een link met mantelzorg en dat maakt dat zij goed bekend is op het terrein van belangenbehartiging van mantelzorgers. We heten Malène van harte welkom en hopen op een langdurige en vruchtbare samenwerking.
Angelien Horn



Cliëntenbelang Amsterdam gaat verhuizen naar Oostenburg en het kantooradres van het Platform Mantelzorg Amsterdam verhuist mee.

 
Vanaf 22 april 2016 INIT gebouw • Jacob Bontiusplaats 9 • 1018 LL Amsterdam

Ons telefoonnummer 020-7525100, mailadres platformmantelzorg@clientenbelangamsterdam.nl en website clientenbelangamsterdam.nl/pma blijven onveranderd.  
Facebook
Twitter
Website
Email
COLOFON -  Bijdragen Angelien Horn, Annelies Faber, Márian Vink, Hanna Blankevoort • Redactie  Nancy Geijssen, Menno de Haan, Malène Duijst • Ontwerp en uitvoering Yolanda Exoo - Exoo grafisch buro

Ons adres is: Platform Mantelzorg Amsterdam • Plantage Middenlaan 14-1 • 1018 DD Amsterdam

Copyright © 2016 Platform Mantelzorg Amsterdam, Alle rechten voorbehouden