Copy
Je dagelijkse mail van bijbeljaar.nl
Bekijk deze mail in je browser
afbeelding van Bible In One Year | bijbeljaar.nl
Psalm     Nieuwe Testament     Oude Testament

God verandert je zwakheid in kracht

10 mei - dag 130

De grote christelijk leider John Stott sprak eens tijdens een studentenconventie in Sydney in Australië. Op de laatste avond van de conventie had hij bijna geen stem vanwege een keelontsteking.
 
Men haalde hem over om wel te spreken. Terwijl hij wachtte in een ruimte vlak bij de zaal vroeg hij fluisterend of iemand hem de verzen over de 'doorn in het vlees' uit 2 Korintiërs 12 wilde voorlezen. Het gesprek tussen Jezus en Paulus kwam tot leven.
 
Stott (Paulus): “Ik smeek u om mij ervan te bevrijden.”
Jezus: “Dat Ik altijd bij u ben, is genoeg. Als u zelf zwak bent, kan mijn kracht zich ten volle ontplooien.”
Stott (Paulus): “Dan durf ik mij toch op mijn zwakheden te beroemen. Omdat dan de kracht van Christus in mij gezien kan worden (...) Want als ik zwak ben, ben ik pas sterk.”
 
Toen het tijd was voor de toespraak kon hij het evangelie alleen maar eentonig en met krakende stem voorlezen door de microfoon; hij kon zijn stem niet gebruiken om zijn persoonlijke opvatting tot uitdrukking te brengen. Maar de hele tijd bad hij de Heer of Hij Christus' kracht in hem wilde ontplooien in zijn zwakheid.
 
Hij is daarna nog vaak teruggeweest in Australië en iedere keer kwam er wel iemand naar hem toe met de woorden: “Weet u nog, die laatste dienst in de aula van de universiteit, toen u geen stem had? Die avond ben ik tot geloof in Christus gekomen.”
 
Als iemand die zich zeer bewust is van zijn eigen zwakheden, vind ik het een bemoedigende gedachte dat ik niet alleen ben als ik me zwak voel. Als je je vertrouwen op God stelt, verandert Hij je zwakheid in kracht.
 

1. Geloof en weerstand

God is je sterkte in moeilijke tijden. Geloof in God is geen garantie voor een eenvoudig leven. Eigenlijk is het precies omgekeerd. Je loopt hoogstwaarschijnlijk tegen allerlei weerstand aan.
 
Davids leven was in gevaar. Saul had zijn mannen opdracht gegeven om Davids huis in de gaten te houden en hem te vermoorden. Hij is omringd door 'vijanden, (...) tegenstanders, (...) misdadigers, (...) moordenaars (...) ze liggen op de loer, ze willen me aanvallen, bruten zijn het' (vv.1-4, GNB).
 
Maar ondanks dit alles bidt David: 'Bevrijd mij ...' (vv.2,3) en heeft hij het volste vertrouwen dat de Heer hem kan en zal helpen (v.11). Later in de psalm doet David twee keer een beroep op God: 'Mijn Sterkte' (vv.10,18).
 
Hij kan zeggen: 'Niet om mijn misdaad, niet om mijn zonde, HEER' (v.4b). David was niet volmaakt (zie bijvoorbeeld 2 Samuel 11). Maar soms heb je het niet moeilijk omdat je iets verkeerd doet, maar juist omdat je iets goed doet.
 
Vraag God om hulp als je persoonlijke problemen hebt. 'Verhef u om mij te helpen, zie naar mij om' (Psalm 59:5b). Je kunt God ook om hulp vragen bij een internationale crisis. De volgende zin is een gebed voor het volk (v.6a). Op welk vlak we ook op weerstand of tegenslag stuiten, we kunnen de Heer vragen om in te grijpen en Hem vragen om zijn hulp en redding.
 

O mijn Sterkte, help me om op U te vertrouwen als ik het moeilijk heb en op weerstand of tegenslag stuit. Verlos ons van de mensen die uw plannen dwarsbomen.
 

2.  Geloof en leegte

Jezus leert ons dat het geloof centraal staat. Toen men Hem vroeg: 'Wat moeten we doen? Hoe doen we wat God wil?' antwoordde Jezus: 'Dit moet u voor God doen: geloven in hem die hij gezonden heeft' (vv.28-29).
 
We worden in de eerste plaats 'gelovigen' genoemd, niet 'presteerders'. We kunnen presteren door eerst te geloven.
 
Jezus zegt: 'Ik ben het brood dat leven geeft' (v.35). Als we honger hebben, snakken we naar eten. Maar je hebt niet alleen lichamelijke, maar ook geestelijke behoeften en je kunt ook geestelijk honger hebben. Het brood waar Jezus het over heeft, is het vleesgeworden Woord dat bij hen is als een vriend. Jezus biedt ons een persoonlijke, intieme band met Hem. Hij geeft aan ieder van ons alles wat en wie Hij is.
 
Geloof in Jezus vult de leegte die je soms voelt en stilt je geestelijke honger naar een doel, naar eeuwigheid en vergeving.

  • Doel

    Hoewel brood 'broodnodig' is, is dit niet genoeg. Materiële zaken alleen verzadigen niet. Geld, huizen, auto's, succes en zelfs menselijke relaties kunnen ons verlangen naar een doel voor ons leven niet vervullen.

    Het brood dat deze honger stilt, is 'het brood dat leven geeft'. Dit is geen product dat we bij Jezus kunnen kopen. Hij is het geschenk en de gever. De woorden 'ik' en 'mij' komen 30 keer voor in dit gesprek. 'Ik ben het brood dat leven geeft. Wie bij mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in mij gelooft zal nooit meer dorst hebben' (v.35).

    Toch kun je, ook als je in Jezus gelooft, heel makkelijk verstrikt raken in materiële zaken of in de uiterlijkheden van religie. Maar alleen een relatie met Jezus kan onze geestelijke honger stillen.

    De woorden 'geloof in mij', 'kom bij mij', 'zie de Zoon', 'eet mijn lichaam, drink mijn bloed' beschrijven een zeer hechte band met Jezus (vv. 29,35,40,53 e.v.).
     
  • Eeuwigheid

    We gaan allemaal dood. De dood is de grote onbenoembare realiteit. Jezus zegt dat dit leven niet het einde is: 'Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald; wanneer iemand dit brood eet zal hij eeuwig leven. (...) hem zal ik op de laatste dag uit de dood opwekken' (vv.51,54).

    Jezus belooft dat Hij je op de laatste dag uit de dood zal opwekken en dat je voor eeuwig zult leven. Je mag er volkomen zeker van zijn dat je band met Jezus ook na de dood blijft bestaan.

    Dit eeuwige leven heeft een huidige en een toekomstige dimensie. Ze zeiden: 'Geef ons dat brood, nu en altijd' (v.34, GNB). Jezus zegt dat we het onmiddellijk kunnen krijgen (v.35 e.v.). En Hij is er ook duidelijk over dat het eeuwig zal duren (vv.50-51).
     
  • Vergeving

    Vergeving is waar we het meeste behoefte aan hebben. De atheïstische filosoof Marghanita Laski heeft gezegd: 'Waar ik jullie christenen het meest om benijd is jullie vergeving. Ik heb niemand die me kan vergeven.' We willen allemaal weten dat al onze fouten worden vergeven.

    Jezus zei: 'En het brood dat ik zal geven voor het leven van de wereld, is mijn lichaam' (v.51b). Zijn bloed is vergoten ter vergeving van onze zonden. Telkens als je avondmaal viert, word je eraan herinnerd dat Jezus zijn leven heeft gegeven opdat jij vergeving kunt krijgen.

    Hoe ontvang je dit brood? Jezus zegt: 'Waarachtig, ik verzeker u: wie gelooft, heeft eeuwig leven. Ik ben het brood dat leven geeft' (vv.47-48). Hoewel er in het evangelie van Johannes geen apart verslag wordt gedaan over de manier waarop Jezus het Heilig Avondmaal instelt, lezen we hier de leer van het avondmaal uiteengezet in de context van het geloof.

    Het avondmaal is, onder andere, een zichtbaar teken dat ons helpt om Christus te ontvangen in geloof (vv.53–58). Het laat de vriendschap zien die Jezus met jou wil hebben en voedt deze. Het is zijn geschenk uit liefde en een teken van zijn wens om altijd in jou te wonen.


Heer, dank U dat ik door in U te geloven een blijvend doel in mijn leven heb gevonden, vergeving van mijn zonden en de belofte van het eeuwige leven. Help me om ook vandaag in nauwe verbondenheid met U te leven.
 

3. Geloof en onvolkomenheid

Terwijl we het vervolgverhaal lezen over het volk van God dat steeds zondigt, God te hulp roept en wordt bevrijd door de rechters, stuiten we op een van de afschuwelijkste verhalen in de hele Bijbel.
 
Jefta wordt beschreven als een 'krijgshaftig man' (11:1). Zijn moeder was een hoer (v.1). Zijn halfbroers verstootten hem (v.2). Hij verzamelde een groep avonturiers om zich heen (v.3). Hij werd een opmerkelijk leider. De Geest van de Heer kwam over hem (v.29a) en God gebruikte hem om de overwinning op de Ammonieten veilig te stellen; 'de HEER leverde ze aan hem uit' (v.32).
 
Maar er is een voorval in zijn leven dat bijna ondraaglijk is om te lezen. Hij deed God de gelofte dat als God hem de overwinning zou geven, hij Hem zou offeren wat hem bij zijn thuiskomst als eerste tegemoet zou komen. Dat was zijn dochter, zijn enige kind. En het lijkt alsof hij zijn gelofte nakwam (vv.29-40).
 
Het is belangrijk om op te merken dat God hem nooit gevraagd heeft deze gelofte te doen. En Hij vroeg hem ook niet het offer daadwerkelijk te brengen. Sterker nog, het druiste in tegen alles wat in het Oude Testament staat. Daarin worden kindoffers nadrukkelijk verboden. Jefta vraagt God nooit naar wat Hij wil. Het lijkt erop dat zijn eigen trots hem ertoe beweegt om zijn reputatie belangrijker te vinden dan het leven van zijn dochter. Zo zien we dat zelfs geloofshelden hun fouten hebben.
 
Ondanks zijn zwakheid wordt hij in het boek Hebreeën genoemd als een van de geloofshelden die hun zwakheid krachtig overwonnen (Hebreeën 11:32-34).
 

Heer, dank U voor de manier waarop U gelovige mensen gebruikt en uw kracht laat zien in hun zwakheid. Help me vandaag om te leven in geloof, om op U te vertrouwen en te geloven in Jezus, 'het brood dat leven geeft' (Johannes 6:35).

 

Pippa's bijdrage

Johannes 6:42


'Dat is toch Jezus, de zoon van Jozef? We weten toch wie zijn vader en moeder zijn?'

Het maakt niet uit wat onze achtergrond is of wat andere mensen van ons verwachten, zelfs niet hoe we onszelf zien. Waar het om gaat is hoe God ons ziet. IEDEREEN is veel mooier, geliefder en kostbaarder dan we ooit zullen weten.
 

afbeelding van Bible In One Year | bijbeljaar.nl
Forward
Share
Tweet
Share
+1
Copyright © 2017 Alpha Nederland, All rights reserved.



Afzender: Alpha Nederland - BiOY@alphanederland.org
Je ontvangt dagelijks deze mail met een vertaling van Bible in One Year 2017.