Copy
Je dagelijkse mail van bijbeljaar.nl
Bekijk deze mail in je browser
Psalm     Nieuwe Testament     Oude Testament

Gebed tot God

6 mei - dag 126

Ik herinner me nog heel goed dat ik bad voor een baby'tje met de naam Craig. Mij was gevraagd op bezoek te gaan bij een vrouw in het ziekenhuis in Brompton. Vivienne had al drie kinderen en was in verwachting van haar vierde. Haar derde kind van anderhalf jaar oud, had het syndroom van Down. Hij was geopereerd aan een gat in zijn hart. De operatie was mislukt en de medici wilden de machines uitzetten, wat niet vreemd was gezien de omstandigheden. Ze hadden Vivienne al een aantal keer gevraagd of ze de machines mochten uitzetten en het kindje mochten laten sterven. Ze zei nee omdat ze nog één ding wilde proberen. Ze wilde dat iemand voor hem zou bidden. En dus ging ik erheen.
 
Craig had slangetjes over zijn hele lijfje en hij zat onder de blauwe plekken en zwellingen. Vivienne vertelde dat de dokters hadden gezegd dat hij, zelfs als hij zou herstellen, last zou houden van een hersenbeschadiging omdat zijn hart zo lang had stilgestaan. Ze zei tegen me dat ze niet in God geloofde, maar vroeg me toch of ik wilde bidden.
 
Ik bad God in Jezus' naam om Craig te genezen. Daarna legde ik haar uit hoe ze haar leven aan Jezus Christus kon geven en dat deed ze. Ik ging weg, maar kwam twee dagen later terug. Vivienne rende me tegemoet zodra ze me zag. Ze zei: “Ik heb geprobeerd om u te bereiken. Er is iets ongelofelijks gebeurd. De nacht nadat u hebt gebeden is zijn toestand helemaal omgeslagen. Hij is genezen.” En binnen een paar dagen mocht Craig naar huis.
 
Vivienne zei tegen al haar vrienden en familie: “Ik geloofde nooit, maar nu geloof ik wel.”
 
Dit alles was 30 jaar geleden. Ik heb nog steeds contact met het gezin. Craig heeft nog steeds het syndroom van Down, maar hij is in goede gezondheid en is de spil van het gezin. Zijn genezing was geen autosuggestie, hij was destijds tenslotte nog maar een baby. Het was geen positief denken. Het was geen placebo-effect. Het was een goddelijk antwoord op een gebed tot God.

1. Bid om genade

Heb je God wel eens om hulp gesmeekt? Ik in ieder geval wel, vaak zelfs. David schreeuwde het uit tot 'God, de Allerhoogste' (v.3). Hij bad: 'Wees mij genadig, God, wees mij genadig' (v.2a).
 
Er is een gebed om Gods genade dat God altijd verhoort. En dat is het gebed om vergeving door Jezus. Door zijn dood aan het kruis heeft Jezus het mogelijk gemaakt dat 'ieder die de naam van de Heer aanroept, zal worden gered' (Romeinen 10:13).
 
Waarschijnlijk bad David dit gebed om genade toen hij op de vlucht was voor Saul en zich schuilhield in de grot (zie Samuel 22; 24). Hij riep tot God en God hoorde en verhoorde zijn gebed. David zegt: 'Ik roep tot God, de Allerhoogste, tot God, Die Zijn werk aan mij voltooien zal' (Psalm 57:3, HSV).
 
David wist dat God een doel had voor zijn leven en dat Hij hem zou helpen dat doel te bereiken. God heeft een goddelijk plan voor jouw leven. Het is onze taak om, net als David, te luisteren naar Gods roeping en Hem te gehoorzamen.
 
God verhoort dit soort gebeden op een goddelijke manier: 'Uit de hemel zal hij hulp sturen (...) God stuurt mij zijn liefde en trouw' (v.4).
 

God, dank U voor uw liefde en trouw (v.4b). Mijn ziel schuilt in de schaduw van uw vleugels.
 

2.  Bid om genezing

Soms zijn we wanhopig op zoek naar genezing, voor onszelf of voor anderen. In dit leven worden onze gebeden om genezing niet altijd verhoord. Gebeden die niet worden verhoord, kunnen een moeilijk en pijnlijk punt zijn waar we mee worstelen. 1 Maar soms grijpt God wel op wonderbare manier in om genezing te geven. We zien hiervan twee voorbeelden in dit gedeelte die beide het resultaat zijn van gebed tot God:

  • Genezing voor anderen

    De hoveling smeekte Jezus of Hij 'mee wilde gaan om zijn zoon, die op sterven lag, te genezen' (v.47).

    'Jezus zei: ‘Wat is dat toch met jullie? Jullie geloven alleen als je wonderen ziet!' ' (v.48, BGT). Maar de hoveling liet zich niet uit het veld slaan: '... de man bleef aandringen: 'Here, kom toch mee! Anders sterft mijn kind nog' ' (v.49, HB).

    Jezus reageerde op het geloof van de man. De man geloofde dat Jezus zijn zoon zou kunnen genezen als Hij meekwam. Jezus vroeg hem nog een stap verder te gaan en te geloven dat zijn woorden zijn zoon op afstand konden genezen. En de man geloofde. Jezus deed het wonder, Hij hoorde het wanhopige gebed van de man en genas zijn zoon. Dit had tot gevolg dat al zijn huisgenoten tot geloof kwamen (v.53b).
     
  • Genezing voor onszelf

    Jezus ging naar een plaats met 'een groot aantal zieken, blinden, kreupelen en misvormden' (5:3). Dit was een cultuur waarin een handicap werd beschouwd als een straf van God. Dergelijke mensen werden weggestopt. Maar God heeft juist mensen uitgekozen die in deze wereld 'dom' of 'zwak' genoemd worden om de wijsheid en de kracht van mensen belachelijk te maken (1 Korintiërs 1:27, BGT).

    Jezus genas een man die al 38 jaar ziek was (Johannes 5:5). De man moet wanhopig zijn geweest: hij had zijn hoop gevestigd op de genezende krachten van het water van Betzata dat eens in de zoveel tijd bewoog. Men geloofde dat de eerste die het water inging nadat het bewoog, genezen zou worden. Maar deze man had niemand die hem kon helpen om er als eerste in te komen (v.7).

    Hij had geen vrienden, geen naaste familie. Niemand bekommerde zich om hem. Hij was eenzaam en verlaten. Niemand hield van hem, maar Jezus hield wel van hem.

    Jezus zegt tegen hem en tegen ons allemaal: 'Wil je beter worden?' (v.6, BGT). Achtendertig jaar lang had deze man geleerd om te leven met zijn beperkingen. Nu moet hij overeind komen, keuzes maken, nieuwe vrienden maken, werk zoeken en verantwoordelijkheid nemen voor zijn leven.

    Joyce Meyer schrijft hierover dat Jezus eigenlijk tegen de man zegt: “Blijf daar dan ook niet zo liggen, doe iets!” Ze schrijft: 'Ik ben vijftien jaar lang seksueel misbruikt en ben opgegroeid in een probleemgezin. Daardoor had ik weinig zelfvertrouwen en zat ik vol schaamte. Ik wilde een goed leven hebben, maar zat gevangen in mijn emotionele problemen en mijn wanhoop.

    Net als met de man in Johannes 5 had Jezus geen medelijden met me. Hij sprak een hartig woordje met me en vertelde me liefdevol op niet mis te verstane wijze wat me te doen stond. Hij stond niet toe dat ik bleef zwelgen in mijn zelfmedelijden en dat was een keerpunt in mijn leven. Ik zit niet meer in die bodemloze put. Ik heb een geweldig leven. Als je zelfmedelijden afzweert en God om hulp vraagt en doet wat Hij zegt dat je moet doen, kan jij ook een geweldig leven hebben.'
     

Heer, dank U dat U onze gebeden hoort als we vragen om genezing van onszelf en anderen. Vandaag vraag ik U om genezing voor ...
 

Mijn vriend Pete Greig heeft hier een heel goed boek over geschreven met de titel 'Als God zwijgt'. 

3. Bid om leiderschap

Alles staat of valt met leiderschap. Als een bedrijf goed wordt bestuurd, presteert het in de regel goed. Als een kerk goed wordt bestuurd, bloeit de gemeente meestal. Als een land goed wordt bestuurd, is het over het algemeen welvarend.
 
Nadat Sisera hen twintig jaar lang met harde hand had onderdrukt, riepen de Israëlieten de Heer te hulp (4:3b). De moeder van Sisera keek uit het raam terwijl ze wachtte tot hij terugkwam. Ze riep: 'Wellicht zijn ze nog bezig om hun schatten te verdelen: elke man een meisje, of misschien wel twee' (5:30a). Hier zien we iets van de manier waarop Sisera omging met het volk van God.
 
In antwoord op hun wanhopige gebed stelde God een bijzondere leider aan. Debora was een geestelijk leider (een profetes) en een politiek leider. Ze was rechter over Israël in die tijd (4:4a). Ze was een charismatische leider en haar aanwezigheid werd zeer op prijs gesteld. Daarom zei Barak tegen haar: 'Als u meegaat, zal ik gaan, (...) maar als u niet meegaat, ga ik niet' (v.8).
 
Het is opmerkelijk dat een andere vrouw, Jaël, uiteindelijk korte metten maakt met de onderdrukker van Israël (v.21).
 
Zowel vrouwen als mannen kunnen bijzonder goede leiders zijn. Hun geslacht maakt niet uit, het gaat erom dat zij het voortouw nemen: 'Prijs de HERE! Israëls bevelhebbers namen de leiding en het volk volgde vrijwillig!' (5:2,9, HB).
 
Debora en Barak gaven God de eer (vv.1-5). Joyce Meyer wijst erop dat ook hier 'God mensen uitkiest en gebruikt die weten dat ze niets zijn zonder Hem en die Hem de eer geven voor alles wat ze bereikt hebben. Telkens als iets in je leven lukt, mag je niet vergeten om God hiervoor de eer te geven.'
 
God verhoorde het gebed van zijn volk door wijze en bescheiden leiders aan te wijzen. Hierdoor had het land veertig jaar rust (v.31c).
 
Debora bad dat zij die de Heer liefhebben, onstuitbaar zouden zijn als de opgaande zon (v.31b) die warmte en energie geeft: krachtig, moedig en onverschrokken.
 

Heer, vandaag bid ik dat ik onstuitbaar mag zijn als de opgaande zon (v.31b). Laat me licht brengen in deze donkere wereld. Laat me mensen de weg wijzen.
 

Pippa's bijdrage

Rechters 4:1-5:31


Leider van het land, rechter, profetes, gebedsstrijder, liedschrijver, eredienstleider, echtgenote en moeder. Debora was een ontzagwekkend rolmodel! Hoezo heeft de Bijbel iets tegen vrouwen op leidinggevende posities?
 

Vers van de dag
Rechters 5:31b

'... maak wie u liefhebben onstuitbaar als de opgaande zon.'
Forward
Share
Tweet
Share
+1
Copyright © 2018 Alpha Nederland, All rights reserved.



Afzender: Alpha Nederland - BiOY@alphanederland.org
Je ontvangt dagelijks deze mail met een vertaling van Bible in One Year 2017.