Copy
Je dagelijkse mail van bijbeljaar.nl
Bekijk deze mail in je browser
afbeelding van Bible In One Year | bijbeljaar.nl
 Psalm     Nieuwe Testament     Oude Testament

Een hogere versnelling 

13 januari - dag 13

Een paar jaar geleden werd Pippa en mij gevraagd om te spreken tijdens een conferentie in Somerset, in het zuidwesten van Engeland. De rit vanuit Londen had ongeveer drie uur moeten kosten. Het was een hele hete dag. Ergens voor ons had een vrachtwagen met hooi vlam gevat en de lading was op de snelweg terechtgekomen, waardoor het asfalt was gesmolten. We stonden vast en kwamen vijf uur lang nauwelijks vooruit. Het was zo'n opluchting toen het uiteindelijk tijd was voor een hogere versnelling.
 
Er zijn tijden in ons persoonlijk leven, kerkelijk leven en kerkelijk werk, dat het voelt alsof we vast zitten en geen enkele vooruitgang boeken. Dan worden er toch openingen zichtbaar en is het 'tijd voor een hogere versnelling'.
 
In de gedeelten voor vandaag zien we drie spannende en uitdagende factoren van versnellen.

1. Wees voorbereid op weerstand

Versnellen kan gepaard gaan met meer weerstand. Hoe meer je opvalt, hoe meer kritiek je kunt verwachten. Hoge bomen vangen veel wind. Het volk van God heeft altijd veel weerstand ondervonden. David vond veel vijanden tegenover zich (Psalm 9:4-7). Weerstand en vijandigheid zijn erg pijnlijk en moeilijk. Maar in Christus is je beloofd dat je uiteindelijk zult overwinnen.
 
We krijgen hiervan een voorproef in deze psalm voor vandaag. David looft God voor de overwinning: 'Ik wil u loven, HEER, met heel mijn hart, vertellen van uw wonderdaden. Ik wil vrolijk zijn, u toejuichen, uw naam bezingen, Allerhoogste, Nu mijn vijanden terugdeinzen' (vv.2-4a).
 
We leven allemaal in een vijandige wereld. Jezus waarschuwde: 'Denk niet dat ik gekomen ben om op aarde vrede te brengen' (Matteüs 10:34). Jezus zegt dat we niet verbaasd moeten zijn als we op weerstand stuiten.

Wees vredestichters (5:9,38-48). Hij roept je op om de cyclus van vergelding te doorbreken. Desondanks kan de weerstand van heel dichtbij komen (10:34-36).
 
Miljoenen volgelingen van Jezus worden overal in de wereld ook nu nog vervolgd vanwege hun geloof. Sommigen hebben te maken met tegenwerking, onderdrukking en discriminatie door lokale of nationale overheden.
 
Ook al heb je zelf niet te maken met dergelijke weerstand, toch kun je wel enige vorm van weerstand verwachten, bijvoorbeeld in de media, van vrienden en familie die je geloof niet begrijpen, van collega's die het niet eens zijn met je standpunten.
 

Heer, ik wil U loven met heel mijn hart ook al keren de mensen zich tegen me. Ik wil vertellen van uw wonderdaden. Ik wil vrolijk zijn en U toejuichen (Psalm 9:2-3a).
 

2. Wees bereid om offers te brengen

Jezus roept zijn leerlingen op om bereid te zijn alles voor Hem op te offeren: 'Wie meer van zijn vader of moeder houdt dan van mij, is mij niet waard, en wie meer houdt van zijn zoon of dochter dan van mij, is mij niet waard' (10:37). Je liefde voor Jezus moet groter zijn dan zelfs de grootste liefde die je koestert voor de mensen die je het meest na staan.
 
Jezus vervolgt: 'Wie niet zijn kruis op zich neemt en mij volgt, is mij niet waard. Wie zijn leven probeert te behouden zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van mij, die zal het behouden.' (vv.38-39). Dit is misschien wat Paulus bedoelt als hij ons aanspoort onszelf als een levend (...) offer in zijn dienst te stellen (Romeinen 12:1).
 
Op deze manier ontdek je wat God met je leven wil, 'wat goed, volmaakt en hem welgevallig is' (v.2). Als je wilt dat God je vaker en meer gebruikt, als je een hogere versnelling wilt, moet je bereid zijn dit soort offers te brengen.
 
Niets wat je in dienst van Jezus doet gaat verloren. Jezus zegt: 'Stel dat iemand een beker koud water geeft aan een gelovige omdat die gelovige bij mij hoort. Dan krijgt hij zeker een beloning van God' (Matteüs 10:42, BGT).
 
Martinus van Tours (316-397 n. Chr.) werd bisschop van Tours in Frankrijk in het jaar 371. Tijdens een heel koude nacht reed hij op zijn paard langs een bedelaar. Martinus steeg af, scheurde zijn mantel in tweeën en gaf de helft aan de bedelaar. Die nacht had Martinus een droom waarin hij Jezus de mantel zag dragen die hij die dag in tweeën had gescheurd. Toen hij vroeg waar de mantel vandaan kwam, antwoordde Jezus: “Die heb ik van mijn dienaar Martinus gekregen.”
 
In de directe context in Matteüs kan het offer dat Jezus noemt eenvoudigweg betekenen dat je met Hem wordt geassocieerd in een vijandige wereld. Hij zegt: 'Ieder die tegenover de mensen er openlijk voor uitkomt dat hij bij mij hoort, voor hem zal ik hetzelfde doen tegenover mijn Vader in de hemel. Maar wie tegen de mensen zegt mij niet te kennen, over hem zal ik hetzelfde zeggen tegen mijn Vader in de hemel' (vv.32-33, GNB).
 
'Bij Jezus horen' kan aanleiding geven tot weerstand en moeilijkheden. Voor veel van de eerste leerlingen betekende het letterlijk hun kruis opnemen en Hem volgen (v.38), zelfs tot in de dood. Wij hoeven deze prijs gelukkig niet te betalen, maar toch worden ook wij opgeroepen onvoorwaardelijk voor Jezus te kiezen.
 

Heer, help me om bereid te zijn om mijn kruis op me te nemen en U te volgen. Vandaag wil ik mij als levend offer in uw dienst stellen.
 

3. Geniet van de uitdaging

Ik heb me laten vertellen dat Formule-1-coureurs buitengewoon fit en fysiek heel sterk moeten zijn vanwege de krachten waaraan ze blootstaan tijdens een race.

Als we het koninkrijk van God sneller willen verwezenlijken, vraagt dit om geweldenaars, zegt Jezus (Matteüs 11:12, GNB). Deze mensen laten zich niet weerhouden door tegenwerking of door offers die moeten worden gebracht. Sterker nog, ze genieten van de uitdaging.
 
In de geschiedenis van de kerk zien we veel voorbeelden van mannen en vrouwen die ons inspireren met hun gedrevenheid, bevlogenheid en initiatief. Zij zijn gebruikt om de wereld te veranderen. Het koninkrijk van de hemel is door de eeuwen heen gegroeid door de inzet van sterke, door de Geest geïnspireerde mensen.
 
Jezus zegt: 'Sinds de dagen van Johannes de Doper tot nu toe breekt het Koninkrijk der hemelen zich baan met geweld en geweldenaars grijpen ernaar' (Matteüs 11:12, NBG). De context van deze woorden is dat Johannes de Doper in de gevangenis vraagt of Jezus degene is over wie is geprofeteerd. Jezus antwoordt feitelijk: “Kijk maar naar het bewijs” (vv.4-5).
 
Jezus vertelt verder dat Johannes de Doper de grootste persoon was vóór Jezus en zijn kerk (v.11). Johannes de Doper was de laatste van de profeten van het oude verbond (v.13). In het Oude Testament zien we veel voorbeelden van deze 'geweldenaars' (v.12).
 
Jacob was een sterke man, een geweldenaar. Later lezen we dat hij sterk was op een goede manier en dat hij vastbesloten was Gods zegen te krijgen (zie Genesis 32:22-32). In dit gedeelte doet hij echter verkeerde dingen met zijn kracht. Hij was vastberaden om de zegen van zijn vader te krijgen. Hij wist hoe belangrijk die zegen was, maar nam zijn toevlucht tot list en bedrog om deze te krijgen (hoofdstuk 27).
 
Jakobs moeder, Rebekka, was ook een sterke vrouw. Jakob was niet alleen haar lieveling, maar zij werkte ook actief mee aan de list van Jakob om Isaak te misleiden. Het uiteindelijke resultaat was een spectaculaire familievete die nog eeuwenlang doorwerkte.
 
Het is een weinig verheffend verhaal en we kunnen ons afvragen wat we ermee moeten. Het is in ieder geval geen goed voorbeeld om te volgen!
 
Ondanks alles worden Gods plannen en bedoelingen niet in de war gestuurd. Hij blijft zich houden aan zijn beloften aan Abraham en zijn nakomelingen. Deze beloften worden doorgegeven aan Jakob (28:13-15), precies zoals God had beloofd nog voordat de broers geboren waren (25:23). Als iedereen eerlijk was geweest, zou dat waarschijnlijk veel leed en ellende hebben gescheeld.
 
Alle hoofdpersonen in dit verhaal zijn verre van volmaakt en toch weet God zijn werk door hen te doen. Ik vind het zo'n opluchting dat een volmaakte God onvolmaakte mensen kan gebruiken.
 
God zegende Jakob. Zijn vader, Isaak, gaf hem zijn zegen (28:3-4). Later sprak God tot Jakob in een droom. Jakob ziet een ladder die reikt van de aarde tot in de hemel, waarlangs de engelen van God omhoog gaan en afdalen (v.12). Er is voor ons allemaal een open verbinding tussen hemel en aarde. God zegt tegen Jakob: 'Alle volken op aarde zullen wensen zo gezegend te worden als jij en je nakomelingen. Ikzelf sta je ter zijde, ik zal je overal beschermen, waar je ook heengaat' (vv.14b-15a).
 
God gebruikte deze sterke mannen en vrouwen: Abraham en Sara, Isaak en Rebekka en Jakob en Rachel. Maar Jezus zegt dat geen van hen zo groot was als Johannes de Doper. En Johannes de Doper op zijn beurt is niet zo groot als de minste van Jezus' volgelingen in het koninkrijk van de hemel en daar ben jij er één van.
 

Heer, dank U dat U mij ter zijde staat en me beschermt, waar ik ook heen ga. Help me om een sterk mens, een geweldenaar te zijn die geniet van de opwinding, spanning en uitdaging die een leven in de voetsporen van Jezus met zich meebrengt.
 

Pippa's bijdrage

Genesis 27:1-46


Leugens en bedrog zijn de doodsteek voor de eenheid binnen een gezin.
 

Forward
Share
Tweet
Share
+1
Copyright © 2018 Alpha Nederland, All rights reserved.



Afzender: Alpha Nederland - BiOY@alphanederland.org
Je ontvangt dagelijks deze mail met een vertaling van Bible in One Year 2017.