Copy
Je dagelijkse mail van bijbeljaar.nl
Bekijk deze mail in je browser
afbeelding van Bible In One Year | bijbeljaar.nl
 Psalm     Nieuwe Testament     Oude Testament

De eerste vraag  

2 januari - dag 2

“Wat wordt je eerste vraag?” Ik was bezig mijn kruisverhoor voor te bereiden voor een van mijn eerste zittingen als advocaat. Een oudere, ervaren advocaat hielp me hierbij. Hij liet me zien hoe belangrijk een eerste vraag is.

1. De eerste vraag in de Psalmen gaat over Jezus

Alles draait om Jezus. De veiligste plek in dit leven is dicht bij Jezus.
 
Paulus haalt deze psalm aan als hij het evangelie verkondigt in Antiochië. Hij zegt: 'Wij verkondigen u het goede nieuws dat God zijn belofte aan onze voorouders in vervulling heeft doen gaan ten behoeve van hun kinderen – ten behoeve van ons – doordat hij Jezus tot leven heeft gewekt. Daarover staat in de tweede psalm geschreven: 'Jij bent mijn zoon, ik heb je vandaag verwekt' ' (Handelingen 13:32-33, een citaat uit Psalm 2:7).
 
Jezus is zijn 'gezalfde' (Psalm 2:2c). Het Hebreeuwse woord dat hier wordt gebruikt is 'mashiah' (messias). Hij is de Christus, de Zoon van God, die we moeten liefhebben: 'Bewijs eer aan zijn zoon met een kus' (v.12a).
 
De oorspronkelijke context van de psalm was waarschijnlijk een specifieke gebeurtenis met een menselijke koning van Israël. Als we de tekst met een ruimere blik lezen, zien we dat de eerste vraag in de Psalmen vooruitwijst naar Jezus. 'Waartoe leidt het woeden van de volken, het rumoer van de naties?' (v.1).
 
Dit is precies wat we zien gebeuren in het Nieuwe Testament met betrekking tot Jezus, ook in het gedeelte voor vandaag. Direct bij de geboorte van Jezus zien we leiders tevergeefs samenspannen (Matteüs 2:3-4).
 
De psalm eindigt met de woorden, 'Gelukkig (gezegend, benijdenswaardig) wie schuilen bij hem' (v.12d). Tijdens alle stormen van het leven, in het bijzonder de storm van de komst van Jezus voor het laatste oordeel, is de enige veilige haven 'bij Hem'.
 

Heer, dank U dat ook in het jaar dat voor me ligt, met al zijn uitdagingen, kansen en mogelijkheden, de veiligste plek bij U is.
 

2. De eerste vraag in het Nieuwe Testament gaat over Jezus

De eerste vraag in het Nieuwe Testament gaat, heel toepasselijk, ook over Jezus. Het hele Oude Testament komt tot vervulling in Jezus.
 
De magiërs, ook wel koningen of wijzen uit het Oosten genoemd, beseften hoe belangrijk de geboorte van Jezus was. Zij vroegen: 'Waar is de pasgeboren koning van de Joden?' (v.2). Zij zochten en vonden Hem. Toen ze het kind zagen 'wierpen [ze] zich neer om het eer te bewijzen' (v.11). Ze realiseerden zich dat Jezus de vervulling was van alle hoop en dromen van de mensen die voor zijn geboorte hadden geleefd.
 
Jezus is Degene die al Gods beloften vervult. In het gedeelte van gisteren zagen we één voorbeeld van een belofte die wordt vervuld. Vandaag zien we nog drie voorbeelden:

  • Plaats van zijn geboorte

    Matteüs zag in dat zelfs de plaats waar Jezus is geboren, is voorspeld in Micha 5:2. Uit Betlehem zou de 'leider' en 'herder' voortkomen, 'want zo staat het geschreven bij de profeet' (Matteüs 2:5-6).
     
  • Ballingschap in Egypte

    Als Herodes probeert Jezus te doden, vlucht het gezin naar Egypte (v.13). Matteüs schrijft: 'Zo ging in vervulling wat bij monde van de profeet door de Heer is gezegd: “Uit Egypte heb ik mijn zoon geroepen” ' (v.15, zie ook Hosea 11:1).
     
  • Kindermoord

    Toen Herodes opdracht gaf om alle jongetjes van twee jaar en jonger om te brengen (Matteüs 2:16), ging hiermee de profetie van Jeremia 31:15 in vervulling (Matteüs 2:17-18) (zie Pippa's bijdrage).
     

Heer Jezus, vandaag wil ik knielen en U aanbidden. Ik wil U alles geven wat ik heb, heel mijn leven.
 

3. De eerste vraag in de Bijbel gaat over Gods goedheid

Twijfel je wel eens of Gods weg echt de beste is? Vraag je je wel eens af of je iets niet toch zal proberen, ook al zegt God dat het verkeerd is?
 
God gaf de mens alles wat hij zich maar kon wensen. De hele schepping is gemaakt opdat wij ervan konden genieten. Aan elke mogelijke behoefte heeft God gedacht. Het hoogtepunt van Gods schepping was de mens. De behoefte aan gezelschap heeft God opgelost door meer mensen te scheppen: 'Het is niet goed dat de mens alleen is' (2:18).
 
Het begon met het prachtige geschenk van het huwelijk, de levenslange verbintenis tussen een man en een vrouw. Binnen het huwelijk kunnen we in alle intimiteit en vrijheid en zonder schuldgevoel of 'schaamte' genieten van seks, nog zo'n prachtig geschenk van God (vv.24–25).
 
Ondanks deze overvloed aan goede dingen ging de mens op zoek naar meer en bezweek voor de verleiding om te proeven van de verboden vrucht.
 
De verleiding begon met twijfel aan God. Dit is de eerste vraag in de Bijbel: 'Is het waar dat God gezegd heeft dat jullie van geen enkele boom in de tuin mogen eten?' (3:1).
 
Eva's eerste fout was dat ze het gesprek met de slang aanging. We zijn gemaakt om te praten met God, niet met de duivel.
 
De duivel, in de gedaante van de slang, misleidt Eva, waardoor ze denkt dat haar zonde geen gevolgen zal hebben: 'Jullie zullen helemaal niet sterven' (v.4). Hij doet het voorkomen alsof God kwade bedoelingen heeft: 'Integendeel, God weet dat jullie de ogen zullen opengaan zodra je daarvan eet, dat jullie dan als goden zullen zijn en kennis zullen hebben van goed en kwaad' (v.5). Vaak is het zo dat je een leugen over God slikt, voordat je een hap van de verboden vrucht doorslikt.
 
De vruchten zagen er 'heerlijk' uit en waren 'een lust voor het oog' en het was 'aanlokkelijk dat de boom wijsheid zou schenken' (v.6). Zo gaat het vaak met verleiding. Adam en Eva zondigden en probeerden hun zonde te verbergen: 'Daarom regen ze vijgenbladeren aan elkaar en maakten er lendenschorten van' (v.7).

4. Gods eerste vraag in de Bijbel gaat over jou

De vriendschap van Adam en Eva met God was stukgelopen. Toen ze God hoorden aankomen, verborgen ze zich (v.8). Maar God ging direct naar hen op zoek en zijn eerste vraag in de Bijbel is: 'Waar ben je?' (v.9). God liet hen niet los.
 
Elke keer dat de relatie tussen jou en God bekoelt, blijft God jou zoeken, omdat Hij de relatie wil herstellen.
 
Hij zegt tegen de slang dat een van Eva's nakomelingen zijn kop zal verbrijzelen en dat de slang Hem in de hiel zal bijten (v.15b). Jezus is Degene die de kop van de slang zal verbrijzelen. Maar dat heeft een prijs – 'jij bijt hem in de hiel'. Hier zien we een eerste aanwijzing van wat het kost om de relatie te herstellen. Aan het kruis heeft Jezus Satan verbrijzeld, maar dat heeft Hem zijn leven gekost. Zijn bloed werd vergoten, opdat jouw en mijn zonden vergeven konden worden en onze relatie met God kon worden hersteld.
 

5. De eerste vraag van de mens gaat over verantwoordelijkheid

'Moet ik soms voor mijn broer zorgen?' (v.9b, GNB). Dit is de vraag waar het vandaag om draait. Ben jij verantwoordelijk voor anderen?
 
Het resultaat van de zondeval is een beschadigde relatie met God. Adam en Eva geven elkaar de schuld (vv.12-13) en in hoofdstuk 4 lezen we dat ook hun kinderen ruzie krijgen. Dit is het begin van ruzie, onenigheid en onderlinge strijd waarmee de mensheid sindsdien te kampen heeft. Probeer om ruzie te voorkomen. Ruzie heeft zelden een winnaar en maakt zoveel kapot.
 
Kaïn was kwaad op zijn broer Abel. God vraagt: 'Waarom ben je zo kwaad? Waarom kijk je zo donker? Handel je goed, dan kun je toch iedereen recht in de ogen kijken? Handel je slecht, dan ligt de zonde op de loer, begerig om jou in haar greep te krijgen; maar jij moet sterker zijn dan zij' (4:6-7).
 
Jij moet sterker zijn dan de zonde (met de kracht van het kruis en de opstanding en met hulp van de Geest), want anders krijgt de zonde je in haar macht. Bij Kaïn heeft de zonde gewonnen. Hij sloeg zijn broer dood (v.8). God stelde hem nog een vraag: 'Waar is Abel, je broer?' (v.9a).
 
Kaïns antwoord is de eerste vraag van een mens in de Bijbel: 'Moet ik soms voor mijn broer zorgen?' (v.9b, GNB). Kaïn probeert onder zijn verantwoordelijkheid uit te komen. Wat hij zegt is: “Ben ik echt verantwoordelijk voor iemand anders dan mijzelf?”
 
Het Bijbelse antwoord is dat je inderdaad een verantwoordelijkheid hebt tegenover andere mensen. We kunnen ons niet onttrekken aan de verantwoordelijkheid voor wat er om ons heen gebeurt; in onze stad, in ons land en in de wereld. We kunnen bijvoorbeeld niet accepteren dat er elke dag duizenden kinderen sterven als gevolg van extreme armoede en zeggen dat dat niet onze verantwoordelijkheid is.
 
Je hebt niet alleen een verantwoordelijkheid tegenover je medemens; het is jouw voorrecht om je vrienden, familie en iedereen om je heen tot zegen en vreugde te zijn, om iets te betekenen in het leven van zoveel mogelijk mensen.
 

Heer, dank U dat U dit prachtige universum voor ons hebt geschapen. Dank U dat U mij altijd blijft zoeken en dat mijn relatie met U is hersteld door Jezus. Help me om dit jaar van betekenis te zijn voor andere mensen.
 

Pippa's bijdrage

Matteüs 2:16


'Toen Herodes begreep dat hij door de magiërs misleid was, werd hij verschrikkelijk kwaad, en afgaande op het tijdstip dat hij van de magiërs had gehoord, gaf hij opdracht om in Betlehem en de wijde omgeving alle jongetjes van twee jaar en jonger om te brengen.'
 
Dit gedeelte grijpt me altijd enorm aan. Hoe kan Herodes zoiets verschrikkelijks doen met onschuldige, weerloze kinderen, alleen maar omdat hij bang was voor zijn eigen positie? Heb jij wel eens de neiging om iemand te benadelen om je eigen positie veilig te stellen?
 

Forward
Share
Tweet
Share
+1
Copyright © 2018 Alpha Nederland, All rights reserved.



Afzender: Alpha Nederland - BiOY@alphanederland.org
Je ontvangt dagelijks deze mail met een vertaling van Bible in One Year 2017.