Copy
Je dagelijkse mail van bijbeljaar.nl
Bekijk deze mail in je browser
afbeelding van Bible In One Year | bijbeljaar.nl
 Psalm     Nieuwe Testament     Oude Testament

De stormen van het leven het hoofd bieden 

10 januari - dag 10

Op 31 juli 2003 gaf avonturier Bear Grylls leiding aan een vijfkoppig team dat de noordelijke Atlantische Oceaan wilde oversteken met een stevige opblaasboot. Ze vertrokken vanuit Halifax in Nova Scotia in de richting van John o’ Groats in Schotland. Op 5 augustus stak er een enorme storm op. De golven waren ruim 30 meter hoog. Ze hadden geen satellietverbinding meer. Zij (en wij) vreesden voor hun leven. Gelukkig konden ze het verhaal navertellen (zie 'Facing the Frozen Ocean' van Bear Grylls).
 
We krijgen niet allemaal te maken met dit soort zwaar weer. Maar Jezus heeft gezegd dat iedereen te maken krijgt met de stormen van het leven (Matteüs 7:25-27). Het leven is niet eenvoudig. Deze stormen zijn er in allerlei soorten en maten. Abraham, David en de leerlingen van Jezus kregen in hun leven allemaal te maken met stormen. Wat kunnen we leren van hun voorbeeld?

1. Draag het schild van geloof

Midden in de stormen zegt David: 'God is het schild dat mij beschermt (…) Ik zal de HEER om zijn rechtvaardigheid loven, de naam van de HEER, de Allerhoogste, bezingen' (vv.11a,18).
 
Als we bezwijken voor de verleiding, ervan genieten en de verleiding koesteren, waarschuwt David: 'Hij draagt verderf onder het hart, zwanger van onheil baart hij bedrog' (v.15). In een ander beeld maakt hij een vergelijking met het graven van een diepe put, waarin degene die de kuil gegraven heeft, zelf valt (v.16).
 
Paulus zegt dat je een schild moet dragen waarmee je alle brandende pijlen van het kwaad kunt doven (Efeziërs 6:16). Ons schild is 'het geloof' of, in de woorden van David, de 'Allerhoogste' (Psalm 7:11). Dit is de allerbeste bescherming tegen aanvallen van de vijand.
 

Heer, dank U dat ook ik kan zeggen: 'Mijn schild is de Allerhoogste'.
 

2. Vertrouw op Jezus de Redder

Soms steken de stormen in ons leven plotseling de kop op. Jezus was in de boot met zijn leerlingen en lag te slapen. 'Opeens begon het zo hevig te stormen op het meer, dat de golven over de boot sloegen' (8:24, GNB).
 
Het Meer van Galilea was berucht vanwege zijn plotselinge, hevige stormen, waarbij zes meter hoge golven geen uitzondering waren. We mogen aannemen dat de leerlingen hieraan gewend waren. Maar dit moet wel een heel heftige storm zijn geweest, want de leerlingen maakten Jezus wakker en riepen: 'We vergaan!' (v.25).
 
Het is heel begrijpelijk dat je tijdens zwaar weer in paniek raakt, dat doe ik ook vaak. Soms lijkt het wel alsof Jezus slaapt (v.24). Het lijkt wel alsof Hij niets aan onze problemen doet. Gelukkig kunnen we het, net als de leerlingen, uitschreeuwen: 'Heer, red ons toch!' (v.25).
 
Onze natuurlijke reacties op een storm zijn twijfel en angst. Jezus zegt tegen de leerlingen dat de juiste reactie op een storm vertrouwen is ('jullie (…) kleingelovigen', v.26a) en dat je niet bang moet zijn ('Waarom zijn jullie zo bang?', v.26a, GNB). Jezus kan de storm tot bedaren brengen en doet dat ook.
 
Nadat Hij heeft laten zien dat Hij macht heeft over de elementen ('Zelfs de wind en het meer gehoorzamen hem!', v.27, GNB), toont Hij dat Hij macht heeft over kwade machten door twee bezetenen te bevrijden van hun demonen (vv.28–34). Jezus vindt mensen veel belangrijker dan bezit, in tegenstelling tot de mensen die Hem verzochten hun gebied te verlaten (v.34).
 
Hierna maakt Jezus duidelijk dat vergeving belangrijker is dan genezing. Dat betekent niet dat genezing niet belangrijk is. Jezus vergeeft en geneest. Hij toont zijn macht over ziekte en lichamelijke beperkingen door de verlamde man te genezen (9:1-2). 'Alle mensen zagen het en waren diep onder de indruk. Ze dankten God, die zo veel macht aan mensen geeft' (v.8, BGT).
 
Tussen de stormen door zijn er ook rustige momenten. Het gedeelte voor vandaag eindigt met zo'n moment, waarin Jezus Matteüs vraagt om Hem te volgen. Jezus wordt uitgenodigd voor een maaltijd in het huis van Matteüs.
 
De Farizeeën zijn verbaasd als ze zien dat Jezus eet met 'veel tollenaars en allerlei slechte mensen' (v.10, BGT). Ze vragen: 'Waarom eet uw meester met tollenaars en zondaars?' (v.11).
 
'[Jezus] hoorde dit en gaf als antwoord: 'Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieken wel. Overdenk eens goed wat dit wil zeggen: “Barmhartigheid wil ik, geen offers.” Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars' (vv.12-13).
 
Gods 'barmhartigheid' is zijn goedheid en vergeving voor mensen die het niet verdienen. Neem vandaag zijn barmhartigheid in dankbaarheid aan en wees zelf barmhartig voor anderen.
 

Heer, dank U dat ik in alle stormen van het leven mag roepen: 'Heer, red ons toch!'. Help me om op U te vertrouwen en niet bang te zijn.
 

3. Dank God voor zijn zorg

Ook Abraham kreeg in zijn leven te maken met zwaar weer. Het gedeelte voor vandaag is vol strijd, maar begint met een prachtig moment van rust tussen de stormen in. 'De HEER zag om naar Sara zoals hij had beloofd, hij gaf haar wat hij had toegezegd' (21:1). Ze hadden lang moeten wachten, maar uiteindelijk werd Gods belofte vervuld. Wij moeten soms ook lang wachten. De uitdaging is om tijdens het wachten op God te blijven vertrouwen.
 
'Sara werd zwanger en baarde Abraham op zijn oude dag een zoon, op de vastgestelde tijd, die God hem had genoemd' (v.2). Het was een moment van intense vreugde. Sara zei: 'God maakt dat ik kan lachen (…) en iedereen die dit hoort zal met mij mee lachen' (v.6).
 
Maar al gauw krijgt Abraham te maken met zwaar weer in zijn gezin. Ismaël bespot Isaak (v.9) en dit veroorzaakt een diepe verdeeldheid in de familie (v.10). Hagar en Ismaël worden weggestuurd (v.14). Deze verdeeldheid was uiteindelijk het gevolg van Abrahams zonde. Hij had Hagar tot minnares genomen, omdat hij niet vertrouwde op Gods belofte dat Sara een zoon zou baren. 
 
Soms veroorzaken we zelf de grootste moeilijkheden in ons leven. Maar desondanks blijft God Abraham nabij (vv.12-13) en zorgt Hij voor Hagar en Ismaël en zegent Hij hen (vv.17-18). Hier schenkt God genade aan zondige mensen.
 
Abraham stond voor de hevigste storm van zijn leven: God stelde hem op de proef (22:1).
 
God stelt ons soms op de proef. Ik denk persoonlijk dat het nooit Gods bedoeling was dat Abraham zijn zoon Isaak daadwerkelijk zou offeren. Het kindoffer was altijd een gruwel in Gods ogen. Maar Hij wilde dat Abraham de juiste prioriteiten stelde.
 
Het Nieuwe Testament herinnert ons eraan dat deze beproeving volgde op Gods beloften aan Abraham ten aanzien van Isaak (Hebreeën 11:17-19). Abrahams vertrouwen en zijn prioriteiten werden dus op de proef gesteld.
 
Abrahams vertrouwen werd op de proef gesteld. Hij werd uitgedaagd erop te vertrouwen dat God zijn belofte over Isaak kon vervullen, zelfs als Abraham bereid was hem te offeren. Abraham moest erop vertrouwen dat hij Isaak terug zou krijgen, wat er ook gebeurde (v.19).
 
Maar ook Abrahams prioriteiten werden op de proef gesteld. Het is Gods bedoeling dat je relatie met Hem de hoogste prioriteit heeft in je leven, boven alle andere liefdes, boven je meest hechte menselijke relaties en boven de visie die God je voor je leven heeft gegeven. Abraham was bereid God te gehoorzamen, tegen elke prijs. Zijn grote kracht was dat hij God liefhad boven alles en iedereen.
 
Gelukkig zorgde God voor het offer dat nodig was ('God zal zichzelf van een offerlam voorzien', Genesis 22:8). Dit is een voorafschaduwing van het grote offer dat God voor ons zou brengen. Als je je probeert voor te stellen hoe Abraham zich gevoeld moet hebben toen hij dacht dat hij zijn zoon moest offeren, krijg je enig idee van wat het God gekost heeft om zijn enige Zoon te geven voor jou en mij (Johannes 3:16).
 
Jezus is 'het lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt' (Johannes 1:29). Als God heeft gezorgd voor het ultieme offer dat voorziet in je grootste behoefte, zal Hij dan ook niet zorgen voor al het andere wat je nodig hebt? In vers 14 gebruikt Abraham de naam 'Jehovah-Jireh' of 'de HEER zal erin voorzien' (Genesis 22:14). Hij erkent dat het in Gods aard ligt om te zorgen.
 
God is de grote verzorger. Hoe vaak heb ik dit niet ervaren in mijn leven en in onze gemeenschap. God houdt zich aan zijn belofte. Paulus zegt hierover: 'Mijn God zal vanuit zijn rijkdom aan heerlijkheid volop in al uw noden voorzien in Christus Jezus' (Filippenzen 4:19, GNB).
 
Het is onze taak om God te gehoorzamen ('Zoek (…) eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid', Matteüs 6:33a) en Hij belooft dat, als we dat doen, Hij zal voorzien in al onze behoeften: 'dan zullen al die andere dingen je erbij gegeven worden', (v.33b).
 
Gods zorg en zegen zijn te groot om te bevatten (Genesis 22:16-18): 'Omdat je naar mij geluisterd hebt, zullen alle volken van de aarde delen in de voorspoed van je nakomelingen' (v.18, GNB).
 

Heer, dank U dat U mijn schild en mijn Redder bent en dat U voor mij zorgt. Help me om te blijven vertrouwen op U en om niet bang te zijn. Help me om U in mijn leven op de eerste plaats te zetten.
 

Pippa's bijdrage

Matteüs 8:23-9:13


Het gedeelte van het Nieuwe Testament voor vandaag herinnert me eraan hoe belangrijk het is om op Jezus te vertrouwen, ook als het moeilijk is. Hij heeft de macht om zelfs de moeilijkste problemen op te lossen (8:26,32; 9:5-6).
 

Forward
Share
Tweet
Share
+1
Copyright © 2018 Alpha Nederland, All rights reserved.



Afzender: Alpha Nederland - BiOY@alphanederland.org
Je ontvangt dagelijks deze mail met een vertaling van Bible in One Year 2017.