Copy
Je dagelijkse mail van bijbeljaar.nl
Bekijk deze mail in je browser
 Psalm     Nieuwe Testament     Oude Testament

Een kussen om ons moede hoofd te ruste te leggen

24 juli - dag 205

Soms vind ik het wel eens moeilijk om te geloven dat God echt van me houdt. Ik heb dan het gevoel dat ik een mislukkeling ben en veroordeel mezelf. Het is redelijk makkelijk om te geloven dat God van alle andere mensen houdt, maar dat God echt van mij houdt?
 
Paulus' uitleg over de liefde van God in Romeinen 8 begint ermee dat God je niet veroordeelt (v.1) en eindigt met de woorden: '... niets zal ons kunnen scheiden van de liefde van God, die hij ons gegeven heeft in Christus Jezus, onze Heer' (v.39). John Stott noemt de waarheid van dit gedeelte 'een kussen om ons moede hoofd te ruste te leggen'.
 
Augustinus schrijft: 'God houdt van elk van ons alsof er maar één was om van te houden.' Als jij de enige persoon zou zijn die ooit had geleefd, zou Jezus voor jou zijn gestorven. En als dat geldt voor jou, dan geldt dat ook voor mij. God houdt van mij en van jou.

1. Vertel over de grote liefde van de Heer

Onze lofzang en onze getuigenis gaan over de liefde van God.

  • Aanbidding

    Deze psalm begint met een lofzang (vv.2-19) over Gods liefde: 'Van uw liefde, HEER, wil ik eeuwig zingen' (v.2).

    Denk eens na over Gods grootheid en heerlijkheid en hoe geweldig het is dat de God van de hemelse machten van je houdt (v.9a). Deze liefde is iets wat je nooit kan worden afgenomen. De psalmdichter schrijft: 'Uw liefde houdt eeuwig stand' (v.3).
     
  • Getuigenis

    In de boodschap die je aan andere mensen vertelt, moet Gods liefde altijd centraal staan: 'Steeds opnieuw wil ik spreken over uw trouw' (b.2b, BGT).


Heer, dank U dat ik uw liefde en trouw mag ervaren. Help me, Heer, om andere mensen te blijven vertellen over uw liefde.
 

2. Denk na over de verbazingwekkende liefde van Christus

Twijfel je wel eens aan Gods liefde voor jou vanwege dingen die je overkomen?
 
Paulus heeft vreselijk geleden: afranselingen, gevangenschap en een heleboel andere ellende. Toch zegt hij dat dit lijden in het niet valt bij de heerlijkheid die we op een dag zullen zien. 'Het lijden van deze tijd staat in geen verhouding tot de luister die ons in de toekomst zal worden geopenbaard' (v.18).
 
Voor tijdens het wachten heb je 'als een voorproef van het nieuwe leven, de Heilige Geest ontvangen' (v.23, HB). De Heilige Geest is een voorschot op wat komen zal: de toekomstige heerlijkheid. Op een dag zal de hele schepping worden bevrijd (v.21). Hier en nu zucht en lijdt ons lichaam nog (v.22) terwijl het langzaam maar zeker aftakelt, maar op een dag worden we compleet genezen en hersteld. Je opstanding is niet alleen 'geestelijk', maar ook lichamelijk. 'Wij wachten (...) op de verlossing van ons lichaam' (v.23, WV).
 
Paulus vergelijkt dit met een zwangerschap. Je voelt de 'barensweeën' (v.22).
 
'De heilige Geest steunt ons als we het moeilijk hebben. Wij weten niet welke bedoeling God heeft met ons lijden. En we weten daarom niet wat we moeten bidden. Maar de heilige Geest zelf bidt voor ons, beter dan een mens het ooit zou kunnen. Zo smeekt hij God om ons te helpen' (v.26, BGT). Hij zorgt ervoor dat je bidt zoals God het wil (v.27). Als je gebeden worden ingegeven door de Geest, zullen ze zeker worden verhoord, omdat ze overeenstemmen met Gods wil.
 
Het leven is niet de willekeurige chaos die het soms lijkt. 'Wij weten dat voor wie God liefhebben, voor wie volgens zijn voornemen geroepen zijn, alles bijdraagt aan het goede' (v.28).
 
God werkt in elk aspect van je leven. 'Alle dingen' omvat ook onze fouten. God gebruikt zelfs je fouten ten goede. Hij regeert. Hij is almachtig. God brengt alles tot een goed einde voor wie Hem liefhebben. Het kruis laat bij uitstek zien dat God de allerergste gebeurtenis ooit heeft gebruikt voor het allerbeste; Hij kan het allerslechtste in je leven ten goede keren.
 
Deze belofte geldt voor alle christenen. Paulus weidt hier nog over uit in de verzen 29-30 (HSV): je bent uitgekozen, voorbestemd, geroepen, gerechtvaardigd en verheerlijkt. De eerste vier van deze gebeurtenissen hebben al plaatsgevonden, maar de verheerlijking vindt plaats in de toekomst. Toch gebruikt Paulus de voltooide tijd voor alle vijf. '... heeft Hij ook verheerlijkt'. Met dit gebruik van de voltooide tijd (in het Grieks de aorist genoemd) benadrukt Paulus dat hij zeker is van de toekomst; deze is al veiliggesteld.
 
Dit is verbijsterend. Dit is waarschijnlijk de boudste geloofsbelijdenis in het hele Nieuwe Testament. Er spreekt absolute zekerheid uit. De zekerheid van een christen is stevig gegrondvest op de trouwe liefde van God. Deze vaste grond weegt zwaarder dan alles wat je overkomt en zwaarder dan al je gevoelens.
 
Hoe weet je zeker dat God van je houdt? Paulus stelt vijf onbeantwoordbare vragen.

  • Als God aan jouw kant staat, hoe kun je dan verliezen?

    'Als God voor ons is, wie kan dan tegen ons zijn?' (v.31b). Als je God aan je kant hebt, maakt het niet uit wat anderen denken. Je wordt bevrijd van de angst voor wat anderen denken en je vindt dat niet meer zo belangrijk.
     
  • Als God bereid was voor jou zijn enige Zoon te geven, zou Hij je iets anders dan niet geven?

    'Zal hij, die zijn eigen Zoon niet heeft gespaard, maar hem omwille van ons allen heeft prijsgegeven, ons met hem niet alles schenken?' (v.32).
     
  • Wie durft jou aan te klagen?

    'Wie zal Gods uitverkorenen aanklagen?' (v.33a).
     
  • Als God de rechter is en Jezus je pleitbezorger, hoe kan een aanklager dan slagen?

    'God spreekt ons vrij van elke schuld. Wie zou ons kunnen veroordelen?' (v.33b-34a, HB). Jezus is onze advocaat. Hij is zeer ter zake kundig. 'Christus Jezus, die gestorven is' (v.34) heeft de straf al voor ons afbetaald. Hij is door God tot leven opgewekt (v.34). Hij zit op de eervolste plaats 'aan de rechterhand van God' (v.34). Hij pleit voor jou (v.34). Hij neemt het voor je op. Jezus houdt nooit op voor je te bidden.
     
  • Hoe kan iemand tussen jou en de liefde van Christus komen?

    Je kunt vervreemd of gescheiden raken van je vrienden en familie door omstandigheden of door de dood. Maar 'wat zal ons scheiden van de liefde van Christus?' (v.35a). Dit betekent niet dat het leven eenvoudig is. Je kunt te maken krijgen met problemen, ellende, haat, honger, verlies van huis en haard, dreigementen en verraad. 'Maar hoe zwaar het ook wordt, we zullen alle moeilijkheden overwinnen. Want God houdt van ons' (v.37, BGT). Je kunt je ook in de allermoeilijkste omstandigheden vastklampen aan Gods liefde voor jou.

    Paulus noemt zeventien dingen die ons van de liefde van God zouden kunnen scheiden, waaronder de moeilijkheden van het leven, bovenmenselijke omstandigheden, tijd en ruimte (vv.35-39). Hij noemt elke mogelijke moeilijkheid en uitdaging die op je pad kan komen. En hij trekt de conclusie dat hij volledig overtuigd is dat niets 'ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die hij ons gegeven heeft in Christus Jezus, onze Heer' (v.39). Isaac Watts schreef: 'Liefde, zo geweldig, zo goddelijk, vraagt mijn ziel, mijn leven, mijn alles.'
     

Heer, hoe kan ik U ooit bedanken voor uw geweldige liefde? Dank U dat U alles in mijn leven ten goede keert en dat er echt niets is dat mij kan scheiden van uw liefde.
 

3. Koester je in Gods trouwe liefde

Besef je wel dat God meer van je houdt dan een ouder van zijn of haar eigen kinderen?
 
Hosea spreekt van Gods liefde voor zijn volk ondanks hun trouweloosheid. Ze hebben allerlei misstanden, conflicten en afgoderij laten woekeren als 'onkruid' (10:4b) en 'dorens en distels' (v.8b). Zorg ervoor dat deze dingen niet de kans krijgen om in je leven te woekeren. Blijf onkruid wieden en wacht niet tot het je boven het hoofd groeit.
 
Blijf wieden, maar zaai ook mooie bloemen. God roept hen (en ons) op: 'Zaai gerechtigheid uit en u zult mijn liefde oogsten (...) want het is nu de tijd om de HERE te zoeken' (v.12, HB).
 
Hij gebruikt hier het beeld van ouderlijke liefde: 'Toen Israël nog een kind was, had ik het lief; uit Egypte heb ik mijn zoon weggeroepen (...) terwijl ik het toch was die Efraïm leerde lopen en hem op mijn arm nam. Maar zij beseften niet dat ík hen verzorgde. Zacht leidde ik hen bij de teugels, aan koorden van liefde trok ik hen mee; (...) ik hield hun het voer zelfs nog voor' (11:1-4).
 
Dit is een prachtig beeld van Gods liefde en tederheid, zoals een ouder zorgt voor een klein kind. Hij tilt het kind op, voedt het, leert het lopen en neemt het in zijn armen.
 
En hoewel het volk weigert om tot inkeer te komen en vastbesloten was zich van Hem af te keren (vv.5,7) kan Hij het toch niet loslaten (vv.5–8). 'Mijn hart wordt verscheurd, door barmhartigheid word ik bewogen' (v.8b). Dit is de liefde die je niet loslaat.
 

Dank U, Heer, voor uw liefde, tederheid, barmhartigheid en genade. Dank U dat niets mij kan scheiden van de liefde van God, die Hij ons gegeven heeft in Christus Jezus, onze Heer. Dank U dat uw liefde een kussen is waarop we ons moede hoofd te ruste kunnen leggen.
 

Pippa's bijdrage

Romeinen 8:28


'Wij weten dat voor wie God liefhebben, voor wie volgens zijn voornemen geroepen zijn, alles bijdraagt aan het goede.'
 
Ik heb me vaak vastgehouden aan dit vers als de dingen in het honderd liepen of uitliepen op een grote teleurstelling. Als ik terugkijk op dingen die niet zo zijn gelopen als ik had gehoopt, zie ik nu, achteraf, dat het maar goed was dat het zo is gegaan als het ging. Dat zag ik op het moment zelf niet. Toch zijn er nog wel een paar dingen die ik niet begrijp en waarnaar ik wil vragen als ik in de hemel ben.
 

Vers van de dag
Romeinen 8:28

'... wij weten dat voor wie God liefhebben, voor wie volgens zijn voornemen geroepen zijn, alles bijdraagt aan het goede.'
Forward
Share
Tweet
Share
+1
Copyright © 2018 Alpha Nederland, All rights reserved.



Afzender: Alpha Nederland - BiOY@alphanederland.org
Je ontvangt dagelijks deze mail met een vertaling van Bible in One Year 2017.