Copy
Je dagelijkse mail van bijbeljaar.nl
Bekijk deze mail in je browser
 Psalm     Nieuwe Testament     Oude Testament

De Heer is bij je

2 augustus - dag 214

De hertog van Wellington zei ooit over Napoleon: “Ik zei altijd over hem dat het leek alsof er veertigduizend man extra op het slagveld stond als hij er was.” De aanwezigheid van een sterke leider heeft een groot effect. Hoe groot is het effect van de geweldige aanwezigheid van God dan wel niet?
 
Er is een diepe, spirituele honger in ons hart die alleen kan worden gestild door de aanwezigheid van God Zelf. Adam en Eva voelden Gods nabijheid niet meer omdat ze hadden gezondigd. Sindsdien werd Gods nabijheid nooit meer zo gevoeld als daarvoor.
 
God is heilig. Gods nabijheid is niet vanzelfsprekend. Alleen dankzij het kruis en de opstanding van Jezus heb je toegang tot zijn nabijheid en ontvang je het geschenk van de Heilige Geest die in je woont. Nu mag je weten dat de Heer bij je is.

1. Zijn aanwezigheid brengt onze geheime zonden aan het licht

Ik herinner me een man in onze kleine groep bij Alpha die zei dat hij het concept 'zonde' niet begreep. Hij leefde volgens hem op een goede manier en dacht niet dat er iets in zijn leven was wat verkeerd was. Een paar weken later, tijdens het Alpha-weekend, leerde hij Jezus kennen en werd hij vervuld met de Heilige Geest. De tranen stroomden hem over de wangen. Hij zei dat hij besefte hoe zondig hij had geleefd en hoeveel vergeving hij had ontvangen.
 
Het licht van Gods aanwezigheid laat ons de donkere plekken van ons hart zien; de zonden die we liever verborgen houden, ook voor onszelf. De psalmdichter zegt: 'Heer, u bent ons een toevlucht geweest (...) U hebt onze zonden vóór u geleid, onze geheimen onthuld in het licht van uw gelaat' (vv.1b,8).
 
Hoe meer tijd we in Gods nabijheid doorbrengen, hoe meer licht er schijnt op onze zonden. Paulus beschreef zichzelf in het begin als 'de minste van de apostelen' (1 Korintiërs 15:9). Later noemde hij zichzelf 'de allerminste van alle heiligen' (Efeziërs 3:8). Ten slotte gebruikt hij de woorden 'de slechtste van alle mensen' (1 Timoteüs 1:15c, BGT) voor zichzelf.
 
Niet dat hij steeds slechter werd; door de geweldige kracht van Gods nabijheid werd hij zich steeds bewuster van het licht dat in zijn hart scheen. Dat zou negatief kunnen overkomen, maar voor Paulus was het precies het tegenovergestelde. Hij voelde een overweldigende dankbaarheid omdat hij, ondanks alles wat hij verkeerd had gedaan, wist dat alles hem was vergeven en dat hij een band met God mocht hebben.
 
Als christenen kunnen we uitzien naar die eeuwigdurende band. God is eeuwig: 'U bent, o God, van eeuwigheid tot eeuwigheid' (Psalm 90:2b). En toch weten we maar al te goed hoe kwetsbaar een mensenleven is. De psalmdichter wijst ons erop dat we als stervelingen terugkeren tot stof (v.3a). Hij schrijft dat we lijken op gras dat opschiet en ontkiemt in de morgen en 's avonds verwelkt en verdort (vv.5-6), dat we normaal gesproken niet langer leven dan 70 tot 80 jaar (v.10a).
 
Gods eeuwigheid hoort bij zijn wezen. Voor ons is eeuwig leven niet automatisch of natuurlijk. 'Het loon van de zonde is de dood', maar het geschenk van de eeuwige God is 'het eeuwige leven in Christus Jezus, onze Heer' (Romeinen 6:23).
 

Heer, dank U voor het bloed van Jezus, dat mij schoonwast van alle zonde en ongerechtigheid. Dank U dat ik door Hem toegang heb tot de geweldige nabijheid van God.
 

2. Zijn nabijheid via de kracht van de Heilige Geest

De nabijheid van God kan een ommekeer brengen in ons leven en dat van anderen. Hij geeft onze woorden en daden kracht. Hij maakt tekenen en wonderen mogelijk. Dit is kenmerkend voor de vroege gemeente. Dit zou kenmerkend moeten zijn voor onze kerkelijke gemeenschap van vandaag.
 
Paulus werkt toe naar het einde van zijn geweldige brief aan de Romeinen en vertelt over zijn eigen persoonlijke roeping: 'God stuurde mij naar de niet-Joden als dienaar van Jezus Christus. Overal vertel ik het goede nieuws. Daarmee dien ik God. Want de niet-Joden die het goede nieuws geloven, krijgen de heilige Geest. En die maakt hen heilig. Zo worden zij een geschenk dat God graag wil aannemen' (v.16, BGT).
 
Een priester is iemand die, onder andere, naar God gaat namens het volk en die naar het volk gaat namens God. In dit opzicht zijn we nu allemaal priesters. Je doet dienst als priester als je een boodschap van God bekendmaakt aan de wereld en als je naar God gaat, als je een voorspraak bent en bidt voor mensen buiten de kerk dat ze Christus mogen leren kennen. Als ze Hem hebben leren kennen, kunnen ze 'een God welgevallig offer worden, geheiligd door de heilige Geest' (v.16).
 
Paulus wilde het evangelie brengen waar mensen Christus niet kenden, zodat hij niet zou bouwen op het fundament van een ander (v.20). Hij deed dit door 'de heidenen tot gehoorzaamheid te brengen' (v.18). Hij verspreidde het evangelie van Christus (v.19).
 
Zijn verkondiging van het evangelie was holistisch. Net als bij Jezus ging zijn prediking in woorden gepaard met een demonstratie van het doorbrekende koninkrijk van God. Zijn verkondiging bestond uit drie dingen: 

  • Woorden

    Het evangelie is de krachtigste boodschap die er bestaat. Paulus verkondigde het evangelie: '... door wat ik zeg' (v.18).
     
  • Daden

    Verkondiging van het evangelie is meer dan alleen woorden, het vraagt ook om daden: '... door wat ik zeg en doe' (v.18). Zo kwam Paulus op voor de armen, zoals we hier lezen. Hij schrijft: '[ze] hebben voor de armen onder hen een collecte gehouden (...) [om] hen bij te staan in materiële zaken' (vv.26-27).
     
  • Wonderen

    Een derde factor in de verkondiging van het evangelie door Paulus was een demonstratie van de bovennatuurlijke kracht van de Heilige Geest: 'door zijn macht waarmee ik tekenen en wonderen verricht door de macht van Gods Geest' (v.19).

Mensen zijn vaak meer onder de indruk van wat ze zien dan van wat ze horen. Daarom zijn twee van de factoren van Paulus' verkondiging zichtbaar (daden en wonderen) en één hoorbaar (woorden).
 
De komst van de Heilige Geest met Pinksteren betekende een wijdverbreide uitstorting van Gods nabijheid. God is nu bij zijn volk door de Heilige Geest. Hij is bij je in je hart. Hij is er in het bijzonder bij als zijn gemeente samenkomt (zie bijvoorbeeld Matteüs 18:20).
 

Heer, ik bid U dat U uw kerk wilt herstellen met de geweldige kracht van uw aanwezigheid in ons midden. Heer, wilt u uw Heilige Geest weer over mij uitstorten. Laat ons zien dat levens radicaal veranderen als mensen God gaan gehoorzamen door wat wij zeggen en doen – door de kracht van tekenen en wonderen.
 

3. Zijn aanwezigheid vereist respect

We mogen Gods aanwezigheid nooit als vanzelfsprekend beschouwen. De Heer is nu bij je, altijd, door zijn Geest die in je woont.
 
God heeft zijn volk voorbereid op dit bijzondere voorrecht. In het Oude Testament was de ark het symbool van Gods nabijheid. In dit gedeelte zien we hoe belangrijk de ark was.
 
David overlegde met zijn legeraanvoerders. 'David (...) zei tegen de gemeenschap van Israël: 'Als u het ermee eens bent, en als de HEER, onze God, ons vrij baan geeft, laten we dan (...) de ark van onze God (...) hierheen halen.' De hele vergadering stemde ermee in (...) om de ark van God (...) op te halen (...) de ark van God (...) de ark van de HEER, waaraan een bijzondere naam verbonden is (...) David en de Israëlieten dansten vol overgave voor God, begeleid door zang en muziek van lieren, harpen, tamboerijnen, cimbalen en trompetten' (1 Kronieken 13:1-8).
 
De ark was een met goud beklede kist waarin onder andere de stenen platen met de tien geboden bewaard werden (zie Hebreeën 9:4). De ark was het heiligste voorwerp van de eredienst in de tempel. De ark was vooral het symbool van de geweldige aanwezigheid van God die op de cherubs troont (1 Kronieken 13:6, zie ook Exodus 25:22 en 1 Samuel 4:4).
 
Aan de ene kant bracht Gods aanwezigheid grote zegen. Toen de ark van God drie maanden bij de familie van Obed-Edom was, zegende de Heer de familie van Obed-Edom en alles wat hij bezat (1 Kronieken 13:14). Aan de andere kant vereiste Gods aanwezigheid groot respect en alles wat ook maar neigde naar respectloosheid werd afgestraft (vv.9-10).
 
David had een groot respect en grote eerbied voor God en zijn aanwezigheid. Daarom zegende de Heer zijn familie en alles wat hij bezat. David wist dat hij zijn leiderschapspositie aan God te danken had (14:2). Hij vroeg God regelmatig om leiding bij wat hem te doen stond (vv.10,14). En God gaf hem antwoord (v.14).
 
'Zo raakte de naam van David in alle landen verbreid, en op alle volken legde de HEERE grote vrees voor hem' (v.17, HSV). Het woord 'vrees' betekent in dit geval respect. Omdat David respect had voor Gods aanwezigheid, beloonde God David en zalfde hem op zo'n manier dat iedereen respect voor David had.
 

Heer, dank U dat ik, dankzij het bloed van onze Heer Jezus Christus, vrijmoedig en vol vertrouwen naar U toe kan komen. Dank U dat U door de Heilige Geest altijd bij me bent.
 

Pippa's bijdrage

Psalm 90:4-6


'Duizend jaar zijn in uw ogen als de dag van gisteren die voorbij is, niet meer dan een wake in de nacht. U vaagt ons weg als slaap in de morgen, als opschietend gras dat ontkiemt in de morgen en opschiet, en ’s avonds verwelkt en verdort.'
 
Nicky ging voor tijdens een uitvaart op de begraafplaats Putney Vale. Deze begraafplaats is enorm, zo veel graven, en dan zijn er nog duizenden andere begraafplaatsen. Op dat moment realiseerde ik me weer hoeveel mensen ons zijn voorgegaan en dat ons leven inderdaad maar kort is. Elke dag die we op deze aarde hebben is zo belangrijk. Ik wil geen enkele dag verspillen.
 

Vers van de dag
Romeinen 15:18b-19

'... door wat ik zeg en doe, door zijn macht waarmee ik tekenen en wonderen verricht door de macht van Gods Geest. Zo heb ik (...) het evangelie van Christus verspreid.'
Forward
Share
Tweet
Share
+1
Copyright © 2018 Alpha Nederland, All rights reserved.



Afzender: Alpha Nederland - BiOY@alphanederland.org
Je ontvangt dagelijks deze mail met een vertaling van Bible in One Year 2017.