Copy
Je dagelijkse mail van bijbeljaar.nl
Bekijk deze mail in je browser
afbeelding van Bible In One Year | bijbeljaar.nl
 Psalm     Nieuwe Testament     Oude Testament

De allerbelangrijkste vraag van de wereld 

14 februari - dag 45

C.E.M. Joad, een briljante professor in de filosofie aan de universiteit van Londen, was geen christen. Tijdens een interview op de radio werd hem gevraagd: 'Als u iemand uit het verleden zou kunnen ontmoeten en hem of haar één vraag zou kunnen stellen, wie zou u willen ontmoeten en wat zou u vragen?'
 
Zonder enige aarzeling antwoordde professor Joad: “Ik zou Jezus Christus willen ontmoeten en Hem de allerbelangrijkste vraag van de wereld stellen: “Bent u nou wel of niet opgestaan uit de dood?” ”
 
Op een dag zette professor Joad alle bewijzen voor zichzelf op een rijtje. Hij leerde Jezus kennen en schreef het boek 'The Recovery of Belief' (Herstel van geloof). Als Jezus Christus is opgestaan uit de dood, verandert dit alles.
 
Als de schrijvers van het Nieuwe Testament het hebben over de liefde van God, verwijzen ze naar het kruis. Als ze het hebben over de macht van God, verwijzen ze naar de opstanding: de 'allesovertreffende grootheid van Zijn kracht (...) die Hij gewerkt heeft in Christus, toen Hij Hem uit de doden opwekte' (Efeziërs 1:19-20, HSV). De opgestane Jezus zegt tegen zijn leerlingen: 'Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde' (Matteüs 28:18).
 
De opstanding betekent dat de opgestane Jezus nu bij jou is. Jezus vervolgt: 'Ik ben altijd bij jullie' (v.20, BGT).
 
Het resultaat van de opstanding is niet alleen zijn macht en nabijheid, maar ook zijn zorg voor ons.

1. Zijn kracht en macht

Volgens het Nieuwe Testament is Jezus 'Gods kracht' (1 Korintiërs 1:24).
 
David looft God om zijn macht en zijn kracht (Psalm 21:14). Hij heeft het over zijn vertrouwen in 'zijn hand' (v.9a) en vooral zijn 'rechterhand' (v.9b, WV). In de Bijbel wordt de hand, en in het bijzonder de rechterhand, gebruikt als symbool van macht (Exodus 15:6,12, HSV). David heeft het over Gods machtige hand in zijn oordeel.
 
In het Nieuwe Testament wordt vaak van de opgestane Jezus gezegd dat Hij zit aan 'de rechterhand van God' (bijvoorbeeld in Handelingen 2:33a). Als mensen die samenspannen en zinnen op kwaad (Psalm 21:12) het goed hebben in het leven, vergeet dan niet dat hun macht tijdelijk is, omdat Jezus zit op de plaats van het ultieme gezag en de ultieme macht aan de rechterhand van God. Er komt een dag dat God zal ingrijpen. Jezus is opgestaan en komt terug om de levenden en de doden te oordelen.

 

Heer, dank U voor uw grote kracht en macht. 'Verhef u, HEER, in uw kracht, wij zullen uw macht in liederen bezingen' (v.14).
 

2. Zijn nabijheid

In mijn ervaring is er niets mooiers in dit leven dan het gevoel van nabijheid van de opgestane Jezus.
 
Jezus geeft zijn volgelingen de opdracht om 'alle volken tot zijn leerlingen' te maken (v.19a). Dit is onze roeping als persoon en als kerkelijke gemeenschap. De visie van onze kerk is om onze taak te vervullen als het gaat om het evangeliseren van de wereld, de revitalisering van de kerk en de transformatie van de maatschappij. Deze visie is gebaseerd op deze opdracht van Jezus.
 
De opdracht gaat vergezeld van een belofte: 'Ik ben altijd bij jullie' (v.20b, BGT). De opstanding is niet alleen een historisch feit of een religieus idee; het is een realiteit die het hele leven verandert. God belooft jou de nabijheid van de opgestane Jezus terwijl je zijn opdracht uitvoert.
 
Als de vrouwen het lege graf zien, zegt de engel: 'Hij is niet hier (...) Hij is opgestaan (...) Galilea, daar zul je hem zien' (vv.6–7).
 
Vervuld van 'grote vreugde' rennen ze naar de leerlingen om het hun te vertellen. Onderweg komt Jezus hen tegemoet (v.9). Ze voelen de nabijheid van de opgestane Jezus (vv.8–10), ze grijpen zijn voeten vast en bewijzen Hem eer (v.9).
 
De pogingen om het lege graf op een andere manier te verklaren begonnen al vroeg (v.13). Niet iedereen geloofde dat Jezus was opgestaan (v.17b), ondanks alle bewijzen. Er werd gesuggereerd dat zijn leerlingen Hem 's nachts stiekem hadden weggehaald terwijl de soldaten sliepen (v.13). Sommige mensen gaan nog steeds uit van deze verklaring. Maar deze uitleg doet geen recht aan het bewijs.

  • De leerlingen waren mismoedig en bang. Alleen het wonder van de opstanding kon hen zo ingrijpend hebben veranderd.
     
  • Ze verwachtten niet dat Jezus zou opstaan uit de dood. Ze hadden geen reden om het lichaam te stelen.
     
  • Het graf werd streng bewaakt (27:62-66).
     
  • Ze waren niet de enigen die Jezus zagen. Gedurende een periode van 40 dagen na de opstanding zagen vele anderen Hem en spraken met Hem (Handelingen 1:3; 1 Korintiërs 15:6).
     
  • Als de leerlingen het lichaam hadden gestolen, was de rest van hun leven gebaseerd op een leugen. Mijn vriend Ian Walker, een wetenschapper aan de universiteit van Cambridge, werd christen omdat hij niet kon geloven dat de leerlingen bereid waren om martelingen te ondergaan en ter dood te worden gebracht voor iets waarvan ze wisten dat het niet waar was.

Het is echt waar. Jezus is opgestaan. De dood en het graf zijn niet het einde. In Christus zal ook jij worden opgewekt uit de dood.
 
Het waren vrouwen aan wie de boodschap van de opstanding als eerste werd toevertrouwd. Dit is vooral opmerkelijk omdat vrouwen in die tijd niet als getuigen konden optreden in een rechtszaak. In de Bijbel komen diverse andere vrouwelijke leiders voor, zoals Mirjam in het gedeelte uit het Oude Testament voor vandaag.
 
Het evangelie van Matteüs begint met de woorden dat Jezus 'God met ons' is (Matteüs 1:23). In het allerlaatste vers van het evangelie bevestigt Jezus dat Hij altijd bij al zijn volgelingen zal zijn. Hij belooft iedereen die in Hem gelooft en zijn opdracht opvolgt: 'Ik ben altijd bij jullie' (28:20b, BGT).
 

Heer, dank U dat U mij uitzendt om leerlingen te maken van alle volken en dat U mij hierbij de nabijheid van Jezus belooft.
 

3. Zijn zorg

Maak je je zorgen over de toekomst, over je gezondheid, je werk, je familie of je financiën? Neem je voor om je vandaag geen zorgen te maken. 'Als we ons zorgen maken over de dag van morgen, bederven we de dag van vandaag', schrijft Joyce Meyer. 'Vertrouw op God en leef bij de dag.'
 
In dit gedeelte lezen we dat God belooft voor ons te zorgen, maar wel met één dag tegelijk. Jezus heeft ons geleerd te bidden: 'Geef ons heden ons dagelijks brood' (Matteüs 6:11, HSV). Vertrouw erop dat God je geeft wat je nodig hebt, op het moment dat je het nodig hebt.
 
Het lied van Mozes en Mirjam in hoofdstuk 15 is een prachtig voorbeeld van dit vertrouwen in God in de vorm van lofprijzing. Zij prijzen God om wie Hij is (Exodus 15:1-5), ze loven God om wat Hij in het verleden heeft gedaan – redding, verlossing en zorg (vv.6-13) en ten slotte prijzen ze Hem om wat Hij in de toekomst zal geven – leiding, redding, bescherming en zorg (vv.14-18).
 
God belooft te zorgen voor hun materiële behoeften. Hij belooft dat Hij brood uit de hemel zal laten regenen (16:4a), ook wel manna genoemd (v.31). Elke dag geeft Hij hun alles wat ze nodig hebben, hun dagelijks brood. Iedereen verzamelt zoveel als hij nodig heeft (vv.18c, 21a). Maar de mensen mochten niets achter de hand houden voor toekomstig gebruik: 'Mozes verbood om ook maar iets ervan tot de volgende dag te bewaren' (v.19).
 
Dit hebben we in de loop der jaren ook ervaren als kerkelijke gemeenschap. God zorgt voor al onze materiële behoeften, maar geeft ons niet meer dan we nodig hebben. We sparen niet voor de toekomst, maar vertrouwen erop dat God ons iedere maand, ieder jaar zal geven wat we nodig hebben.
 
Het is wel verleidelijk om wat we ontvangen op te sparen, zodat we iets achter de hand hebben, in plaats van te vertrouwen dat God ons alles zal geven wat we nodig hebben, op het moment dat we het nodig hebben. Dit geldt ook voor onze geestelijke behoeften; we vinden het heel moeilijk om te vertrouwen op zegeningen uit het verleden.
 
Het is spijtig om te zien hoe snel het volk van God zijn goedheid en zorg in het verleden lijkt te vergeten en begint te klagen over actuele problemen. Ik kom ook vaak in de verleiding om dat te doen. Dit gedeelte herinnert ons eraan dat we erop moeten vertrouwen dat God voor ons zorgt, in goede en in slechte tijden.
 
Jezus Zelf zegt tegen ons dat God Hem heeft gezonden om voor ons te zorgen. Hij zegt: 'Ik ben het brood dat leven geeft. Uw voorouders hebben in de woestijn manna gegeten en toch zijn zij gestorven. Maar dit is het brood dat uit de hemel is neergedaald; wie dit eet sterft niet. Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald; wanneer iemand dit brood eet zal hij eeuwig leven. En het brood dat ik zal geven voor het leven van de wereld, is mijn lichaam' (Johannes 6:48-51).
 
Het is de opstanding van Jezus die heeft gezorgd voor het eeuwige aspect van deze zorg. Aangezien Jezus is opgewekt tot leven, zal ieder die dit brood eet eeuwig leven hebben.
 

Dank U, Heer, voor uw belofte om uit de overvloed van uw majesteit al onze tekorten aan te vullen door Christus Jezus (Filippenzen 4:19). Ik kijk met dankbaarheid terug en kijk vol verwachting vooruit in het vertrouwen dat U mij alles zult blijven geven wat ik nodig heb, uit de overvloed van uw majesteit door Christus Jezus.
 

Pippa's bijdrage

Matteüs 28:1-8


In een cultuur waarin vrouwen als tweederangs burgers werden beschouwd, verschijnt Jezus als eerste aan twee vrouwen. Hij koos twee heel gewone vrouwen en vertrouwde hun het belangrijkste nieuws in de geschiedenis van de mensheid toe.
 

Vers van de dag
Matteüs 28:20

'... ik ben altijd bij jullie...'
Forward
Share
Tweet
Share
+1
Copyright © 2018 Alpha Nederland, All rights reserved.



Afzender: Alpha Nederland - BiOY@alphanederland.org
Je ontvangt dagelijks deze mail met een vertaling van Bible in One Year 2017.