Copy
Je dagelijkse mail van bijbeljaar.nl
Bekijk deze mail in je browser
 Psalm     Nieuwe Testament     Oude Testament

De uitgang van de doolhof

21 juli - dag 202

Toen hij achttien was liep Billy Nolan weg van de koopvaardijvloot. Vijfendertig jaar lang was hij verslaafd aan alcohol. Twintig jaar lang zat hij voor de deur van Holy Trinity Brompton te drinken en om geld te bedelen. Op 13 mei 1990 keek hij in de spiegel en zei tegen zichzelf: “Je bent niet meer de Billy Nolan van vroeger.” Om het in zijn woorden te zeggen, hij vroeg de Heer Jezus Christus om in zijn leven te komen en sloot een verbond met Hem dat hij nooit meer alcohol zou drinken. Sinds die dag heeft hij geen druppel meer aangeraakt. Zijn leven veranderde volkomen; de liefde en vreugde van Christus spatte van hem af. Ik zei op een dag tegen hem: “Billy, je ziet er gelukkig uit.” Hij zei: “Ik ben ook gelukkig, want ik ben vrij. Het leven is als een doolhof en ik heb eindelijk de uitgang gevonden dankzij Jezus Christus.”
 
Augustinus schreef dat God de meester is 'in wiens dienst volmaakte vrijheid te vinden is'. Dit is een enorme tegenstelling. Veel mensen denken dat ze hun vrijheid verliezen als ze God dienen. Maar het tegendeel is waar. Als we voor onszelf leven is dit eigenlijk een soort slavernij. God dienen volgens 'de nieuwe orde van de Geest' (Romeinen 7:6) is de weg naar volmaakte vrijheid; de vrijheid om een band te hebben met Hem en om te zijn wie je diep van binnen graag wil zijn.

1. Smeek God om hulp

In deze psalm wordt een situatie beschreven zoals die van Billy Nolan. 'Ik ben ingesloten en zie geen uitweg meer. Mijn ogen zijn dof van ellende' (v.9c-10a).
 
De psalmdichter heeft het verschrikkelijk zwaar. Hij is 'ziek van ellende' (v.4a, BGT). Hij denkt dat hij doodgaat: 'Ik ben al bijna in het land van de dood (...) Het is alsof ik al in mijn graf lig' (vv.4-5, BGT). Hij zit in 'de diepste diepten' (v.7, HB), is 'aan het eind van zijn krachten' (v.5), 'ingesloten (...) en [ziet] geen uitweg' (v.9). Zelfs zijn beste vrienden is hij kwijt (v.9).
 
Hij weet dat alleen God ons kan redden: 'HERE, U bent de God die mij redt' (v.2a, HB). Hoe groot je moeilijkheden ook lijken, je kunt God altijd om bevrijding vragen.
 

'Heer, God, mijn redder, overdag schreeuw ik het uit, 's nachts zit ik stil voor u neer. Laat mijn gebed u bereiken, luister naar mijn klagen' (vv.2-3).
 

2. Dien God

In een van de afleveringen van Thomas de Trein ligt Thomas op zijn kant omdat hij van de rails is gevallen. Hij roept: “Ik ben vrij, ik ben eindelijk vrij. Ik ben van de rails gevallen en ik ben vrij!” In werkelijkheid is Thomas natuurlijk veel vrijer als hij op de rails staat en doet waarvoor hij gemaakt is.
 
Dat geldt ook voor ons. We denken misschien dat we vrijer zijn als niemand ons vertelt wat we moeten, maar dit is een misvatting, want dan zijn we slaaf van de zonde, een weg die leidt naar de dood (v.21).
 
Paulus is bang dat zijn lezers zijn woorden verkeerd zullen uitleggen en zullen zeggen dat het niet uitmaakt als je blijft zondigen. Hij schrijft: 'Betekent dit nu dat we vrijuit mogen zondigen omdat we niet onder de wet staan, maar onder de genade leven? Absoluut niet' (v.15).
 
Het feit dat je zeker mag zijn van vergeving is geen vrijbrief om maar te blijven zondigen. Genade is geen 'verlaat-de-gevangenis-zonder-betalen' voor zonde. Het is absurd om te blijven zondigen, en wel om twee redenen:
 

  • Nieuwe Heer

    Als christen heb je een nieuwe Heer. Je dient nu God, je bent een gehoorzame knecht 'in dienst van het goede nieuws' (v.17, BGT) en die dienst geeft je vrijheid. Of we het nu leuk vinden of niet, we zijn allemaal slaven. Zonde is een vorm van slavernij die niets anders te bieden heeft dan geestelijke gevangenschap en de dood, maar als je God dient vind je volmaakte vrijheid. Want 'de genade van God geeft wat niemand verdient: Eeuwig leven met Christus Jezus, onze Here’ (v.23, HB). 

    God is je nieuwe Heer. Telkens als je de zonde laat winnen, ga je in tegen het principe van genade. De genade wil je bevrijden van de zonde en wil je eeuwig leven geven. Als je in de verleiding komt, weet dan dat je niet hoeft toe te geven. Je bent geen slaaf meer van de zonde. Je hebt de vrijheid om 'nee' te zeggen.

    Denk ook aan wat je krijgt als je gehoorzaamt. Door God te dienen 'oogst u toewijding aan hem en zelfs het eeuwige leven' (v.22).
     
  • Nieuwe liefde

    Het is absurd om te blijven zondigen omdat je niet alleen een nieuwe Heer hebt, maar ook een nieuwe liefde.

    Paulus gebruikt een aspect van het huwelijk om dit te illustreren. Een vrouw wordt ontslagen van de verplichting van de huwelijkswet als haar echtgenoot sterft. De dood onttrekt ons aan de wet (7:1-6).

    Zo zijn wij als christenen dood voor de wet. Onze oude liefde was de wet, maar als christenen 'zijn we bevrijd; we zijn dood voor de wet, zodat we niet meer de oude orde van de wet dienen, maar de nieuwe orde van de Geest' (v.6). Je kunt je nu verbinden aan je nieuwe liefde, aan Jezus, net zoals het een vrouw na de dood van haar echtgenoot vrij staat om met een nieuwe liefde te trouwen (vv.3-4).

Nu je leeft onder genade in plaats van onder de wet, heb je de Geest die in je woont en die je vult met de wil en de kracht om het goede te doen. In verbondenheid met je nieuwe liefde, Jezus, dien je niet langer de oude orde van de wet, maar de nieuwe orde van de Geest (v.6). Paulus is wel realistisch over de voortdurende strijd die we moeten voeren met de zonde. Hier lezen we morgen over.


Heer, dank U dat we U kunnen dienen in volmaakte vrijheid. Heer, vandaag wil ik mij in dienst stellen van de gerechtigheid (6:19). Ik wil U dienen, mijn Heer en liefde, in de orde van de Geest.
 

3. Zoek Gods vrijheid

Sommige mensen vinden 'zonde' een moeilijk begrip, maar 'te veel van iets houden' (afgoderij) begrijpen de meeste mensen wel. Onze grootste liefde is dat wat we dienen en aanbidden.
 
Dit gedeelte van het Oude Testament is een illustratie van het principe dat Paulus uiteen heeft gezet in zijn brief aan de Romeinen, dat het leven van mensen die slaaf zijn van de zonde een doolhof is.
 
God houdt van zijn volk (3:1). De profeet Hosea krijgt de opdracht om dit duidelijk te maken door zijn vrouw nogmaals te laten zien dat hij van haar houdt ondanks haar overspel (v.1): 'Hosea, laat je vrouw opnieuw zien dat je van haar houdt, ook al slaapt ze met andere mannen. Doe dat als teken van mijn liefde voor de Israëlieten. Want ik houd van hen, ook al kiezen zij voor andere goden. Ze brengen liever offers aan hen dan aan mij' (v.1, BGT).
 
Hosea spreekt de woorden van de Heer: 'Ze [de Israëlieten] kennen geen eerlijkheid meer en geen liefde, en met God zijn ze niet meer vertrouwd. Het is een en al meineed en bedrog, niets dan moord, diefstal en overspel; het ene bloedbad volgt op het andere' (4:1-2). Het volk maakt zich schuldig aan overspel en hoererij (4:13b, 4:15, 5:3). Dit is een heel aardige beschrijving van hoe het er nu in veel samenlevingen aan toe gaat.
 
De leiders gaven niet het goede voorbeeld: 'Hoe talrijker de priesters werden, des te meer zondigden ze tegen mij. Maar ik zal hun aanzien verruilen voor schande. Ze teren op de zonden van mijn volk en hongeren naar nog meer. Ik zal volk en priesters over één kam scheren: ik zal hun wangedrag bestraffen, hun misdaden zal ik vergelden' (4:7-9).
 
Ze vonden geen vrijheid in hun zonde, maar waren ontevreden en verslaafd door hun zonde: 'Ze zullen eten, maar hun honger zal blijven. Ze zullen met veel vrouwen slapen, maar niet veel kinderen hebben (...) En ze drinken zo veel wijn, dat ze hun verstand kwijtraken (...) Jullie hebben mij verlaten, jullie hebben andere goden gezocht' (vv.10-12, BGT). 'Als de Israëlieten zo veel van hun afgoden houden, moeten ze het zelf maar weten (...) Eerst worden ze dronken, daarna gaan ze naar de hoeren' (vv.17-18, BGT).
 
Ze konden niet meer terug naar God: 'Hun daden verhinderen hen terug te keren naar hun God' (5:4a). Overspel en hoererij waren wijdverbreid onder het volk (4:13-14; 5:3). Het lijkt wel of de duivel het volk in zijn macht had; 'ze zijn bezeten van ontucht, waardoor de HEER een vreemde voor hen geworden is' (5:4b). God houdt zich voor hen verborgen (v.6).
 
Maar Hij doet dit om het volk ertoe te bewegen bij Hem terug te komen. Hiervoor moeten ze schuld bekennen en naar God op zoek gaan. 'Door de nood gedreven zullen ze weer naar mij vragen' (v.15b).
 
“Hoe moeten we God eigenlijk zoeken?”, vraagt Joyce Meyer zich af. Haar antwoord is dat we over Hem moeten nadenken en ons moeten afvragen wat Hij belangrijk vindt en wat Hij over bepaalde dingen zegt. Als we Hem zoeken, komen we een heleboel te weten over Gods oplossingen voor onze problemen. Bovendien vinden we vreugde, vrede, liefde, wijsheid en alles wat we nodig hebben in dit leven. Ze drukt ons op het hart om Hem vandaag te zoeken en te raadplegen bij alle aspecten van je leven.
 

Heer, vandaag wil ik U zoeken. Ik leg al mijn problemen voor U neer... Wilt U me laten zien wat U wilt dat ik doe? Heer, geef me wijsheid. Help me vandaag om volmaakte vrijheid te vinden door U met hart en ziel te dienen.
 

Pippa's bijdrage

Romeinen 6:23b


'... het geschenk van God is het eeuwige leven in Christus Jezus, onze Heer.'
 
Ik vind het altijd moeilijk om cadeautjes voor anderen te kopen. Ik ben vaak onder de indruk van de vriendelijkheid, gulheid en aandacht van anderen als ik een cadeautje krijg. En Gods geschenk aan ons is nog veel indrukwekkender: EEUWIG LEVEN. Dit geschenk raakt nooit uit de mode, verslijt niet en raak je niet kwijt. Het is het kostbaarste geschenk van allemaal. Jezus heeft er een enorm offer voor gebracht om het je te geven; het is voorgoed en volmaakt.
 

Vers van de dag
Romeinen 6:23

'Het loon van de zonde is de dood, maar het geschenk van God is het eeuwige leven in Christus Jezus, onze Heer.'
Forward
Share
Tweet
Share
+1
Copyright © 2018 Alpha Nederland, All rights reserved.



Afzender: Alpha Nederland - BiOY@alphanederland.org
Je ontvangt dagelijks deze mail met een vertaling van Bible in One Year 2017.