Copy
Je dagelijkse mail van bijbeljaar.nl
Bekijk deze mail in je browser
afbeelding van Bible In One Year | bijbeljaar.nl
 Psalm     Nieuwe Testament     Oude Testament

Waarom staat God het lijden toe? 

26 januari - dag 26

Een jongetje van één brak zijn rug toen hij van de trap viel. Hij bracht het grootste deel van zijn kindertijd en jeugd door in het ziekenhuis. Gavin Read, de voormalige bisschop van Maidstone, had een gesprek met hem in de kerk. De jongen zei: “God is rechtvaardig.” Gavin vroeg: “Hoe oud ben je?” “Zeventien”, antwoordde de jongen. “Hoeveel jaar heb je in het ziekenhuis gelegen?” De jongen antwoordde: “Dertien jaar.” Gavin vroeg: “Vind je dat rechtvaardig?” De jongen gaf als antwoord: “God heeft de eeuwigheid om het goed met me te maken.”
 
We leven in een wereld waar alles altijd hier en nu moet. We zijn het perspectief van de eeuwigheid kwijt. Het Nieuwe Testament staat vol prachtige beloften voor de toekomst: de hele schepping wordt hersteld. Jezus komt terug om een 'nieuwe hemel en een nieuwe aarde' tot stand te brengen (Openbaring 21:1). Daar wordt niet meer gehuild, want er is geen pijn en geen lijden meer. Ons breekbare, sterfelijke lichaam wordt veranderd in een lichaam dat lijkt op het heerlijke verrezen lichaam van Jezus.
 
Lijden maakte geen deel uit van Gods oorspronkelijke schepping (zie Genesis 1-2). Er was geen lijden in de wereld totdat de mens tegen God in opstand kwam. Er zal geen lijden zijn als God een nieuwe hemel en een nieuwe aarde schept (Openbaring 21:3-4). Lijden is een indringer van buitenaf in Gods wereld.
 
Dit is natuurlijk geen allesomvattend antwoord op de vraag 'Waarom staat God het lijden toe?' We lazen gisteren dat er geen eenvoudige of volledige verklaring is, maar de gedeelten van vandaag geven een beetje meer inzicht.
 

In Nicky Gumbels boek over lijden lees je meer over dit onderwerp. Je vindt deze tekst ook in hoofdstuk 1 van Nicky Gumbels boek 'Brandende kwesties'

1. Zie het lijden in dit leven in de context van de eeuwigheid

De psalm voor vandaag is een van de weinige gedeelten van het Oude Testament waarin vooruit wordt gekeken naar de hoop van eeuwigheid bij God. David schrijft: 'U levert mij niet over aan het dodenrijk en laat uw trouwe dienaar het graf niet zien. U wijst mij de weg naar het leven: overvloedige vreugde in uw nabijheid, voor altijd een lieflijke plek aan uw zijde' (vv.10-11).

 

Dit is onze hoop voor de toekomst. Deze verzen laten zien dat de opstanding van Jezus is voorspeld in de Schriften (zie Handelingen 2:25-28). Dit leven is niet het einde. Je kunt je verheugen op en uitkijken naar een eeuwigheid bij God, overvloedige vreugde en voor altijd een lieflijke plek aan zijn zijde. '... het lijden van deze tijd [staat] in geen verhouding tot de luister die ons in de toekomst zal worden geopenbaard' (Romeinen 8:18).

Heer, dank U dat ik in Christus kan uitkijken naar een herrezen lichaam en een eeuwigheid bij God, overvloedige vreugde en voor altijd een lieflijke plek aan Zijn zijde.

2. De relatie tussen menselijke vrijheid en lijden

God houdt van jou. Liefde is geen liefde als deze wordt afgedwongen; het kan alleen liefde zijn als het een echte keuze is. God heeft de mens de keuze en de vrijheid gegeven om lief te hebben of niet lief te hebben. Zo veel lijden is het gevolg van onze keuze om God of anderen niet lief te hebben: 'Maar wie achter andere goden aan loopt, stort zich in ellende' (Psalm 16:4, GNB).
 
Maar Jezus verwerpt nadrukkelijk de automatische koppeling tussen zonde en lijden (Johannes 9:1-3). Hij wijst er ook op dat natuurrampen niet noodzakelijkerwijs een straf van God zijn (Lucas 13:1-5). Maar soms is lijden wel een rechtstreeks gevolg van onze zonde of de zonde van anderen. In dit gedeelte zien we drie voorbeelden:

  • Afdwalen

    Jezus vertelt over een schaap dat afdwaalt (Matteüs 18:12).

    Als we afdwalen van de bescherming van de Herder, zijn we kwetsbaar. Maar God blijft ons steeds zoeken, omdat Hij niet wil dat 'een van deze geringen verloren gaat' (v.14).
     
  • Zonden van andere mensen

    Jezus zegt: 'Als een van je broeders of zusters tegen je zondigt' (v.15a). Zo veel lijden in deze wereld is het gevolg van de zonde van andere mensen; persoonlijk leed, leed van een gemeenschap of leed van de hele wereld. In dit gedeelte stippelt Jezus een weg naar verzoening uit.
     
    Hij roept zijn leerlingen op om onbeperkt te vergeven. Jezus zegt dat als mensen tegen ons zondigen, we hen moeten vergeven, niet zevenmaal, maar zeventig maal zeven maal (vv.21-22).
     
    Vergeven is niet makkelijk. Het kruis laat ons zien hoe pijnlijk het is en hoeveel het kost. Vergeving betekent niet dat je goedkeurt wat de ander heeft gedaan, ook niet dat je het vergoelijkt, ontkent of net doet alsof het je geen pijn heeft gedaan. Je bent je bewust van wat de ander heeft gedaan en toch word je aangespoord om te vergeven. Neem in je persoonlijke relaties afstand van alle boosheid, wraak en vergelding en wees barmhartig en genadig voor degene die je heeft gekwetst.
     
  • Gebrek aan vergevingsgezindheid
    Soms kan het heel moeilijk zijn om te vergeven. C.S. Lewis schreef: 'Iedereen denkt dat vergeving een goed idee is, totdat ze zelf iets moeten vergeven.'
     
    In de laatste gelijkenis zien we hoeveel een gebrek aan vergevingsgezindheid kapot kan maken. De onwil van de eerste dienaar om een relatief kleine schuld kwijt te schelden maakt zijn relatie met de andere dienaren kapot en zorgt ervoor dat de tweede dienaar in de gevangenis belandt. Gebrek aan vergevingsgezindheid maakt zo vaak de relatie tussen mensen kapot en doet hen uithalen naar degene van wie ze denken dat die tegen hen gezondigd heeft. We zien dit in het aantal stukgelopen huwelijken, verbroken relaties en in conflicten tussen bevolkingsgroepen.
     
    We verdienen onze vergeving niet; Jezus heeft die voor jou bewerkstelligd aan het kruis. Maar je vergevingsgezindheid is het bewijs dat je Gods vergeving hebt ervaren. Mensen aan wie vergeving is geschonken, vergeven op hun beurt. We hebben allemaal zo veel vergeving ontvangen van God, dat we de relatief kleine schulden van andere mensen aan ons moeten blijven vergeven.
     
    Ik ben God zo dankbaar dat Hij geen limiet stelt aan hoe vaak Hij mij vergeeft. Maar als ik naar anderen kijk, ben ik wel eens geneigd te denken: 'Ik wil best een keer vergeven, en ook wel twee keer, maar als dit blijft doorgaan hoef ik toch niet steeds weer te vergeven?'
     
Ontwikkel in je hart dezelfde houding ten opzichte van andere mensen als Gods houding ten opzichte van jou.
 

Heer, help me om lief te hebben, om te zoeken naar mensen die verdwaald zijn en om barmhartig te zijn. Help me om geen leed te veroorzaken, maar mijn leven te geven om, net als Jezus, het leed in de wereld te verminderen.

3. Reageer altijd op lijden met medelijden

Het hele boek Job gaat over lijden. Het draait eigenlijk om de vraag: 'Hoe moeten we reageren op lijden?'
 
Mogelijk zien we ook iets van de oorsprong van lijden. Toen de engelen hun opwachting maakten bij God, bevond Satan zich onder hen (1:6). Hij had 'rondgezworven en rondgedoold op aarde' (v.7). Het is duidelijk dat Satan erop uit is om zoveel mogelijk leed aan te richten.
 
Het lijkt erop dat Satan een gevallen engel is. Het schijnt dat God, voordat Hij de mens maakte, andere vrije, vindingrijke en intelligente wezens maakte en dat er een opstand was in het geestelijke rijk voordat de mens überhaupt ten tonele verscheen.
 
Een groot deel van het leed kan worden verklaard door het feit dat we leven in een gebroken wereld; een wereld waarin de hele schepping is aangetast, niet alleen door de zonde van de mens, maar daarvoor al door de zonde van Satan. De slang was er al voordat Adam en Eva hun zonde begingen. Het gevolg van de zonde van Adam en Eva was dat 'dorens en distels' hun intrede deden in de wereld (Genesis 3:18). Sindsdien is 'de schepping (...) ten prooi aan zinloosheid' (Romeinen 8:20). Natuurrampen zijn het gevolg van de wanorde in de schepping.
 
Satan kreeg de gelegenheid om een aantal grote tragedies te veroorzaken in het leven van een man die rechtschapen en onberispelijk was, die ontzag had voor God en het kwaad uit de weg ging (Job 1:1). Job verloor zijn geld, materiële bezittingen (1:13-17), familieleden (1:18-19), zijn gezondheid (2:1-10) en uiteindelijk ook de steun van zijn vrienden.
 
Als we worden geconfronteerd met onverklaarbaar leed, geven we maar al te gemakkelijk God de schuld. Hoewel hij niet wist waarom hij zoveel ellende over zich heen kreeg, besloot Job in zijn lijden God te blijven vertrouwen en aanbidden, net als hij in goede tijden had gedaan (1:21,2:10). De schrijver is vol bewondering: 'Ondanks alles zondigde Job niet en sprak hij geen onvertogen woord' (v.10b). Hij bleef trouw onder de allermoeilijkste omstandigheden.
 
In eerste instantie reageerden Jobs vrienden op de juiste manier: '... zeven dagen en zeven nachten bleven ze naast hem op de grond zitten zonder iets tegen hem te zeggen, want ze zagen hoe vreselijk hij leed' (v.13). Bij vreselijk lijden kunnen pogingen om het te rationaliseren contraproductief zijn. Vaak kun je het beste een arm om iemands schouder leggen en verdriet hebben met wie verdriet heeft (Romeinen 12:15), deelgenoot zijn van hun lijden voor zover je dat kunt.
 
Uiteindelijk keert God Jobs lot en geeft hem twee keer zoveel als hij eerst had. We weten nu dat God, door Jezus, de eeuwigheid heeft om al je lijden in dit leven te compenseren.
 

Heer, help me om medelijden te tonen met mensen die lijden en te huilen met hen die huilen.

Pippa's bijdrage

Psalm 16:7


'Zelfs in de nacht spreekt mijn geweten.'
 
Midden in de nacht komen er veel gedachten in ons op en vaak ook zorgen. Als we die uitspreken in gebed, kan God met ons praten, ons sturen en kan ons lichaam zich veilig en beschut voelen (v.9).
 

Forward
Share
Tweet
Share
+1
Copyright © 2018 Alpha Nederland, All rights reserved.



Afzender: Alpha Nederland - BiOY@alphanederland.org
Je ontvangt dagelijks deze mail met een vertaling van Bible in One Year 2017.