Copy
Je dagelijkse mail van bijbeljaar.nl
Bekijk deze mail in je browser
afbeelding van Bible In One Year | bijbeljaar.nl
 Psalm     Nieuwe Testament     Oude Testament

Het einde is nog maar het begin 

26 oktober - dag 299

In de film 'The Best Exotic Marigold Hotel' zegt een van de personages: “Aan het eind komt alles goed (...) Als het niet goed is, is het nog niet afgelopen.” Deze woorden weerspiegelen een diepzinnige, theologische waarheid.
 

1. Loop de wedstrijd tot het einde

Wees vastbesloten om, net als de psalmdichter, trouw aan de Heer te blijven tot op het allerlaatst. Zeg: 'Met hart en ziel ben ik bereid uw wetten uit te voeren, eeuwig, tot het einde toe' (v.112).
 
Je zou het leven kunnen vergelijken met een hordeloop. Onderweg komen we allerlei hindernissen tegen (v.110a). We komen in de verleiding om af te dwalen (v.110b, HSV) en we moeten lijden (v.107b, BGT).
 
Hoe voorkom je dat je valt of dat je er een puinhoop van maakt? In het donker lopen is eng en gevaarlijk. De oplossing van de psalmdichter tegen de duisternis van de wereld om ons heen is het woord van God. Dat geeft:

  • Richting

    Het Woord van God schijnt in de duisternis: 'Uw woord is een lamp voor mijn voet, een licht op mijn pad' (v.105). Dankzij Gods woord kunnen we de hindernissen op ons pad zien en hopelijk voorkomen dat we erover struikelen. Lees regelmatig in Gods woord en Hij wijst je stap voor stap de weg: 'Uw woord is een stralend licht, dat mij de weg door het leven wijst' (v.105, HB).
     
  • Voeding

    Je hebt geestelijk voedsel nodig om verder te kunnen en Gods woord is 'zoeter dan honing voor mijn mond' (v.103b).
     
  • Wijsheid

    Je hebt wijsheid nodig als je te maken krijgt met moeilijke situaties en beslissingen. Gods woord geeft je inzicht (v.104a).
     
  • Bemoediging

    Het valt niet mee. De psalmdichter schrijft: 'Mijn leven is voortdurend in gevaar' (v.109a). Je hebt bemoediging nodig om door te gaan en Gods woord is 'mijn eeuwig bezit' en 'de vreugde van mijn hart' (v.111)
God is trouw en Hij zal je helpen. De psalmdichter schrijft: 'Aanvaard, HEER, de lof uit mijn mond' (v.108a). Hij is vastbesloten om met Gods hulp door te gaan 'tot het einde toe' (v.112b).
 

Heer, als ik terugkijk op mijn leven is er zoveel om U voor te danken en te loven! Aanvaard de lof uit mijn mond voor ...
 
Uw woorden zijn de 'vreugde van mijn hart' (v.111). 'Met hart en ziel ben ik bereid uw wetten uit te voeren, eeuwig, tot het einde toe' (v.112).
 

2. Geef het stokje door aan de volgende generatie

Op een bepaalde manier lijkt leiderschap op een estafettewedstrijd. Opvolging is essentieel. Geef het stokje door aan de volgende generatie, want met jouw aandeel is de wedstrijd nog niet afgelopen.
 
Paulus' leven veranderde toen hij op weg naar Damascus Jezus ontmoette. Hij besefte op dat moment dat God Jezus had opgewekt uit de dood en dat de dood (het einde van dit leven) dus niet het eind is.
 
Hij beschouwt zichzelf als 'dienaar van God (...) met de opdracht om Gods uitverkorenen tot geloof te brengen' (v.1). Jezus heeft hem uitgezonden om 'christenen meer inzicht te geven in de waarheid, zodat ze God nog beter kunnen dienen' (vv.1-4, BGT).
 
Ooit komt Jezus terug en dat zal het einde zijn van de wereld zoals wij die kennen. Maar zelfs dat is niet het einde. Paulus streeft ernaar om hoop te geven op eeuwig leven (v.2). Dit geweldig goede nieuws is de inspiratie en drijfveer voor Paulus' dienst aan God en de wereld.
 
Dit is de grondslag van je geloof. Dit is de waarheid. Je kunt volkomen zeker zijn van je toekomst vanwege deze hoop op eeuwig leven. Deze hoop heeft God vanaf het allereerste begin beloofd, en je kunt hierop rekenen omdat God niet liegt (v.2). Deze boodschap is aan Paulus toevertrouwd in opdracht van God (v.3).
 
Uiteindelijk heb jij de zekere hoop op eeuwig leven. Tot die tijd moet je nog een aantal zaken regelen (v.5). Paulus vertelt Titus wat hij moet doen. Het lijkt erop dat Titus, net als Timoteüs, door Paulus tot geloof is gekomen (v.4).
 
Paulus is bijna aan het einde van zijn deel van de wedstrijd. Maar het einde van zijn deel is niet het einde van de wedstrijd. Hij geeft het stokje door aan Titus 'zodat je nog een aantal zaken kon regelen' (v.5). Tegelijkertijd spoort hij Titus aan om het stokje door te geven aan anderen en 'in elke stad oudsten aan te stellen' (v.5b).
 
Bij opvolging is het van het grootste belang om de juiste leiders te zoeken. De eigenschappen die Paulus opsomt lijken sterk op de lijst die we al in Timoteüs hebben gezien (vv.5-9).
 
Hij zet deze capabele, vrome leiders tegenover mensen die 'belijden dat ze God kennen, maar hun daden weerspreken dat' (v.16). Deze mensen maken gezinnen kapot met hun verkeerde uitleg van het geloof. Ze doen dit om er zelf beter van te worden. Ze worden niet veroordeeld om hun zonde. Ze begrijpen niet dat ze slechte dingen doen (vv.10-16).
 
Dit is de taak van een goede geestelijk leider: 'met de juiste christelijke uitleg mensen moed inspreken, en tegenstanders op hun fouten wijzen' (v.9, BGT). Dit is geen vrijbrief om andere christenen of kerken die niet precies hetzelfde zijn als wij te bekritiseren en te veroordelen. In vers 10-16 lezen we welk soort gedrag kerkleiders moeten bestrijden, bijvoorbeeld het gedrag van mensen die met hun verkeerde uitleg het geloof van hele families kapotmaken en dat alleen maar doen om geld te verdienen (v.11, BGT).
 
Het uiteindelijke doel van dit sterke leiderschap is om te voorkomen dat het volk van God afdwaalt van het juiste pad. We moeten hierbij de visie van eeuwig leven die Paulus aan het begin schetst, in gedachten houden. Die laat ons namelijk zien waarom het zo belangrijk is dat ons geloof zuiver blijft (v.13, BGT). De hoop op eeuwig leven is ons doel, onze boodschap en onze motivatie.
 

Heer, dank U dat dit leven niet het einde is vanwege alles wat Jezus voor ons heeft gedaan aan het kruis en door zijn opstanding. Help me om goed leiding te geven en het stokje door te geven aan goede leiders voor de toekomst.
 

3. Geef de hoop nooit op

Soms ziet ons leven er wel heel somber uit. Alles loopt verkeerd. Het donker grijpt om zich heen. En toch... God zorgt altijd voor een sprankje hoop.
 
Jeremia had de niet te benijden taak om het oordeel bekend te maken. Van zijn naam is ons woord jeremiëren afgeleid, dat jammeren, klagen en weeklagen betekent. Hij was een onheilsprofeet. En toch... zelfs het boek Jeremia eindigt met een sprankje hoop.
 
Jeremia's woorden komen uit met de verwoesting van Jeruzalem. Dit was een van de allerergste gebeurtenissen in de geschiedenis van het volk van God. Hun koning, Sedekia, werd gevangengenomen en zijn ogen werden uitgestoken (v.11). 'Eerst moest Sedekia zien hoe zijn eigen zonen vermoord werden, en ook alle leiders van Juda. Toen werden zijn ogen uitgestoken. (...) Nebukadnessar liet hem in de gevangenis zetten. Daar bleef Sedekia tot aan zijn dood' (vv.10-11, BGT). De tempel ging in vlammen op, net als het koninklijk paleis en alle andere belangrijke gebouwen (v.13). Een groot deel van het volk werd in ballingschap weggevoerd.
 
In het zevenendertigste jaar van de ballingschap van koning Jojachin van Juda, in het jaar 562 v. Chr., krijgt Babylonië een nieuwe koning die Jojachin vrijlaat (v.31).
 
'Koning Ewil-Merodach was vriendelijk tegen Jojachin, en gaf hem een hoge plaats in zijn paleis. Jojachin werd belangrijker dan de andere koningen die als gevangenen naar Babel gebracht waren. Hij hoefde niet langer de kleren aan die hij in de gevangenis droeg. En hij mocht voortaan eten in het koninklijk paleis. Dat bleef verder zijn hele leven zo' (vv.32-33, BGT).
 
Dit is het sprankje hoop aan het eind van het boek Jeremia. Het is niet helemaal afgelopen voor het volk van God. Deze ommekeer was voorzegd door Jeremia in hoofdstuk 24, samen met een profetie dat de bannelingen ooit weer zouden terugkeren in hun eigen land. Met dit eerste teken van herstel eindigt het boek met een hoopvolle noot. Dit is een voorproef van de terugkeer uit de ballingschap, die zou plaatsvinden in het jaar 537 v. Chr.
 
Dit was slechts een voorafschaduwing van het herstel en de vernieuwing die zouden plaatsvinden door het koninkrijk van God met de komst van Jezus en het uitstorten van de Heilige Geest.
 
Zelfs in het boek Jeremia is het einde (de verwoesting van Jeruzalem en de ballingschap) niet het einde. Het volk van God overleefde en zou terugkeren naar het land, de tempel herstellen en de stad weer opbouwen. Maar dit is ook een beeld van iets veel groters en mooiers. Jezus verkondigde het einde van de ballingschap. In Hem hebben we een nieuwe tempel en een nieuw Jeruzalem. God heeft Jezus opgewekt uit de dood. Je hebt een nieuwe hoop na de dood.


Vader, dank U voor de hoop op de terugkomst van Jezus en voor eeuwig leven. Dank U voor de hoop op een nieuwe aarde en een nieuwe hemel. Heer, dank U dat het einde niet het einde is.
 

Pippa's bijdrage

Psalm 119:105


'Uw woord is een stralend licht, dat mij de weg door het leven wijst.'

Ik moet vaker in de Bijbel lezen, dan weet ik misschien waar ik heen moet!
 

Forward
Share
Tweet
Share
+1
Copyright © 2017 Alpha Nederland, All rights reserved.



Afzender: Alpha Nederland - BiOY@alphanederland.org
Je ontvangt dagelijks deze mail met een vertaling van Bible in One Year 2017.