Copy
Je dagelijkse mail van bijbeljaar.nl
Bekijk deze mail in je browser
 Psalm     Nieuwe Testament     Oude Testament

Je roeping is onherroepelijk

28 juli - dag 209

Net als veel Joden heeft mijn vader nooit in Israël gewoond. Het Joodse volk is over heel de wereld verspreid. In 1947 is de staat Israël gesticht. Momenteel wonen er ongeveer 7,5 miljoen mensen in Israël, onder wie ongeveer 6 miljoen Joden. Nog steeds leven er heel veel andere Joden verspreid over de hele wereld.
 
Ik vind het mooi dat Eugene Peterson in zijn vertaling van het gedeelte van het Nieuwe Testament voor vandaag het woord 'insiders' gebruikt voor het Joodse volk en 'outsiders' voor de andere volken.
 
Veel Joden zijn in de loop van de jaren christen geworden. Sterker nog, de allereerste christenen waren Joodse 'insiders'. Maar nu is het overgrote deel van de christenen niet-Joodse 'outsiders'. Wat heeft de toekomst in petto voor de 'insiders'? 
 
De basis voor Paulus' inzicht vinden we in Romeinen 11:29: 'De genade die God schenkt neemt hij nooit terug, wanneer hij iemand roept maakt hij dat niet ongedaan.' Dit is een terugkerend thema in de Bijbel, ook in de gedeelten voor vandaag.

1. Gods verbond met zijn volk is voor altijd

In het verbond met David zien we dat God de genade die Hij schenkt nooit terugneemt, en dat Hij zijn roeping niet herroept.
 
God riep een 'jongen' uit zijn volk (v.20d). Hij gaf hem geschenken en gaven. Hij gaf hem hulp (v.20c). Hij zalfde hem (v.21). Hij beloofde dat Hij met zijn liefde en trouw altijd bij hem zou zijn (v.25). 'Mijn verbond met hem kan niet meer worden verbroken. Zijn nageslacht zal altijd blijven bestaan en zijn troon is onaantastbaar' (vv.29b-30, HB).
 
Oorspronkelijk deed God deze belofte aan David (2 Samuel 7:12-16) maar Hij herhaalde hem talloze keren. Later in het boek Jesaja wordt deze belofte aan David ook gedaan aan het volk Israël: 'Ik sluit met jullie een eeuwigdurend verbond, als bevestiging van mijn liefde voor David' (Jesaja 55:3b).
 
Paulus toont aan dat dit allemaal is vervuld in Jezus. Hij schrijft: 'Wij verkondigen u het goede nieuws dat God zijn belofte aan onze voorouders in vervulling heeft doen gaan ten behoeve van hun kinderen – ten behoeve van ons – doordat hij Jezus tot leven heeft gewekt' (Handelingen 13:32-33a). Vervolgens citeert hij Jesaja 55:3: 'Ik zal jullie schenken wat ik David plechtig beloofd heb' (Handelingen 13:34).
 
God belooft dat Hij jou altijd lief zal hebben en dat jij, door Jezus, alle zegen erft die aan David is beloofd. Je bent geliefd. Je bent gezalfd. Hij geeft je kracht. Je roeping is onherroepelijk.
 

Vader, dank U voor uw eeuwige liefde en trouw. Vandaag roep ik tot U: 'U bent mijn vader, mijn God, de rots die mij redt!' (Psalm 89:27).
 

2. Gods beloften aan Israël houden stand

Zoals we lazen in Romeinen 11 geeft Paulus antwoord op de vraag: “Heeft God zijn volk verstoten?” Zijn antwoord is: “Beslist niet”: 'De genade die God schenkt neemt hij nooit terug, wanneer hij iemand roept maakt hij dat niet ongedaan.' Gods genade en Gods roeping vallen onder een volledige garantie, ze worden nooit opgezegd en nooit ingetrokken.
 
Toch worstelt Paulus met de schijnbare realiteit dat de meeste mensen Jezus niet accepteren. Hij heeft het erover dat ze 'struikelen' (v.11) en 'onbuigzaam' zijn (v.25). Ze lijken op olijftakken die zijn afgebroken (v.17). Hoe kunnen we dit rijmen met de onverbrekelijke beloften die God zijn volk heeft gedaan in het Oude Testament?
 

  • Deze onbuigzaamheid gold slechts voor een gedeelte. Er blijft altijd een klein deel over dat God uit genade uitgekozen heeft (v.11-16).
 
  •  De onbuigzaamheid had ook een voordeel, omdat het 'een rijke gave voor de wereld (...) en voor de heidenen' was. 'Door hun weigering om te gehoorzamen, is nu de andere volken het heil te beurt gevallen' (v.11, HB).
 
  • De onbuigzaamheid was tijdelijk. 'Wil God dat zij voor altijd ongehoorzaam blijven? Nee, natuurlijk niet!' (v.11, BGT). 'Voorlopig moet een deel van de Israëlieten niets van Jezus Christus hebben. En dat duurt tot de grote massa uit de andere volken in Gods koninkrijk is ingegaan' (v.25, HB). 'De wereld heeft dus voordeel van hun ongehoorzaamheid. Als hun val de andere volken al zoveel goeds heeft gebracht, hoeveel te meer zal dat het geval zijn als straks alle Israëlieten gaan gehoorzamen!' (v.12, HB).
 
Dit laatste is het belangrijkst voor Paulus die veel geeft om zijn volk. Hij kan niet wachten tot het hele volk van Israël zich zal bekeren (v.12). Hij zegt dat heel Israël gered zal worden (v.26). Hij is heel stellig dat dit zal gebeuren. Hij gebruikt een olijfboom als beeld voor het Joodse volk (v.17,24). Christus is gekomen. Het volk heeft Hem afgewezen. De boom werd omgehakt, maar de wortels bleven bewaard. De tuinman ent de andere volken op de wortels (v.17).
 
Er komt een tijd dat ook de Joodse takken weer worden geënt (vv.23-24). Dan zal de boom weer een geheel zijn. De andere volken groeien uit de stronk, ze dragen de wortel (de Joden) niet, maar de wortel draagt hen (v.18). De vervulling van het goddelijke reddingsplan verloopt in drie fasen:
  • De ongehoorzaamheid van het grootste deel van Israël: 'sommige takken van de edele olijfboom zijn afgebroken' (v.17)
     
  • De omarming van veel buitenstaanders door geloof in Jezus: 'u, loten van een wilde olijfboom, [bent] tussen de overgebleven takken geënt' (v.17)
     
  • De redding van 'heel Israël' (v.26). 

Maar wat betekent dat, dat heel Israël zal worden gered? Er zijn mensen die zeggen dat het betekent dat Israël ook kan worden gered buiten Christus om. Maar deze zienswijze is niet geloofwaardig. In zijn brief beweert Paulus steeds weer dat Jezus de weg naar de redding is.
 
Anderen beweren dat het betekent dat het hele volk Israël, dat wil zeggen iedere Jood, zal geloven in Jezus. Maar 'heel Israël' is een term die steeds terugkomt in het Oude Testament en andere Joodse literatuur. En hier betekent het niet 'iedere Jood, zonder uitzondering', maar Israël als geheel, zoals in 1 Samuel 7:5; 28:1; 1 Koningen 12:1; Daniël 9:11. Dit past in de context van wat Paulus hier in zijn brief aan de Romeinen zegt.
 
Paulus heeft het erover dat God afrekent met het volk als geheel. Het woord 'allen' (Romeinen 11:12) moet op dezelfde manier worden geïnterpreteerd als alle volken. Een grootschalige bekering van de volken zal worden gevolgd door een grootschalige bekering van Israël.
 
Paulus besluit: 'Vroeger waren jullie ongehoorzaam aan God. Maar nu merken jullie dat God toch goed voor jullie wil zijn. Dat kon gebeuren doordat de Joden ongehoorzaam werden aan God. Zo moest het gaan. Door hun ongehoorzaamheid leerden jullie Gods goedheid kennen. Maar God wil dat ook de Joden zullen merken dat hij goed voor hen wil zijn. God heeft er dus voor gezorgd dat alle mensen, Joden en niet-Joden, ongehoorzaam werden. Want alleen zo zouden alle mensen, Joden en niet-Joden, merken dat God goed voor hen wil zijn' (vv.30-32, BGT).

 

Heer, dank U dat Gods geschenken en roeping onherroepelijk zijn. Ik bid dat we binnenkort niet alleen een grootschalige bekering van niet-Joden mogen zien, maar ook een grootschalige bekering van het volk Israël.
 

3. Gods gulle karakter en zijn zegeningen zijn onveranderlijk

God bepaalt uiteindelijk de geschiedenis. Zijn roeping en geschenken zijn onherroepelijk. Wat in het Nieuwe Testament werd vervuld, begon al in het Oude Testament. De schrijver van Kronieken beschrijft de geschiedenis van Israël vanaf het allereerste begin. God is almachtig, 'God had de strijd gevoerd' (5:22).
 
Betekent dit dat wij niet meer zijn dan marionetten? Zijn wij poppetjes en trekt God aan onze touwtjes terwijl we zelf geen keuze of vrije wil hebben? Zeker niet.
 
Jij speelt een rol in Gods plannen. Wat jij doet heeft effect, ten goede of ten kwade.

  • Slechte daden

    Onze daden kunnen ervoor zorgen dat we Gods zegen mislopen: 'Ruben was de oudste zoon van Israël. Maar omdat hij zich had vergrepen aan de bijvrouw van zijn vader, verloor hij de voorrechten die hij als oudste zoon bezat' (5:1, GNB). Hij liep een grote erfenis mis omdat hij zijn lust niet kon bedwingen.

    Joyce Meyer schrijft hierover: 'Vraag God om je te helpen in te zien wat echt van waarde is. Laat nooit een zegen aan je neus voorbijgaan vanwege je seksuele lust of je emoties.'
     
  • Goede mensen

    Jabes daarentegen, was een man van aanzien (4:9). Zijn gebed had effect. 'Jabes bad tot de God van Israël: 'Zegen mij: maak mijn grondgebied groot en bescherm me tegen het kwaad, zodat ik geen pijn hoef te lijden.' God gaf hem wat hij gevraagd had.' (v.10).

    Dit is niet bepaald het meest onzelfzuchtige gebed in de Bijbel! Toch verhoorde God dit gebed. Jezus heeft ons onder andere leren bidden: 'Geef ons heden ons dagelijks brood' (Matteüs 6:11, HSV). Gods heerlijkheid, zijn koninkrijk en zijn wil zouden onze hoogste prioriteit moeten hebben. Maar het is niet verkeerd om God om een zegen te vragen, om te vragen om zijn nabijheid, zijn bescherming en zijn genezing in ons eigen leven.

    Zo gaf God zijn volk de overwinning: 'Terwijl ze aan het vechten waren, vroegen ze God om hulp. En omdat ze op God vertrouwden, luisterde hij. Hij hielp hen in de strijd' (1 Kronieken 5:20, BGT).

    God had de strijd gevoerd (v. 22). Hij heeft alles in de hand. Toch helpt het om te bidden.
     

Heer, dank U dat mijn roeping onherroepelijk is. Dank U dat U de strijd voert. Dank U dat mijn gebeden helpen. Heer, vandaag vraag ik U om hulp bij mijn strijd...
 

Pippa's bijdrage

1 Kronieken 4:9-10 (het gebed van Jabes)


Ik bid vast ook te vaak voor mezelf en mijn gezin. Het gebed van Jabes klinkt heel egocentrisch en toch lijkt God het te verhoren.
 

Vers van de dag
Romeinen 11:29

'De Genade die God schenkt neemt hij nooit terug, wanneer hij iemand roept maakt hij dat niet ongedaan.'
Forward
Share
Tweet
Share
+1
Copyright © 2018 Alpha Nederland, All rights reserved.



Afzender: Alpha Nederland - BiOY@alphanederland.org
Je ontvangt dagelijks deze mail met een vertaling van Bible in One Year 2017.