Copy
Je dagelijkse mail van bijbeljaar.nl
Bekijk deze mail in je browser
afbeelding van Bible In One Year | bijbeljaar.nl
 Psalm     Nieuwe Testament     Oude Testament

Hoe lang nog, Heer? 

22 januari - dag 22

Heb je wel eens wanhopig gevraagd: 'Hoe lang nog, Heer?' Hoe lang duren deze worstelingen en teleurstellingen nog? Hoe lang duren deze financiële problemen nog? Hoe lang duren deze gezondheidsproblemen nog? Hoe lang duren de problemen in deze relatie nog? Hoe lang moet ik nog worstelen met deze verslaving? Hoe lang duurt deze bijna onweerstaanbare verleiding nog? Hoe lang duurt het voor ik dit verlies te boven ben?
 
Pippa en ik gaan wel eens naar St Peter's Church in Brighton. Dit is een van de gemeenten die wij hebben geplant. Na afloop van een dienst kwam er een vrouw naar me toe die vertelde dat ze 37 jaar lang had gebeden dat haar man tot geloof mocht komen. Zevenendertig jaar lang had ze uitgeroepen: “Hoe lang nog, Heer, hoe lang?” (Psalm 13:2).
 
Toen St Peter's Church in 2009 werd heropend, besloot haar man dat hij met haar mee wilde naar de kerk. Zodra hij St. Peter's binnenstapte, had hij het gevoel thuis te komen en opnieuw geboren te zijn. Nu gaat hij graag naar de kerk en is er elke week. Tijdens het hele gesprek herhaalde ze steeds weer: “Hoe lang nog, Heer?” en elke keer straalde haar gezicht van vreugde. God had haar gehoord. Uiteindelijk werd haar gebed verhoord.
 
Vier keer vlak na elkaar roept David het uit: 'Hoe lang ...?' (vv.2-3).
 
Er zijn perioden dat het lijkt alsof God ons is vergeten (v.2a). Het lijkt alsof Hij zijn gezicht voor ons heeft verborgen (v.2b). Om de een of andere onverklaarbare reden voelen we zijn nabijheid niet. Elke dag lijkt een gevecht; een worsteling met onze gedachten (v.3a). Elke dag is vol zorgen en verdriet (v.3a). We hebben het gevoel de strijd te verliezen en de vijand lijkt de overhand te krijgen (v.3b).
 
Wat moet je dan doen?

1. Hou vol

In de psalm voor vandaag zien we vier dingen die we moeten blijven doen als we het moeilijk hebben:

  • Blijf bidden

    David blijft God smeken: 'Zie mij, antwoord mij, HEER, mijn God! Verlicht mijn ogen' (v.4). Hij stort zijn hart uit bij God. Blijf bidden, ook al lijkt God ver weg te zijn.
     
  • Blijf vertrouwen

    'Ik vertrouw op uw liefde' (v.6a). 'Ik stel al mijn vertrouwen op Uw goedheid en liefde' (v.6a, HB). Het is relatief gemakkelijk om vertrouwen te hebben als alles goed gaat, maar ons vertrouwen wordt op de proef gesteld als alles verkeerd lijkt te gaan.
     
  • Blijf juichen van vreugde

    David is niet blij dat hij op de proef wordt gesteld, maar hij is wel blij met Gods redding. Hij zegt: '... mijn hart zal juichen omdat u redding brengt' (v.6b). Hij zegt: 'In mijn hart is vreugde omdat ik zeker weet dat U voor bevrijding zorgt' (v.6a, HB).
     
  • Blijf lofprijzen

    Ondanks alles wat hij heeft doorstaan, is David niet blind voor Gods goedheid: 'Ik zal voor u zingen, want u bent goed voor mij' (v.6c, BGT). Hij is niet vergeten wat God allemaal voor hem heeft gedaan. 

Als je God looft en aanbidt, komen je problemen in een ander perspectief te staan. Ik kijk regelmatig terug op mijn leven en dank de Heer dat Hij me door zoveel persoonlijke strijd, teleurstellingen en verlies heeft geholpen. Zo vergeet ik niet dat Hij altijd 'goed voor mij' is (v.6b).
 

Heer, vandaag wil ik U aanbidden. Dank U voor uw goedheid voor mij. Ik vertrouw op uw liefde en goedheid in alle strijd die voor me ligt.
 

2. Blijf Jezus volgen

Als God zijn beloften niet onmiddellijk nakomt, betekent dat niet dat ze niets waard zijn. God lost onze problemen niet altijd onmiddellijk op. Ziekte en leed zullen pas uitgeroeid worden als Jezus terugkomt. Deze verhalen en onze eigen ervaring met wonderen en genezingen zijn een voorproef van wat er dan zal gebeuren.
 
Gods goedheid is bij uitstek zichtbaar in Jezus. Ook in dit gedeelte zien we de onvoorstelbare goedheid van Jezus en de manier waarop we moeten omgaan met zonde, ziekte en leed.

  • Blijf niet hangen in oude denkpatronen

    Jezus zegt dat we ons niet druk moeten maken over oppervlakkige zaken, zoals wat we eten (v.11). Voedsel komt het lichaam binnen en verlaat het ook weer (v.17). Wat je kwaad doet, komt van binnenuit: 'Maar juist de dingen die uit je mond naar buiten komen, maken je onrein. Want dat zijn de slechte dingen die uit je hart komen' (v.18, BGT). Het echte probleem is zonde in het hart: 'Want uit het hart komen boze gedachten, moord, overspel, ontucht, diefstal, valse getuigenissen en laster. Dat maakt een mens onrein' (vv.19-20a).

    Het confronterende in de woorden van Jezus is dat we misschien dan geen moord of overspel hebben gepleegd, maar dat het eerste wat Hij noemt gelijk al een struikelblok is: boze of slechte gedachten. We wassen onze zonden niet weg met uiterlijke rituelen, zoals de Farizeeën suggereren. Alleen God kan mijn hart veranderen. Ik heb de hulp van zijn Heilige Geest nodig om me te veranderen en te reinigen.
     
  • Blijf bidden om genezing

    Er is weinig wat meer pijn doet dan je eigen kinderen te zien lijden. De dochter van de Kanaänitische vrouw werd 'vreselijk gekweld' (v.22). Deze moeder moet het in haar hart hebben uitgeschreeuwd: 'Hoe lang nog, Heer?' Maar ze bleef vragen om genezing en liet zich niet uit het veld slaan door het feit dat Jezus niet leek te reageren op haar smeekbede. 'Maar zij kwam dichterbij, wierp zich voor hem neer en zei: 'Heer, help mij!' ' (v.25).

    Jezus zag dat ze een 'groot geloof' had en genas haar dochter (v.28). Daarna genas Hij 'verlamden, blinden, kreupelen, doofstommen en vele anderen' (v.30).
     
  • Blijf je inzetten voor mensen die honger lijden

    Jezus houdt zich niet alleen bezig met de zieken (v.22), Hij is ook begaan met mensen die honger lijden. Hij zegt: 'Ik heb medelijden met al die mensen, want ze zijn nu al drie dagen bij me en ze hebben niets meer te eten. En hen met een lege maag naar huis sturen wil ik niet' (v.32).

    Jezus heeft maar heel weinig nodig om grote dingen te doen. Met de kleine hoeveelheid voedsel die Hem ter beschikking staat, geeft Hij de menigte te eten. Als jij Hem je leven en je capaciteiten geeft, hoe weinig het misschien ook lijkt, kan Hij deze vermenigvuldigen en er grote dingen mee doen.

    Als Jezus al zo begaan was met mensen die een paar dagen honger hadden, hoeveel zou Hij dan wel niet geven om al die honderden miljoenen mensen die lijden aan honger en ondervoeding in de wereld van vandaag. Als volgelingen van Jezus worden we opgeroepen om voor hen op te komen.

Niemand zou toch aanstoot aan Jezus kunnen nemen? Helaas. De Farizeeën vonden de uitspraken van Jezus stuitend (v.12). Als zelfs Jezus aanstoot gaf door wat Hij zei, moet je niet verbaasd opkijken als er mensen zijn die aanstoot nemen aan wat jij zegt in zijn naam
 

Heer, geef me uw medelijden voor mensen die het moeilijk hebben. Kom Heilige Geest.
 

3. Blijf hopen

Jakob had net als David kunnen roepen: 'Hoe lang nog, Heer?' (Psalm 13:2a). Er leek geen eind te komen aan zijn ellende. Hij rouwde meer dan twintig jaar lang om zijn verloren zoon. En nu was er ernstige hongersnood (Genesis 43:1) en dreigde het gevaar dat hij zijn geliefde Benjamin kwijtraakte. Hij vroeg: 'Waarom hebben jullie het mij zo moeilijk gemaakt door aan die man te vertellen dat je nog een broer hebt?' (v.6, WV). Hij zegt, bijna berustend: 'Moet ik mijn kinderen verliezen, goed, dan verlies ik ze maar' (v.14).
 
Uiteindelijk moest Jakob vertrouwen op God en zijn zoon Benjamin loslaten. Toen hij dit deed, kwam alles goed. Vaak kan God ons pas helpen als we onze problemen loslaten en in de handen van de Heer leggen, ook al vrezen we het ergste.
 
De schrijver van dit gedeelte van Genesis is een zeer begaafd verhalenverteller. Hij schets de zielenpijn met verve. Juda beseft dat zijn vader het verlies van zowel Benjamin als Jozef waarschijnlijk niet zou overleven. Hij zegt dat hij het verdriet dat hij zijn vader zou aandoen niet zou kunnen aanzien (44:34). Intussen weten wij als lezers dat Jozef leeft en dat zijn dromen zijn uitgekomen (43:26-28). Jozef is 'zeer ontroerd' en moet zich terugtrekken in een andere kamer om 'zijn tranen de vrije loop' te laten (v.30, GNB).
 
Jozef stelt zijn broers op de proef. Juda is erg veranderd. Vroeger had hij zijn broer zonder scrupules verkocht als slaaf (37:26-27). Nu is hij bereid zijn leven te geven om zijn broer te redden: 'Staat u daarom alstublieft toe, mijn heer, dat ik als slaaf bij u blijf in plaats van de jongen' (44:33).
 
In alle onverwachte wendingen bij deze gebeurtenissen is God aan het werk om zijn doel te bereiken. Hij is altijd bezig ons karakter te vormen, zodat wij op een dag kunnen terugkijken en zeggen: 'de HEER (...) heeft mij geholpen' (Psalm 13:6c).
 
Jakob moest ook zijn 'enige' zoon Benjamin ('hij is nog maar alleen over', Genesis 42:38) sturen om de hele familie te redden. Als we dit verhaal lezen met onze kennis van het Nieuwe Testament, worden we eraan herinnerd dat God zijn enige Zoon Jezus heeft gezonden om ons te redden.
 

Heer, dank U dat U Jezus hebt gezonden om mij te redden. Als ik het moeilijk heb en het uitschreeuw: 'Heer, hoe lang nog?', help me dan om vol te houden, Jezus te blijven volgen, te blijven bidden, te blijven vertrouwen, te blijven juichen van vreugde, U te blijven lofprijzen en op U te blijven hopen.
 

Pippa's bijdrage

Genesis 43:1-44:34


Dit gedeelte is zo ontroerend en eindigt met een echte 'cliffhanger'. Deze mensen hebben zo veel ellende, jaloezie, bedrog en onvriendelijkheid meegemaakt. Jozef stelt zijn broers op de proef om te zien wat er omgaat in hun hart. Zijn ze veranderd? Hebben ze spijt van wat ze hebben gedaan? Toen Jozef zijn broers voor zich zag buigen, moet het heel verleidelijk zijn geweest om te zeggen: 'Weet je nog, die dromen die ik had? Heb ik het niet gezegd?' Maar hij deed het niet. Soms worden dingen onthuld om jou een hart onder de riem te steken, maar kun je ze maar beter voor je houden.
 

Forward
Share
Tweet
Share
+1
Copyright © 2018 Alpha Nederland, All rights reserved.



Afzender: Alpha Nederland - BiOY@alphanederland.org
Je ontvangt dagelijks deze mail met een vertaling van Bible in One Year 2017.