Copy
Je dagelijkse mail van bijbeljaar.nl
Bekijk deze mail in je browser
 Psalm     Nieuwe Testament     Oude Testament

Ere wie ere toekomt

30 september - dag 273

Het was een van de indrukwekkendste en ontroerendste getuigenissen die ik ooit heb gehoord. Een voormalig prostituee, drugsverslaafde en dealer beschreef hoe ze een punt had bereikt waarop ze, naar eigen zeggen, 'dood' was. Ze zei dat haar bloed zwart was en haar hart zwart was. Ze vertelde hoe ze naar Alpha kwam en hoorde dat Jezus zoveel van haar hield dat Hij voor haar was gestorven. Ze vertelde hoe ze de muur om haar hart voelde afbrokkelen. Voor het eerst ervoer ze Gods liefde voor haar. Nu is ze vol liefde voor iedereen, vol vergeving voor de mensen die misbruik van haar hebben gemaakt en straalt ze de liefde van Christus uit.
 
Nadat ze haar getuigenis had verteld voor een verbijsterde gemeente, ging ik naar haar toe om haar te bedanken en te zeggen hoeveel indruk haar verhaal had gemaakt. Ze antwoordde: “Ere wie ere toekomt!” Ik begreep niet wat ze bedoelde en vroeg haar om uitleg. Ze zei: “Het is allemaal zijn genade. God komt de eer toe.” Ze heeft een scherp begrip van genade, eer en wat het betekent om te lijken op Christus.
 
Dit thema van 'eer' loopt als een rode draad door de lezingen voor vandaag (Psalm 115:1, Filippenzen 2:11, Jeremia 2:11). We lezen waarom, hoe en wanneer we God de eer moeten geven.
 

1. Waarom zouden we God eren?

Als mensen John Wimber bedankten voor iets wat hij had gezegd of een genezing die door hem was opgetreden, zei hij altijd: 'Ik neem de bemoediging in ontvangst, maar de eer geef ik door aan Hem.'
 
De psalmdichter geeft een prachtig voorbeeld van de eer doorgeven aan wie ere toekomt. Hij begint: 'Niet ons, HEER, niet ons, geef uw naam alle eer, om uw liefde, uw trouw' (v.1). Hij vervolgt met twee redenen om God te eren en te prijzen.
 
De eerste reden is Gods liefde en trouw (v.1b) die we kunnen voelen. Lofprijzing en aanbidding is een reactie op wat God voor jou gedaan. Geef Hem alle eer.
 
De tweede is dat je gaat steeds meer lijken op wat je aanbidt: 'Zoals zij, zo worden ook hun makers, en ieder die op hen vertrouwt' (v.8). Als we dus afgoden aanbidden, worden we volkomen levenloos en kunnen we niets waardevols meer doen.
 
Stel je vertrouwen op de Heer, je 'hulp' en je 'schild' (vv.9-11). Vertrouw op de Heer en aanbid Hem; dan ga je steeds meer op Hem lijken en zul je je leven ten volle kunnen leven.


Heer, mijn hulp en mijn schild, help me om meer te ervaren van uw liefde en trouw en U altijd alle eer te geven.
 

Bekijk meer over de impact van Alpha op alphanederland.org/impact.

2. Hoe eren we God?

Paulus legt uit hoe je God kunt eren door meer op Jezus te gaan lijken: 'Bedenk wat Jezus Christus gedaan heeft. Daaraan zien jullie hoe jullie met elkaar om moeten gaan' (2:5, BGT). Volg het voorbeeld van Christus uit zorg voor de 'naam van Jezus' (2:10) en de 'eer van God' (v.11).
 
'Leef in overeenstemming met het evangelie van Christus' (1:27a). Het is een voorrecht om niet alleen in Jezus te geloven, maar ook omwille van Hem te lijden en te strijden (vv.29-30).
 
Als jullie tegenstand ondervinden, moeten jullie sterk staan en eensgezind strijden voor trouw aan het evangelie (v.27, GNB). Paulus gebruikt de taal van een falanx, de indrukwekkendste militaire opstelling in de oudheid. Met de schilden tegen elkaar en de speren naar voren stonden de soldaten schouder aan schouder in rijen van acht. Zo lang de rijen gesloten bleven, waren ze zo goed als onverslaanbaar.
 
'Zorg er dus voor dat jullie een sterke eenheid vormen, en samen strijden voor het geloof. (...) Jullie moeten je nooit bang laten maken door tegenstanders. Want jullie moed is het bewijs dat God jullie tegenstanders zal straffen, en dat hij jullie zal redden' (vv.27-28, BGT).
 
Voor deze eenheid is het cruciaal dat we ons gedragen zoals dat christenen past. Elke verdeeldheid binnen de kerk zou afbreuk doen aan Paulus' vreugde (2:2, WV). Verdeeldheid is vaak het gevolg van 'eigenbelang of eigendunk' (v.3a, HSV). Het gaat erom dat je de ander belangrijker vindt dan jezelf (v.3b), om niet alleen te handelen uit eigenbelang, maar ook het belang van anderen voor ogen te houden (v.4).
 
'Jullie moeten jezelf niet beter vinden dan een ander, of opscheppen over jezelf. Nee, jullie moeten bescheiden zijn, en een ander belangrijker vinden dan jezelf. Denk niet alleen aan jezelf, maar zorg juist voor elkaar' (vv.3-4, BGT).
 
Met andere woorden, je moet doen zoals Jezus, die afstand deed van zijn natuurlijke, wettelijke en sociale status en 'niets' werd. 'Hij nam de gestalte aan van een slaaf (...) heeft hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood – de dood aan aan het kruis' (vv.7-8). Hij daalde de maatschappelijke ladder af en werd nederig en dienstvaardig uit onbaatzuchtige liefde. Als je je ooit zorgen maakt over je eigen status, denk er dan aan dat Jezus zichzelf kleiner maakte dan we ons kunnen voorstellen.
 
'Daarom heeft God hem hoog verheven en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat, opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde, en elke tong zal belijden: 'Jezus Christus is Heer,' tot eer van God, de Vader' (vv.9-11).
 
Zo kun je God eren: door Christus te volgen in zijn nederige dienstbaarheid en onbaatzuchtige liefde.
 

Heer, help me om dezelfde innerlijke houding te hebben als Jezus. Help me om te kiezen voor de manier die God de Vader de eer geeft. Help me om Hem altijd eer te bewijzen.
 

3. Wanneer moeten we God eren?

Wat gebeurt er als je eigen leven of dat van de mensen om je heen wordt verstoord door problemen of door moeilijkheden wordt ontwricht?
 
Jeremia leefde in een problematische periode voor Israël. In 587 v. Chr. viel Jeruzalem en werd het volk in ballingschap weggevoerd naar Babylonië. Hij moest het volk een moeilijke boodschap vertellen. Ondanks dat hij zeer vijandig werd behandeld en werd vervolgd, deed hij dit met grote moed.
 
In de eerste hoofdstukken van Jeremia zien we twee manieren en momenten waarop je God kunt eren.
 
Ten eerste eer je God als je gehoor geeft aan Gods roeping. Leeftijd is geen beletsel voor leiderschap. Jeremia was waarschijnlijk een tiener toen God hem riep rond het jaar 627 v. Chr. Je zou kunnen zeggen dat hij een 'geboren leider' en een 'geboren profeet' was. Al voor zijn geboorte was hij bestemd om profeet te worden. God zei: 'Voordat ik je vormde in de moederschoot, had ik je al uitgekozen, voordat je de moederschoot verliet, had ik je al aan mij gewijd, je een profeet voor alle volken gemaakt' (1:5).
 
God kent je door en door, Hij weet alle goede en slechte dingen. Hij weet alles, niets blijft voor Hem verborgen. Hij houdt van jou. Misschien heeft niet alles wat je doet zijn goedkeuring, maar Hij wil dat je, net als Jeremia, leeft met de vrijheid die je ervaart als je zijn liefde en goedkeuring kent.
 
De Heer geeft je de opdracht om, net als Jeremia, overal heen te gaan waar Hij je heen stuurt en te zeggen wat Hij je opdraagt (v.7). Hij neemt de eindverantwoordelijkheid van je over. God eren betekent niet dat je de hele wereld moet redden (dat is Gods taak); het betekent dat je doet wat God van je vraagt. Dat is niet eenvoudig. God waarschuwt je dat je op weerstand zult stuiten (vv.17-19).
 
Ten tweede eer je God als je reageert op Gods terechtwijzing. God vroeg aan Jeremia om het volk te waarschuwen dat ze geen waardeloze afgoden moesten aanbidden en om de mensen aan te sporen om Hem weer te aanbidden.
 
Jeremia zei: '... mijn volk [heeft] zijn machtige God opgegeven voor een stelletje stomme afgoden' (2:11b, HB). Hiermee onthoudt het volk God niet alleen de eer die Hem toekomt, maar roept het ellende over zich af. Als we ons van God afkeren, verliezen we de zegeningen van een band met Hem en vervangen we deze door iets waar we niets aan hebben. God betreurt twee dingen: '... het [volk] heeft Mij, de bron van levend water, verlaten en maakte voor zichzelf gebroken bakken, die geen druppel water kunnen vasthouden!' (v.13, HB).
 
Het volk was vooral uit op seks (v.24). Ze hielden ervan en konden het niet laten (v.25, HB).
 
Ook hier zien we dat je gaat lijken op wat je aanbidt. Mensen die 'goden van niets' achternalopen, worden 'een volk van niets' (v.5, GNB). Als je Jezus volgt, ga je op Hem lijken. Als we proberen voldoening en zingeving te vinden in onze eigen ambities en egoïstische honger, is ons leven niets waard.
 
Jeremia was de wanhoop nabij en vreesde dat het volk van God zich niets aantrok van zijn straf (v.30). Ze hadden zijn zegeningen terzijde geschoven en Hem niet geëerd. Dank God dat Jezus de remedie voor al deze dingen is; Hij die zijn eigen glorie aflegde om ons te redden. Hem zij alle eer!


Heer, help me vandaag om mijn ogen gericht te houden op Jezus, de bron van levend water, en mij tot Hem te wenden. Laat me meer op Christus gaan lijken en U alle eer geven.
 

Pippa's bijdrage

Jeremia 1:11-12


'De HEER richtte zich tot mij: 'Wat zie je, Jeremia?' Ik antwoordde: 'Ik zie een amandeltwijg.' 'Dat zie je goed,' zei de HEER, 'zo snel als een amandelboom in het voorjaar uitbot, zo snel laat ik mijn woorden uitkomen.' '
 
Het is interessant dat God beeldspraak gebruikt om tegen ons en door ons te praten. Dat kan zo troostrijk, bemoedigend en gedenkwaardig zijn. Ik word altijd een beetje zenuwachtig als ik beeldspraak gebruik. Ik denk al snel dat iemand anders het beter kan verwoorden.
Maar als ik me uitspreek, kan God dat gebruiken om iemands dag of zelfs leven te veranderen.
 

Vers van de dag
Psalm 115:1

'Niet ons, HEER, niet ons,
geef uw naam alle eer.'
Forward
Share
Tweet
Share
+1
Copyright © 2018 Alpha Nederland, All rights reserved.



Afzender: Alpha Nederland - BiOY@alphanederland.org
Je ontvangt dagelijks deze mail met een vertaling van Bible in One Year 2017.