Copy
Je dagelijkse mail van bijbeljaar.nl
Bekijk deze mail in je browser
afbeelding van Bible In One Year | bijbeljaar.nl
 Psalm     Nieuwe Testament     Oude Testament

Gods beloften 

5 november - dag 309

Billy Bray was een mijnwerker uit Cornwall en werd geboren in 1794. Hij was verslaafd aan alcohol. Thuis maakte hij altijd ruzie en hij raakte vaak betrokken bij vechtpartijen. Hij leerde Jezus kennen toen hij negenentwintig was. Hij kwam thuis en zei tegen zijn vrouw: “Met hulp van de Heer zul je me nooit meer dronken zien.” En hij had gelijk.
 
Zijn woorden, zijn toon en zijn uiterlijk hadden een magnetische aantrekkingskracht. Hij leek wel geladen met goddelijke energie. Grote groepen mijnwerkers kwamen om hem te horen preken. Velen van hen bekeerden zich en er waren opmerkelijke genezingen. Hij hield van de Bijbel en zei: “Gods beloften zijn net zoveel waard als geld.”
 
God is de God van beloften. Geloof betekent vertrouwen op Gods beloften. God doet een belofte, geloof gelooft dat de belofte wordt vervuld, hoop verwacht het en geduld wacht er rustig op.
 

1. Vind vreugde, voldoening en vrede in Gods beloften

De psalmdichter zegt: 'Groot is de vrede voor wie uw wet beminnen, zij vinden geen hindernis op hun weg' (v.165). Ik herinner me een jonge atheïst die naar Alpha kwam en sprak over het gevoel van leegte in haar leven. Het was haar opgevallen dat christenen grote vrede hadden. Ze begreep dat dit door hun geloof kwam.
 
De woorden van de Bijbel zijn de laatste plaats waar mensen vrede, voldoening en vreugde denken te vinden. En toch zegt de psalmdichter: 'Ik schep vreugde in uw belofte, als de vinder van een rijke buit' (v.162).
 
Hij gebruikt veel verschillende woorden om de woorden van God te beschrijven. Hij gebruikt 'uw woorden' (v.161), 'uw wet' (vv.163,165), 'uw geboden' (v.166), 'uw richtlijnen' (v.167,168) en 'uw regels' (v.168). Maar hier gebruikt hij 'uw belofte' om het woord van God aan te duiden (v.162).
 
De woorden van God zijn zijn beloften aan jou. Als je die ontdekt, ontdek je een grote schatkist. Naarmate je dieper graaft, vind je steeds meer verbazingwekkende en prachtige schatten. Daarom zegt de psalmdichter: 'Ik zing u dagelijks zevenmaal lof' (v.164a).
 

Heer, ik prijs U voor de grote schatten die besloten liggen in uw woorden. Wilt U mij vandaag vrede geven terwijl ik vertrouw op uw beloften.
 

2. Vertrouw op Gods beloften en wacht geduldig

Abraham wachtte 25 jaar. Jozef wachtte 13 jaar. Mozes wachtte 25 jaar. Jezus wachtte 30 jaar. Als God je laat wachten, verkeer je in goed gezelschap.
 
In mijn ervaring is de tijd tussen Gods belofte en de vervulling ervan altijd veel langer dan ik verwachtte. Ik heb geleerd en word er steeds aan herinnerd dat ik meer geduld moet hebben. Gods beloften aan ons zijn het anker van onze ziel (6:19). Ze zijn vast en zeker. Hij houdt Zich aan zijn woord, ook als het onmogelijk lijkt, en zelfs als de omstandigheden het tegendeel lijken te bewijzen. Als God zijn beloften niet onmiddellijk waarmaakt, betekent dat niet dat ze niets waard zijn.
 
Abraham wordt ook wel 'hem aan wie de beloften gedaan zijn' genoemd (7:6). Toen Abraham en Sara door God werden geroepen, beloofde Hij dat uit hen een groot volk zou voortkomen. Hij beloofde hun kinderen. Ze moesten alleen wel heel lang wachten tot de belofte werd vervuld. Ze wachtten en wachtten. Ze namen verkeerde afslagen om te proberen Gods belofte op een menselijke manier waar te maken. Uiteindelijk zag de HEER om naar Sara 'zoals hij had beloofd’ (Genesis 21:1). Abraham was inmiddels honderd jaar oud! Uiteindelijk maakte God zijn belofte waar: 'Abraham heeft dan ook, na lang en geduldig wachten, gekregen wat hem beloofd was' (Hebreeën 6:15, WV).
 
Gods beloften zijn volkomen zeker: 'Als iemand een eed aflegt, doet hij dat bij een hogere persoon dan hijzelf. (...) God heeft ook een eed afgelegd om duidelijk te maken dat Hij niet anders kan dan Zijn woord houden; Hij wilde dat de mensen aan wie Hij de belofte deed, niet zouden twijfelen' (vv.16-17, HB).
 
Onze hoop is niet gebaseerd op een vaag optimisme of wensdenken. Het is vertrouwen op de onverbrekelijke beloften van God. Onze hoop is in Jezus, die 'hogepriester [is] voor eeuwig, zoals ook Melchisedek dat was' (v.20). Melchisedek verschijnt uit het niets in Genesis en we weten niets over wat er nadien met hem gebeurt. Hij is een voorafschaduwing van Christus: 'Hij lijkt op de Zoon van God: hij blijft voor altijd priester' (7:3, GNB).
 
De schrijver laat zien dat Jezus' priesterschap (Melchisedeks priesterschap) verheven is boven dat van elke andere priester (van Levi) (vv.1-10).
 
Jezus, een priester in de orde van Melchisedek, is een rechtvaardige koning van vrede. De naam Melchisedek betekent 'koning van rechtvaardigheid' en Melchisedek was ook koning van Salem, wat 'koning van vrede' betekent.
 
Jezus' priesterschap is voor altijd. Er is niets geschreven over het einde van het leven van Melchisedek (vv.3,8). Zo is ook Jezus voor eeuwig een levende priester. Ook in Psalm 110 wordt gezegd dat de Heer 'priester [is] voor eeuwig, zoals ook Melchisedek was' (v.4).
 
Jezus (Melchisedek) kreeg een tiende van Abraham (Hebreeën 7:4). Dit spontane geschenk van Abraham laat zien dat hij besefte dat hij de mindere was van Melchisedek. Levi was een achterkleinzoon van Abraham. In de Bijbelse gedachtewereld wordt van een voorouder gedacht dat hij al zijn afstammelingen in zich draagt (vv.9-10). Daarom heeft het priesterschap van Jezus (Melchisedek) een hogere status dan het Levitische priesterschap.
 
Melchisedek gaf Abraham een zegen (vv.6-7). God had beloofd dat alle volken van de wereld in Abraham gezegend zouden worden (Genesis 22:18). Als Melchisedek Abraham kon zegenen, betekent dit dat Melchisedeks status hoger moet zijn dan die van de Levitische priesters (Hebreeën 7:7).
 
Het priesterschap van Jezus, 'in de orde van Melchisedek', herinnert ons eraan dat we erop kunnen vertrouwen dat Gods beloften volkomen zeker zijn. Jezus garandeert ze voor ons door namens ons te gaan waar wij niet konden gaan. Hij is onze 'hogepriester voor eeuwig, zoals ook Melchisedek dat was' (6:20).
 

Heer, dank U dat U uw beloften altijd nakomt, ook al moet ik er soms lang en geduldig op wachten. Dank U dat uw beloften vast en zeker zijn, een anker voor mijn ziel.
 

3. Luister naar Gods beloften en laat je erdoor voeden

Mensen die zich voeden met Gods beloften hebben nooit geestelijke honger. Maar veel mensen vertrouwen op de verkeerde dingen. Sommige mensen vertrouwen op geld. Maar God zegt: '... goud noch zilver [kan] hen redden' (7:19). Hun rijkdom kan hun honger niet stillen (v.19b).
 
Aristoteles Onassis, een van de rijkste mannen ter wereld, zei aan het eind van zijn leven: “Miljoenen zijn niet genoeg voor wat iemand nodig heeft in het leven.” Veel mensen proberen de leegte die ze vanbinnen voelen op te vullen met dingen die uiteindelijk geen voldoening geven. Ze zoeken vreugde op de verkeerde plaatsen.
 
Welvaart leidt vaak tot hoogmoed, zonde en afgoderij in plaats van dat het voldoening en vreugde geeft (vv.1–11). Bovendien biedt welvaart nooit volledige zekerheid. Een neergang van de markt en een hoog oplopende inflatie kan zelfs een heel land ten gronde richten (vv.12-20).
 
Gods beloften daarentegen zijn rotsvast. Wat God zegt, belooft Hij. Ezechiël sprak Gods beloften: 'De HEER richtte zich tot mij: 'Mensenkind, dit is wat God, de HEER, zegt' ' (vv.1-2). Zijn boodschap is dat het einde is gekomen (v.2).
 
Ezechiël belooft Gods oordeel. Het zal volkomen rechtvaardig zijn: 'Zo zal ik de Israëlieten straffen voor hun misdaden. Ik zal met hen doen wat zij zelf met anderen gedaan hebben' (v.27, BGT; zie ook Romeinen 2:1). Dit alles vindt plaats 'op de dag waarop (...) God door Christus Jezus oordeelt over wat er in de mens verborgen is' (Romeinen 2:16).
 
Ezechiël zag een glimp van degene die de wereld zal oordelen: 'Dit is wat ik zag: een gedaante als van vuur. Vanaf wat zijn lendenen leken te zijn naar beneden toe zag ik vuur, en naar boven toe een schittering, glanzend als wit goud' (Ezechiël 8:2). Dit lijkt op de beschrijving van Jezus in Openbaring 1:10-16.
 
De enige manier om aan het oordeel te ontkomen is door een merkteken op het voorhoofd (Ezechiël 9:4). De Heer zei: 'Maak een ronde door Jeruzalem, en zet een merkteken op het voorhoofd van iedereen die jammert en klaagt om de gruwelijke dingen die er in de stad gebeuren. (...) jullie moeten ze allemaal ombrengen, behalve de mensen die het merkteken dragen' (vv.4,6).
 
Het merkteken op het voorhoofd was een bescherming tegen het komende oordeel. Het woord voor 'merkteken' is de Hebreeuwse letter 'tav'. Dit is de laatste letter van het Hebreeuwse alfabet. Deze letter werd geschreven als een X, een kruis. Is dit toeval? Of is het tekenend dat de mensen met een kruis op hun voorhoofd beschermd waren?
 
In Openbaring lezen we over de engel die roept: 'Laat het land en de zee en ook de bomen nog ongemoeid! Eerst moeten wij het zegel van onze God op het voorhoofd van zijn dienaren aanbrengen' (Openbaring 7:3; zie ook Openbaring 9:4; 14:1).


Heer, dank U dat U mijn zonde en oordeel hebt gedragen aan het kruis. Dank U dat U een merkteken op mijn voorhoofd hebt getekend. Dank U dat ik kan vertrouwen op uw beloften voor de toekomst en dat deze hoop de anker voor mijn ziel is.
 

Pippa's bijdrage

Hebreeën 6:15


'Abraham heeft dan ook, na lang en geduldig wachten, gekregen wat hem beloofd was.'
 
Wachten is moeilijk. Het voorbeeld van Abraham geeft moed om te blijven bidden, ook al lijkt het alsof er niets gebeurt.
 

Forward
Share
Tweet
Share
+1
Copyright © 2017 Alpha Nederland, All rights reserved.



Afzender: Alpha Nederland - BiOY@alphanederland.org
Je ontvangt dagelijks deze mail met een vertaling van Bible in One Year 2017.