Copy
Je dagelijkse mail van bijbeljaar.nl
Bekijk deze mail in je browser
 Spreuken     Nieuwe Testament     Oude Testament

Geld: zegen of vloek?

8 augustus - dag 220

Laurentius ging over de financiën van de gemeente. Hij was ook diaken. Overal om hem heen bloeide de gemeente op. Er werd gezegd dat heel Rome zich bekeerde tot het Christendom.
 
Het gevolg was dat de christenen rond het jaar 250 na Christus werden vervolgd onder keizer Valerianus. Christenen die bezittingen hadden, verdeelden al het geld en alle rijkdommen van de kerk onder de armen in de stad.
 
Valerianus gaf opdracht om alle bisschoppen, priesters en diakenen te arresteren en ter dood te brengen. Hij bood Laurentius een uitweg als hij zou vertellen waar de rijkdommen van de kerk zich bevonden.
 
Laurentius vroeg drie dagen de tijd om de rijkdommen op één plek te verzamelen. Hij bracht de blinden, armen, gehandicapten, zieken, ouderen, weduwen en wezen bij elkaar. Toen Valerianus arriveerde, opende Laurentius de deuren en zei: “Dit zijn de rijkdommen van de kerk!”
 
Valerianus werd zo kwaad dat hij onthoofding niet erg genoeg vond voor Laurentius. Hij beval dat deze moedige man moest worden geroosterd boven een vuur. En zo stierf Laurentius in het jaar 258. Naar verluidt maakte hij nog een grap en zei hij tegen zijn beulen: “Deze kant is gaar, je kunt me nu omdraaien.” Zijn moed maakte zoveel indruk dat de gemeente in Rome alleen maar meer opbloeide en nog meer mensen zich bekeerden, onder wie een aantal senatoren die getuige waren geweest van zijn executie.
 
Laurentius had ten diepste begrepen waar de boodschap van Jezus over gaat. Hij begreep dat de armen de ware rijkdommen van de kerk zijn.
 
Hoe moeten we omgaan met de armen? En hoe zit het met de rijken? Is armoede een zegen of een vloek? Is rijkdom een zegen of een vloek? Belooft het evangelie voorspoed?
 

1. Geld is niet alles

Het boek Spreuken geeft een opmerkelijk uitgebalanceerd inzicht in rijkdom en armoede. Beide zijn niet volkomen slecht of volkomen goed. Ze worden beschouwd als onderdeel van het leven en je wordt aangemoedigd om verstandig om te gaan met wat je hebt.
 
'Je huis en rijkdommen erf je van je voorouders, maar een vrouw met inzicht krijg je van de HEER' (v.14). Er is niets mis met huizen of rijkdom, maar er zijn belangrijker zaken in het leven. De juiste partner vinden is veel belangrijker dan het hebben van een dikke portemonnee.
 
Als je de neiging hebt om te hard te werken om zoveel mogelijk geld te verdienen of om hogerop te komen, is het belangrijk om je steeds bewust te blijven van Gods heerschappij: 'Een mens maakt allerlei plannen, wat wordt uitgevoerd, is het plan van de HEER' (v.21). Als je rust neemt op zondag en tijdens feestdagen en vakanties, laat je zien dat je vertrouwt op Gods heerschappij.
 
Rijkdom is niet het belangrijkste in het leven en armoede niet het slechtste wat je kan overkomen: 'Een mens heeft het verlangen goed te doen, je kunt beter arm dan onbetrouwbaar zijn' (v.22). We hebben meer behoefte aan vriendelijkheid en liefde dan aan rijkdom. Een betrouwbaar karakter is veel belangrijker dan geld.
 
Maar in dit gedeelte wordt armoede ook niet opgehemeld als deugd. Soms is armoede je eigen schuld: 'Als je lui bent, verslaap je je tijd, als je laks bent, zul je honger lijden' (v.15).
 
Het maakt niet uit wat de oorzaak is van iemands armoede; wees goed voor de armen: 'Wie barmhartig is voor een arme leent aan de HEER, die zal hem zijn weldaad vergoeden' (v.17).
 
Dit is een heel bijzondere en geweldige belofte. God staat bij niemand in het krijt. Telkens als je iets goeds doet voor een arme, leen je aan de Heer en hij zal je met rente terugbetalen. Vaak zien we geweldige zegeningen in het leven van mensen die omzien naar de armen, de daklozen en de gevangenen.
 

Heer, ik vertrouw mijn geldzaken en mijn toekomst aan U toe. Help me om gul te zijn voor iedereen, vooral voor de armen.


 

2. Armoede van de apostelen

In de wereld om hen heen waren de mensen rijk, gerespecteerd en sterk, maar in de gemeente van Korinte was het een puinhoop. Paulus wijst erop dat ze arrogant, hoogmoedig en jaloers waren. Ze deden niets aan seksuele bandeloosheid en sleepten elkaar voor de rechter.
 
Paulus begint deze zaken aan de kaak te stellen. Hij ziet bij hen de arrogantie van de welgestelden. Ze zijn trots op hun materiële welvaart. Paulus legt kort en bondig uit waarom niemand reden heeft om hoogmoedig te zijn: 'Bezit u ook maar iets dat u niet geschonken is? Alles is u geschonken, dus waarom schept u dan op alsof u het zelf verworven hebt?' (v.7).
 
Ze zijn zo rijk als koningen: 'Maar natuurlijk – u bent al helemaal verzadigd, u bent al rijk, u bent al koningen geworden zonder ons' (v.8a). Paulus bedient zich hier van sarcasme. Ze zijn helemaal geen koningen: 'Was u maar koningen geworden, dan zouden wij het ook zijn' (v.8b).
 
Hij zet hun materiële welvaart tegenover zijn eigen armoede en die van de andere apostelen. 'Wij zijn zwak, maar u bent sterk; u staat hoog in aanzien, maar wij worden veracht. Tot op dit moment lijden wij honger en dorst; wij hebben nauwelijks kleding en worden mishandeld. Wij hebben nergens een thuis en doen zwaar werk met onze handen' (vv.10b-12a, HB).
 
Paulus was een van de invloedrijkste christenen ooit. Zijn dienst aan de wereld was misschien wel een van de 'succesvolste' aller tijden. Maar hij werd er niet materieel rijk van. Integendeel. Hij was materieel arm. Hij had niet genoeg te eten. Hij had geen mooie kleren. Hij had geen dak boven zijn hoofd.
 
Zijn armoede was niet het resultaat van zijn luiheid: 'wij zwoegen voor ons eigen brood' (v.12a). Net als veel armen vandaag de dag werd hij mishandeld. Hij betaalde niet met gelijke munt terug: 'Worden we bespot, dan zegenen we; worden we vervolgd, dan verdragen we het; worden we beledigd, dan antwoorden we vriendelijk. Tot op dit ogenblik zijn wij het uitschot van de wereld, het uitvaagsel van de mensheid' (vv.12b-13).
 
Paulus schrijft met veel liefde; niet om ze te beschamen, maar om ze te waarschuwen. Hij ziet hen als zijn eigen kinderen (vv.14-15): 'Door Christus Jezus ben ik uw vader geworden'. 'Want al zijn er duizenden die u in Christus verder opvoeden, u hebt niet veel vaders. Ik ben uw geestelijke vader' (v.15, HB).
 
Het hart van Paulus was als dat van een goede vader. Het hart van een vader is zachtaardig, vriendelijk, onderwijzend, volhardend en laat mensen nooit vallen. Dit is de juiste houding voor een zielzorger. Geen enkele menselijke ouder is volmaakt. Maar je bent geliefd en wordt gekoesterd door onze volmaakte hemelse vader. Je kunt ernaar streven om zelf een ouder te zijn voor anderen naar dit hemelse voorbeeld.
 

Heer, dank U dat we in Jezus zoveel meer hebben gekregen dan de wereld te bieden heeft. Geef ons de bereidheid om dwaas te zijn 'omwille van Christus' (v.10). Help me om het voorbeeld van Paulus te volgen.

 

3. Rijkdom van koningen

Toen Paulus de woorden van 1 Korintiërs 4:8 schreef ('u bent al rijk, u bent al koningen geworden') had hij misschien koningen als koning David in gedachten.
 
David was rijk. Hij had 'schatkamers' (1 Kronieken 26:22), hij had 'koninklijke magazijnen' (27:25), hij had 'wijngaarden' en wijnkelders (v.27), 'olijfgaarden', 'vijgenbomen' en 'opslagplaatsen voor olie' (v.28), 'rundvee' (v.29), 'kamelen' en 'ezelinnen' (v.30b), 'geiten en schapen en 'bezittingen' (v.31).
 
Financiële middelen zijn niet 'ongeestelijk'. Zo vindt de eredienst voor God meestal plaats in gebouwen. En gebouwen kosten geld. Het beheer van de financiën is een belangrijk taak binnen de kerk. De Levieten werden 'belast met het toezicht op de schatkamers van de tempel van God' (26:20,22). Sebuel was 'opperschatbewaarder' (v.24).
 
Materiële welvaart werd in het Oude Testament vaak beschouwd als teken van Gods zegen. Ook nu nog is het zo dat toewijding, betrouwbaarheid, oprechtheid en eerlijkheid eigenschappen zijn die we vaak zien bij geslaagde mensen die het materieel goed hebben. Toch is dit niet het hele plaatje, zoals we vandaag hebben gelezen in het Nieuwe Testament.
 
Ik heb in de loop van de tijd een aantal heel rijke christenen ontmoet. Sommige van hen zijn heel vroom en gelovig. Hun rijkdom is niet noodzakelijkerwijs een teken van Gods zegen, maar dat betekent niet het ze slecht is. Het gaat erom hoe je over je geld denkt en wat je ermee doet.
 

Heer, help ons om het juiste evenwicht te bewaren in ons onderwijs en in onze leefwijze. Laat ons nooit mensen veroordelen die U hebt gezegend met materiële welvaart. Help ons om gul te geven en bereid te zijn honger en dorst te lijden, desnoods rond te lopen in oude kleren zonder dak boven ons hoofd, om U te dienen.
 

Pippa's bijdrage

Spreuken 19:13b


'Het geruzie van een vrouw is als een dak dat altijd lekt.'
 
Voordat ik iemand bij ons thuis aanspreek op de rommel die hij of zij heeft gemaakt, denk ik altijd aan dit vers. Ik wil geen lekkend dak zijn!
 

Vers van de dag
Spreuken 19:17

'Wie barmhartig is voor een arme leent aan de HEER, die zal hem zijn weldaad vergoeden.
Forward
Share
Tweet
Share
+1
Copyright © 2018 Alpha Nederland, All rights reserved.



Afzender: Alpha Nederland - BiOY@alphanederland.org
Je ontvangt dagelijks deze mail met een vertaling van Bible in One Year 2017.