Copy
Je dagelijkse mail van bijbeljaar.nl
Bekijk deze mail in je browser
 Psalm     Nieuwe Testament     Oude Testament

Hoe kun jij nuttig zijn voor God?

4 september - dag 247

Pippa en ik kwamen net terug uit het ziekenhuis. Mijn moeder was die dag overleden. Ze had een hartaanval gehad terwijl ze aan haar bureau zat te werken. Ze was 69.
 
Ik was helemaal van de kaart. Ik ging even naar buiten om een frisse neus te halen en bedacht dat de enige die ik wilde zien Sandy Millar was, onze voorganger en vriend.
 
Op dat moment keek ik voor me uit en zag zijn auto de straat inrijden. Hij had net gehoord wat er was gebeurd en was direct in de auto gestapt om naar ons toe te komen. God gebruikte Sandy's komst die dag om ons te troosten en te bemoedigen.
 
In het gedeelte van het Nieuwe Testament voor vandaag lezen we dat de komst van Titus door God werd gebruikt om Paulus te troosten en te bemoedigen toen hij het zwaar had: 'Maar God geeft moed aan wie terneergeslagen is, en door de komst van Titus heeft hij ook ons moed gegeven' (2 Korintiërs 7:6).
 
De komst van Titus was extra bemoedigend omdat hij het nieuws meebracht dat de Korintiërs nuttig waren voor God. Paulus schrijft: 'Hierdoor werd ik van blijdschap vervuld' (v.7c).
 
Hoe slecht de dingen ook lijken te gaan, God weet altijd weer mensen te vinden die Hij gebruikt als instrument 'voor eervol gebruik, geheiligd en van veel nut voor de Heere, voor elk goed werk gereedgemaakt' (2 Timoteüs 2:21, HSV). Hoe kunnen jij en ik nuttig zijn voor God?

1. Wees bereid om de leiding te nemen

Heb je wel eens het gevoel dat je je in een spirituele woestenij bevindt, op je werk, in je woonplaats of zelfs in je hele land?
 
De psalmdichter roept een van de zwartste perioden van het volk van God in herinnering. God had zijn volk gezegend. Ze waren 'zeer vruchtbaar' geworden (v.24). Maar hun succes had hen gehaat gemaakt (v.25a). Hun vijanden spanden tegen hen samen (v.25b). 'Ze mishandelden het volk van God' (v.25b, BGT).
 
Het volk van God werd onderdrukt en tot slaaf gemaakt. Ze bevonden zich in een spirituele woestenij. Maar God zond 'Mozes, zijn dienaar, en Aäron, de man van zijn keuze' (v.26). God koos Mozes en Aäron. Zij gaven gehoor aan zijn opdracht om het volk te leiden, al was het in Mozes' geval niet van harte. Ze deden wonderlijke tekenen en wonderen en bevrijdden het volk van God: 'Zij verrichtten onder hen de tekenen die Hij bevolen had, en wonderen' (v.27, HSV).


Heer, als ik kijk naar ons land en de toestand van de kerk, roep ik tot U om mensen te laten opstaan als Mozes en Aäron om uw volk uit de spirituele woestenij te leiden.
 

2. Ga naar God in tijden van nood

Soms worden we in ons leven getroffen door verdriet en ellende. We worden er helemaal door overmand. Dit kan worden veroorzaakt door verlies, ontslag, ziekte, teleurstelling of andere omstandigheden waar we geen invloed op hebben. Maar het kan ook worden veroorzaakt door onze eigen zonden of fouten, zoals bij de Korintiërs.
 
Waar het om gaat is hoe je erop reageert. Voor sommige mensen zijn dit soort dingen aanleiding om God de rug toe te keren. Anderen worden er juist sterker van, net als de Korintiërs. De Korintiërs wendden zich in hun nood tot God. Hierdoor kon God hen op een heel krachtige manier gebruiken.
 
Ook Paulus werd door God gebruikt om grote dingen te doen. Maar het was geen gemakkelijke reis, geen leven zonder moeilijkheden. Paulus deed niets waardoor hij zichzelf in de problemen bracht. Hij schrijft: 'Wij hebben niemand onrecht aangedaan, niemand te gronde gericht, niemand uitgebuit' (v.2). En toch heeft hij het over 'al mijn ellende' (v.4). Hij schrijft over 'tegenstanders die ruzie met mij zochten' en zijn hart was vol zorgen (v.5, BGT).
 
Paulus hield heel veel van de mensen in Korinte (vv.3-4a). Hoewel de liefde niet altijd wederzijds was, gaf het hem veel vreugde als dat wel het geval was. Toen Titus hem vertelde hoe graag de Korintiërs Paulus weer wilden zien en vertelde over hun verdriet over wat er was misgegaan en dat ze hem nu volledig steunden, zei hij: 'Dat bericht maakte mij erg blij' (v.7, BGT).
 
Paulus had de moed om hen door middel van een brief aan te spreken op hun gedrag. Eerst hadden ze hier veel verdriet van (v.8), wat vaak het geval is bij dit soort terechtwijzing. Daarom had Paulus er in eerste instantie spijt van dat hij de brief had geschreven, maar gelukkig reageerden de Korintiërs op de juiste manier. Ze lieten zich naar God leiden. We maken er allemaal wel eens een puinhoop van -    de vrome koning David beging grote zonden (2 Samuel 11 en 12) - zelfs Paulus. Maar waar het om gaat is hoe je erop reageert.
 
'Nu ben ik blij dat ik die brief heb gestuurd, niet omdat ik u er verdriet mee heb gedaan, maar omdat u zich daardoor tot God hebt gewend. (...) Maar verdriet op zich, dat niet tot een omkeer leidt, heeft een dodelijke uitwerking' (2 Korintiërs 7:9-10, HB).
 
Het verkeerde soort verdriet, zoals bij Saul in het Oude Testament en bij Judas Iscariot, geeft geen inkeer en ommekeer, maar leidt tot de dood.  Net als koning David (zie Psalm 51) en Petrus reageerden de Korintiërs op de juiste manier.
 
'U ziet hoe dit verdriet, dat volgens Gods wil over u kwam, verandering heeft teweeggebracht. U kwam niet alleen tot een serieus inzicht, maar ook tot verontschuldiging en verontwaardiging over de situatie. (...) U hebt in alles laten zien dat u zuiver voor God wilt staan' (v.11, HB). 
 
Titus was getuige van de ommekeer in hun leven die het gevolg was van hun reactie op hun nood. Hij was er zo blij mee. Alles wat de Korintiërs voor hem deden, gaf hem nieuwe kracht.
 
Hij vertelde er Paulus vol vuur over: 'Als Titus terugdenkt aan zijn bezoek, wordt zijn liefde voor jullie alleen nog maar groter. Want jullie hebben hem ontvangen met eerbied en respect, en jullie hebben goed naar hem geluisterd. En ik ben blij dat ik helemaal op jullie kan vertrouwen' (vv.15–16, BGT).
 

Heer, dank U dat U mij inzicht geeft, mij berouwvol maakt en helpt om een oplossing te vinden als ik in tijden van nood bij U kom, zodat U mij kunt gebruiken.
 

3. Geef gehoor aan Gods roepeing en zeg: "Ik zal gaan"

Er zijn vandaag de dag veel landen in nood, zoals Syrië, Irak, Oekraïne, Zimbabwe, Noord-Korea en Zuid-Soedan. In dit gedeelte wordt een land beschreven waar onrecht schering en inslag is.
 
'Er zijn mensen die steeds meer huizen en land kopen. Straks is het hele land van hen. Dan is er geen plaats meer voor anderen. Het zal slecht aflopen met die mensen! Al hun huizen zullen verwoest worden. (...) Zelfs een grote wijngaard brengt bijna geen wijn meer op' (5:8-10, BGT).
 
Intussen zorgen de leiders ervoor dat er op hun feesten genoeg te eten en drinken is, dat er vrolijke muziek klinkt, terwijl de gewone man omkomt van de dorst (5:11-13, HB). Hun leiders noemen het kwaad goed en het goede slecht (vv.8-22).
 
Met welk gezag spreekt Jesaja de mensen op deze manier toe? Hij werd door God geroepen tijdens een donkere periode in de geschiedenis van Israël. Hij beschrijft het visioen dat hij had rond 740 v. Chr., in het jaar waarin koning Uzzia stierf (6:1):

  • Hij ontmoette God

    Jesaja beschrijft een overweldigend gevoel van Gods aanwezigheid, van zijn majesteit, heiligheid, heerlijkheid en macht (vv.1-4). Het gaat om de woorden 'Ik zag de Heer' (v.1). Dat was niet zomaar een mooie ervaring, nee, het was een ontmoeting die zijn leven compleet veranderde.
     
  • Hij werd gereinigd

    Jesaja zag de heiligheid van God en zei: 'Ik ben ten dode opgeschreven, want ik behoor tot hen die met de mond zondigen. En nu heb ik de Koning gezien, de HERE van de hemelse legers' (v.5, HB). Hoe dichter je bij het licht kom, hoe duidelijker je zonden zichtbaar zijn.

    God neemt het initiatief en geeft een manier om onszelf te reinigen: 'Nu deze kool uw lippen heeft aangeraakt, is uw ongerechtigheid verdwenen. Al uw zonden zijn u vergeven' (v.7, HB).

    Door het kruis heeft Jezus jouw schuld weggenomen en voor jouw zonden betaald. Je hoeft niet meer gebukt te gaan onder schuld, maar je wordt vervuld van Gods liefde voor jou.
     
  • Jesaja zei tegen God: "Ik zal gaan."

    Hij gaf gehoor aan Gods roeping. God vroeg hem: "Ik heb dit allemaal voor jou gedaan, wil jij nu iets voor mij doen?" Je hele leven ligt voor je, wat ga je ermee doen? God zei: 'Wie zal Ik als boodschapper naar mijn volk sturen? Wie zal voor Ons gaan?' (v.8a, HB).

    En Jesaja antwoordde: 'HERE, stuurt U mij! Ik zal gaan!' (v.8b). Hij begreep dat het heel hard nodig was. Hij verzon geen uitvluchten. Hij zei niet dat hij eerst nog iets anders moest doen. Hij zei tegen God: "Ik zal gaan." God gebruikte hem op een geweldige manier.

Dit viel in het niet bij Degene over wie Jesaja profeteerde. Hij zegt: 'Daarom zal de Heer zelf u een teken geven: de jonge vrouw is zwanger, zij zal spoedig een zoon baren en hem Immanuel noemen' (7:14). Deze profetie werd historisch vervuld met de geboorte van Maher Sjalal Chasj Baz (8:3, HSV). Maar Matteüs begrijpt dat deze profetie pas echt werd vervuld met de geboorte van Jezus Christus, die Immanuel wordt genoemd, God met ons (vv.8,10, zie ook Matteüs 1:23).


Heer, dank U dat U tegen mij zegt: 'Je schuld is geweken, je zonden zijn tenietgedaan' (Jesaja 6:7). Ik wil hierop antwoorden met de woorden: 'HERE, stuurt U mij! Ik zal gaan!'.
 

Pippa's bijdrage

2 Korintiërs 7:2


'Stel u voor ons open.'
 
Het nieuwe schooljaar begint. Ook Alpha gaat binnenkort weer van start. Er zullen veel nieuwe mensen naar de kerk komen. Dat kan behoorlijk heftig zijn. Maar dit is een goede aansporing om me open te stellen voor alle nieuwe mensen die ik ontmoet.
 

Vers van de dag
Jesaja 6:8

'HERE, stuurt U mij! Ik zal gaan!'
Forward
Share
Tweet
Share
+1
Copyright © 2018 Alpha Nederland, All rights reserved.



Afzender: Alpha Nederland - BiOY@alphanederland.org
Je ontvangt dagelijks deze mail met een vertaling van Bible in One Year 2017.