Copy
Je dagelijkse mail van bijbeljaar.nl
Bekijk deze mail in je browser
 Psalm     Nieuwe Testament     Oude Testament

Echt succes

9 augustus - dag 221

Onze tijdschriften en beeldschermen staan vol met verhalen over rijke, mooie en sterke mensen. In onze cultuur worden zij op een voetstuk geplaatst en streven veel mensen ernaar om rijk, mooi en sterk te zijn. Op zich is hier niets mis mee, maar het is niet alles.
 
De Franse filosoof Blaise Pascal sprak over drie orden van grootheid. Rijkdom, schoonheid en kracht behoren tot de eerste categorie: oppervlakkige 'fysieke grootheid'.
 
Boven dit niveau plaatste hij een tweede niveau van grootheid. Dit is de grootheid van genialiteit, wetenschap en kunst. De grootheid van de kunst van Michelangelo of de muziek van Bach of de genialiteit van Albert Einstein staat hoog boven de oppervlakkige fysieke grootheid.
 
Maar volgens Pascal is er nog een derde soort grootheid: de orde van heiligheid. (En er is een bijna onmetelijk kwalitatief verschil tussen de tweede en derde categorie). Het feit dat een heilig persoon sterk of zwak is, rijk of arm, hoogintelligent of ongeletterd, doet niets toe of af aan zijn heiligheid, omdat de grootheid van die persoon van een heel ander en bijna onmetelijk superieur niveau is. Het niveau van de orde van heiligheid is bereikbaar voor iedereen.
 
Het woord 'heilig' komt in verschillende varianten (geheiligd, heiligst, heiligheid) meer dan 500 keer in de Bijbel voor. God is heilig. Hij geeft jou zijn Heilige Geest om je te heiligen en je wordt opgeroepen om in zijn heiligheid te delen.
 
In de Bijbel wordt gesproken over 'heiligen'. In het Nieuwe Testament wordt het woord 'heiligen' gebruikt voor alle christenen. Jij wordt geroepen om een van 'zijn heiligen' te zijn (1 Korintiërs 1:2). Heiligheid is een geschenk dat je krijgt als je je vertrouwen op Jezus stelt en zijn rechtvaardiging en het geschenk van de Heilige Geest ontvangt. Uit dankbaarheid voor dit geschenk moet je ernaar streven om een heilig leven te leiden door Jezus na te volgen in de kracht van de Heilige Geest.
 

1. Heilige God

God is de schepper van het heelal, maar Hij maakt geen deel uit van de wereld die Hij heeft gemaakt. Hij is groter en majestueuzer dan de schepping, zelfs dan 'het geraas van de wijde wateren' (v.4).
 
Het hoogtepunt van de lofprijzing van de psalmdichter gaat over de heiligheid van God. Hij eindigt met de woorden: 'Uw uitspraken zijn betrouwbaar. Heiligheid is van uw huis het sieraad, HEER, tot in lengte van dagen' (v.5). In de Bijbel in Gewone Taal staat: 'Uw tempel is heilig' (v.5). De tempel was een prachtig en indrukwekkend gebouw, maar de psalmdichter beseft dat de heiligheid van God de tempel zijn innerlijke schoonheid en pracht geeft.
 

Heer, we aanbidden U in de pracht van uw heiligheid. U alleen bent heilig. Heilig, heilig, heilig is de Heer van de hemelse machten (Jesaja 6:3).
 

2. Heilige gemeente

Als we tegenwoordig in de kerk praten over heiligheid, moeten we oppassen voor een aantal valkuilen. Zo is er het gevaar van een houding van 'schijnheiligheid'. We moeten ons niet zelfgenoegzaam superieur voelen. Ook het gevaar van perfectionisme ligt op de loer. Alleen God is volmaakt heilig. Streef naar perfectie, maar besef dat je dat in dit leven nooit zult bereiken.
 
Onze heiligheid is de gepaste reactie op Gods heiligheid en is alleen mogelijk dankzij het geschenk en de genade van God. Heiligheid in de gemeente is het gevolg van het geschenk van de Heilige Geest (1 Korintiërs 3:16-17).
 
Paulus vond het verschrikkelijk wat er gebeurde in Korinte, juist omdat de gemeente van Christus heilig zou moeten zijn. Er was sprake van seksuele zedeloosheid die zelfs buiten de gemeente niet zou worden getolereerd (5:1).
 
Hij schrijft: 'En daar zijn jullie nog trots op ook. Jullie zouden het juist heel erg moeten vinden, en jullie moeten die man uit de kerk zetten!' (v.2, BGT).
 
De kerk kan alleen heilig zijn als er regels zijn die worden gehandhaafd. Er zijn bepaalde extreme zonden waarvoor mensen uit de kerk moeten worden gezet (v.13). Dit zijn zonden die overduidelijk zondig zijn. Neem bijvoorbeeld ontucht. Dit is een extreme vorm van zedeloosheid tussen een man en zijn stiefmoeder (v.1).
 
Paulus schrijft over de noodzaak van regels waar het gaat om 'geldwolven, afgodendienaars, lasteraars, dronkaards en uitbuiters' (vv.10-11). Met geldwolven worden hier op geld beluste mensen bedoeld die zich zelfs verlagen tot diefstal en oplichterij. Andere overduidelijke zonden zijn bijvoorbeeld afgoderij en laster (roddel en achterklap om anderen in een kwaad daglicht te stellen).
 
'Dronkaards' zijn mensen die opzettelijk en regelmatig dronken zijn. Paulus bedoelt hier niet de mensen die proberen van hun alcoholverslaving (of andere verslaving) af te komen. De kerk zou juist een plek moeten zijn waar deze mensen welkom zijn in plaats van hen te verstoten. Het woord wordt hier gebruikt voor andere ondeugden zoals geweld en ongepaste seksualiteit.
 
Paulus laat er geen onduidelijkheid over bestaan dat hij het niet heeft over mensen buiten de kerk (v.10). We moeten onze handen niet aftrekken van zelfs de ergste 'zondaars'. Jezus was een vriend van zondaars. Hij ging met iedereen om. Dit is juist het soort mensen dat wij de hand moeten reiken.
 
Nee, Paulus zegt dat er in de kerk geen plaats is voor mensen die dit soort extreme en overduidelijk zondige dingen blijven doen zonder hier berouw voor te tonen. Tenzij we dit probleem aanpakken, heeft dit gevolgen voor de hele kerk ('een beetje desem maakt het hele deeg zuur', v.6).
 
Regels in de kerk zijn goed omdat het mensen in staat stelt om het eigen gedrag langs een meetlat te leggen en aan te pakken (v.5). Regels zijn ook goed voor de kerk als geheel, omdat ze voorkomen dat het kwaad zich door de hele gemeenschap verspreidt.
 
Gelukkig is vergeving mogelijk: 'Ons pesachlam, Christus, is geslacht' (v.7b). Niemand van ons is heilig van zichzelf, maar alleen dankzij het geschenk van God. Jezus is gestorven als pesachlam, opdat God ons kan vergeven en reinigen. Heiligheid is een geschenk van God. Als we in de fout gaan, moeten we onmiddellijk teruggaan naar het kruis en om vergeving vragen.
 

Heer, vandaag kom ik bij U en vraag U of U me wilt vergeven en wilt reinigen. Help me om heilig te leven. Laat uw kerk een heilige plaats zijn.
 

3. Heilige tempel

David kreeg de opdracht om de bouw van een heilige tempel voor te bereiden (29:2-3). David kon de tempel zelf niet bouwen. De tempel was immers heilig en hij had te veel oorlogen gevoerd en te veel bloed vergoten (28:3).
 
Maar God gaf David leiding over het plannen van de bouw van de tempel. Deze plannen werden hem ingegeven door de Geest (v.12, HB). Zo leidt God ons vaak: Hij fluistert ons redenen in om op een bepaalde manier te handelen.
 
David vertrouwde het werk toe aan zijn zoon Salomo. Hij zei tegen hem: 'Wees ontvankelijk voor de God van je vader en dien hem met volle overgave. Want de HEER onderzoekt alle harten en kent alle verlangens en gedachten' (v.9). God vraagt je om een heiligheid die verder gaat dan je daden, die reikt tot in je hart, je verlangens en je gedachten.
 
David zegt dat God het 'hart' beproeft en 'oprechtheid verlangt' (29:17). David was een man met 'een oprecht hart' (Psalm 78:72, HSV). Dit is een goede definitie van heiligheid.
 
Er wordt wel gezegd dat iedereen drie levens heeft: een openbaar leven, een privéleven en een geheim leven. Heiligheid betekent dat je deze drie levens tot één geheel smeedt. In een heilig leven is er geen onderscheid tussen onze daden en overtuigingen in ons openbare leven, ons privéleven en ons geheime leven. Heiligheid heeft te maken met heelheid. Als God je oproept om heilig te leven, vraagt Hij je om 'helemaal van Hem te zijn'.
 
David bad: 'Geef ook dat mijn zoon Salomo met volle toewijding uw geboden, bepalingen en wetten naleeft en alles in het werk stelt om de burcht te bouwen waarvoor ik de voorbereidingen heb getroffen' (1 Kronieken 29:19).
 
Het is trouwens interessant dat er voor de bouw van de tempel veel geld nodig was. Dit kregen ze bij elkaar omdat de leiders het goede voorbeeld gaven. David gaf als eerste (v.3). Andere leiders volgden het voorbeeld van hun koning (v.6). En vervolgens schonk het volk een vrijwillige gave (v.6) en deed dit met vreugde (v.17).
 
God wil dat je vrijwillig schenkt. Als je niet bereidwillig bent, kun je bidden: 'Heer, wilt u mij bereid maken om vrijwillig te geven?' Sandy Millar zegt vaak dat je in ieder geval kunt bidden: 'Heer, wilt u mij bereid maken om bereid gemaakt te worden?'
 
Het volk van God gaf vrijwillig en dit maakte hen blij. Alles wat je hebt komt sowieso van God: 'Al die rijkdommen hebben we eerst van u gekregen' (v.16b, BGT). Als je je middelen vrijwillig en gul geeft voor het werk van God, word je hier heel blij van.
 
De heilige tempel die David en Salomo bouwden was slechts een voorbereiding voor de heilige tempel van de gemeente waarin de Heilige Geest woont. De Geest woont niet alleen in de gemeente, Hij woont ook in jou. Jouw lichaam is een tempel van de Heilige Geest (1 Korintiërs 6:19).
 

Heer, vervul mij vandaag met uw Heilige Geest en help me om heilig te zijn.
 

Pippa's bijdrage

1 Kronieken 29:9b


'... men was van ganser harte bereid een bijdrage te schenken voor de HEER.'
 
Ik sta altijd versteld van de zorg van God en hoe ongelofelijk gul het volk van God is. Steeds weer zien we Gods bijzondere zorg voor het werk van de kerk als dingen dreigen te mislukken. Ik zou God meer moeten danken voor zijn geweldige gulheid.
 

Vers van de dag
1 Kronieken 28:20a

'Wees vastberaden en standvastig, ga aan het werk, laat je door niets weerhouden of ontmoedigen, want God, de HEER, mijn God, staat je terzijde.'
Forward
Share
Tweet
Share
+1
Copyright © 2018 Alpha Nederland, All rights reserved.



Afzender: Alpha Nederland - BiOY@alphanederland.org
Je ontvangt dagelijks deze mail met een vertaling van Bible in One Year 2017.