Copy
Je dagelijkse mail van bijbeljaar.nl
Bekijk deze mail in je browser
afbeelding van Bible In One Year | bijbeljaar.nl
 Spreuken     Nieuwe Testament     Oude Testament

Jouw bloeddonor 

8 november - dag 312

Een jongeman was gewond geraakt tijdens de Eerste Wereldoorlog. De arts die hem behandelde zei: “Het spijt me, maar u bent uw arm kwijtgeraakt.” De jonge soldaat antwoordde: “Dokter, ik ben mijn arm niet kwijtgeraakt, ik heb hem gegeven.”
 
Jezus heeft zijn leven gegeven als losgeld voor velen (Matteüs 10:45). Tijdens het laatste avondmaal nam Jezus de beker en zei: '... dit is mijn bloed, het bloed van het verbond' (Matteüs 26:28; Marcus 14:24). In het hele Nieuwe Testament wordt de nadruk gelegd op 'het kostbare bloed van Christus' (1 Petrus 1:19):
  • het maakt vergeving van zonden mogelijk (Kolossenzen 1:14)
  • het reinigt ons van alle zonde (1 Johannes 1:7)
  • het brengt ons dichter bij God (Efeziërs 2:13)
  • het brengt vrede en verzoening met God (Kolossenzen 1:20)
  • het geeft leven aan mensen die het drinken (Johannes 6:53)
  • het is het middel waarmee we Satan overwinnen (Openbaring 12:11)
In het gedeelte voor vandaag zien we verschillende aspecten van wat dit allemaal betekent.

1. De ultieme daad van vriendschap

Het is zo'n voorrecht om goede vrienden te hebben. Het allergrootste voorrecht is de vriendschap van Jezus. Hij noemt jou zijn vriend en heeft zijn bloed vergoten als ultieme daad van vriendschap. Jezus heeft gezegd: 'Er is geen grotere liefde dan je leven te geven voor je vrienden' (Johannes 15:13).
 
Dit gedeelte van Spreuken gaat over het belang van vriendschap: 'Je hebt meer aan een vriend in de buurt dan aan familie ver weg' (Spreuken 27:10c, BGT). De raad van een vriend is een grote zegen: 'Geurige olie maakt het hart blij, net zoals de goede raad die de ene vriend de andere geeft' (v.9, HB). Het is heel belangrijk om je vrienden trouw te blijven: 'Houd een vriend in ere, ook die van je vader' (v.10a).
 
Een goede vriend zegt niet alleen maar aardige dingen: 'Beter dat je openlijk terechtgewezen wordt dan dat je uit liefde wordt gespaard' (v.5). De schrijver van Spreuken vervolgt: 'De wonden die door een vriend worden geslagen zijn een teken van zijn trouw' (v.6, WV). Echte vriendschap is meer dan klakkeloos alles goedvinden. Ik ben mijn goede vrienden zo dankbaar dat ze me van tijd tot tijd ongezouten de waarheid vertellen. Ze doen dit altijd uit liefde.
 
Het woord 'wonden' wordt hier figuurlijk gebruikt; de vriend doet je wel pijn, maar doet dit uit liefde. Toch denk ik, in het kader van het thema van vandaag, dat 'wonden' ook letterlijk kan worden opgevat als lichamelijke wonden en het vergieten van bloed. In het geval van Jezus werd niet ons bloed vergoten, maar zijn eigen bloed. 'Maar Hij is om onze overtredingen verwond' (Jesaja 53:5, HSV). Zijn bloed is voor jou vergoten als ultieme daad van vriendschap.
 

Heer, dank U voor vrienden. Het meeste wil ik U danken voor uw geweldige vriendschap. Dank U dat U bereid was uw leven te geven en uw bloed voor mij te vergieten.
 

2. Een zuiver, onbezwaard geweten

'De meeste mensen hebben wel iets wat hun hart bezwaart, iets wat ze hebben gezegd of gedaan waar ze spijt van hebben, iets wat ze achtervolgt en waarvan ze bang zijn dat het wordt ontdekt', schrijft bisschop Tom Wright. 'Wat is het dan geweldig om te weten dat het offer van Jezus, zijn bloed dat wordt gesprenkeld, de kracht heeft om elke last van ons geweten weg te nemen, zodat we bij God kunnen komen zonder schaduw over onze relatie, mits we zijn offer in geloof en vertrouwen aanvaarden.'
 
De schrijver van de brief aan de Hebreeën legt uit dat onder het oude verbond alleen de hogepriester het allerheiligste kon binnengaan, 'slechts eenmaal per jaar en nooit zonder het bloed ' (v.7). Het bloed van een offer staat voor de levenskracht van het dier dat werd geslacht ('het bloed is de levenskracht van een levend wezen', Leviticus 17:11). Het leven van het dier werd gegeven in plaats van dat van degene die het offer bracht.
 
De priesters hadden geen toegang tot het allerheiligste. Ze deden hun werk in het heilige, het voorste gedeelte. Behalve die ene dag in het jaar was de doorgang naar de troonzaal van God versperd voor iedereen, ook voor de hogepriester.
 
Als de hogepriester toestemming kreeg om naar binnen te gaan, werd zijn binnenkomst veiliggesteld met offerbloed. Maar dit offerbloed was niet volkomen effectief. Elk jaar moest nieuw bloed worden vergoten voor elke keer dat de hogepriester het allerheiligste betrad. Bovendien konden alle regels die ze hadden het lichaam wel aan de buitenkant reinigen (Hebreeën 9:13), maar 'ze konden het geweten van de mensen toch niet zuiveren' (v.9, HB).
 
In werkelijkheid was het slechts een 'zinnebeeld' (v.9); 'al die regels gingen over de buitenkant van de mens. Ze waren geldig tot de tijd dat Gods nieuwe afspraak ging gelden' (v.10, BGT). Het wees vooruit naar iets dat nog komen zou. Dit kwam tot vervulling met het bloed van Christus.
 
Met zijn de komst is Jezus 'voor eens en altijd het hemelse heiligdom binnengegaan, en dan niet met bloed van bokken en jonge stieren maar met zijn eigen bloed. Zo heeft hij een eeuwige verlossing verworven' (v.12). 'Dankzij dat offer kunnen wij op een goede manier leven en de levende God dienen' (v.14, BGT).
 
Wat betekent dit?

  • Je bent van binnen en van buiten schoon
    Dankzij Jezus is het mogelijk dat je geweten wordt gezuiverd: 'Zijn bloed zal ons geweten zuiveren' (v.14, GNB).
     
  • Je bent bevrijd

    'Maar Christus is gestorven om ons te bevrijden van alles wat we verkeerd gedaan hebben' (v.15b, BGT).

De Heilige Geest en het bloed van Christus gaan samen. Joyce Meyer schrijft: 'De Geest kon alleen met Pinksteren worden uitgestort nadat het bloed was vergoten op het kruis in Golgota.'
 

Heer Jezus, dank U dat U het mogelijk maakt dat ik een zuiver geweten heb en de levende God mag dienen. Dank U dat U de losprijs hebt betaald en mij hebt bevrijd door uw bloed te vergieten voor mij.
 

3. Alles komt goed

God houdt van jou. Alles wat Hij doet, komt voort uit zijn liefde voor jou. In deze profetische allegorie wordt Gods liefde voor zijn volk vergeleken met die van een man voor zijn vrouw: 'Ik zag dat het meisje volwassen geworden was. Ze was oud genoeg om te trouwen. Toen deed ik mijn mantel om haar heen, zodat ze niet meer naakt was. En ik beloofde haar dat ik haar voor altijd trouw zou zijn. Zo werd ze mijn vrouw' (v.8, BGT).
 
De zegen van de Heer omvat reiniging (v.9), prachtige kleding (v.10), uiterlijk schoon (vv.11-13), het beste voedsel (v.13, HB), roem (v.14) en schoonheid (v.14).
 
De tragische woorden die hierop volgen kunnen we betrekken op onszelf als individu of als volk: 'Maar u' (v.15, HB). Ondanks alles wat God had gedaan, keerden de mensen zich van Hem af. Ze vertrouwden liever op hun schoonheid en gebruikten hun roem op een ontrouwe manier (v.15).
 
Zonde begint vaak met ongeloof, met vertrouwen op iets anders dan de Heer. Dit leidt tot afgoderij, het aanbidden van iets anders dan de Heer, en vervolgens tot meer zonde, vaak als gevolg van onze hartstocht (v.30).
 
Het gevolg van zonde is ontevredenheid (vv.28-29) en het oordeel van God (vv.30-34). Jeruzalem is als een overspelige vrouw die afgoden aanbidt en voor hen 'het bloed van [haar] kinderen' vergiet. Omdat ze bloed heeft vergoten, wordt haar eigen bloed vergoten (v.38). Het woord bloed komt zes keer voor in dit gedeelte (vv.6,9,22,36,38).
 
Hij vergelijkt hun zonde met die van Sodom. Hij heeft het niet over de seksuele zonden die meestal met Sodom worden geassocieerd. Hij schrijft: 'Sodom en haar dochters waren trots en verwend. Ze leefden zonder zorgen, en hadden meer dan genoeg te eten. Maar ze deden helemaal niets om arme en zwakke mensen te helpen. Ze dachten dat ze zelf belangrijker waren dan anderen. Ze deden dingen die ik verschrikkelijk vond. Toen ik dat merkte, heb ik hen weggejaagd' (vv.49-50, BGT).
 
Dit zijn zonden die veel voorkomen in een welvarende samenleving: arrogantie, vraatzucht en gebrek aan zorg voor arme en zwakke mensen. Als mensen niets tekortkomen, keren ze zich vaak van God af. Hun ergste zonde was dat ze de zwakken en armen niet hielpen.
 
En toch, ondanks dit alles, belooft God het lot van Sodom en zijn volk ten goede te zullen keren (v.53). Hij belooft een eeuwig verbond (v.60). Hij belooft dat Hij verzoening zal brengen voor alles wat zij gedaan heeft (v.63, HSV).
 
Dit woord verzoening zien we ook in het gedeelte uit Hebreeën voor vandaag, waar het gaat over 'de verzoeningsplaat' op de ark van het verbond, een symbool van Gods genade (Hebreeën 9:5). Verzoening verwijst naar de noodzaak om iets te doen om je zonde weg te wassen. Het gaat om twee grote realiteiten.
 
Ten eerste de realiteit en de heftigheid van Gods reactie op zonde. Ten tweede de realiteit en grootheid van zijn liefde, die het offer bracht door het bloed van Jezus. Paulus schrijft: '... de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en zich voor mij heeft prijsgegeven' (Galaten 2:20b). Zo persoonlijk is het. Zijn bloed is vergoten voor jou. Hij heeft jouw zonden gedragen. Hij is jouw dood gestorven. Zijn bloed heeft verzoening gedaan voor mijn zonde en voor jouw zonde. Hij is jouw bloeddonor.


Heer, dank U dat U in uw grote liefde en trouw uw bloed voor mij hebt vergoten. Dank U dat ik vandaag mag weten dat ik geliefd ben, dat mijn zonden zijn vergeven en dat ik met een zuiver, onbezwaard geweten kan leven.
 

Pippa's bijdrage

Hebreeën 9:7
 

'... de zonden die het volk uit onwetendheid heeft begaan.'
 
Ik weet zeker dat ik er hiervan veel heb begaan, naast alle zonden waar ik me wel van bewust ben!
 

Forward
Share
Tweet
Share
+1
Copyright © 2017 Alpha Nederland, All rights reserved.



Afzender: Alpha Nederland - BiOY@alphanederland.org
Je ontvangt dagelijks deze mail met een vertaling van Bible in One Year 2017.