Copy
Je dagelijkse mail van bijbeljaar.nl
Bekijk deze mail in je browser
 Psalm     Nieuwe Testament     Oude Testament

Vertrouw erop dat God het op zijn manier doet

23 augustus - dag 235

Soms zou ik willen dat ik echt een dagboek bijhield. Gelukkig schrijf ik wel regelmatig mijn gebeden op. Naast de woorden van een van de gedeelten voor vandaag, 'Wij weten niet wat we moeten doen, op u zijn onze ogen gevestigd' (2 Kronieken 20:12), heb ik in de loop van de jaren een paar schijnbaar onoverkomelijke problemen en situaties in mijn leven opgeschreven. Het is verbazingwekkend en geweldig om te zien hoe God ons op zijn tijd en op zijn manier van veel van deze problemen heeft verlost.
 
Als we eraan worden herinnerd dat God de macht heeft om ons te bevrijden, versterkt dat ons geloof dat Hij dat weer kan en zal doen. God is echt machtig. Sterker nog, God is 'almachtig'. Je kunt op Hem vertrouwen.

1. Vertrouw erop dat God gebeden verhoort

Charles Haddon Spurgeon, een 19e-eeuwse Engelse baptistenpredikant, heeft ooit gezegd dat gebed de ranke zenuw is die de almachtige spieren in beweging zet.
 
Als je kijkt naar de problemen in je leven en in je land, wat is dan je eerste reactie? De psalmdichter ziet de problemen van het volk van God en zijn stad die in puin ligt. Zijn eerste reactie is om te roepen tot God.
 
De psalmdichter herinnert God aan zijn macht en aan zijn liefde en roemt zijn grootheid: 'Maar u, HEER, troont voor eeuwig' (v.13a); 'U zult opstaan en u over Sion ontfermen' (v.14). '... want uw dienaren hebben de stenen van Sion lief, de ruïnes vervullen hen met deernis' (v.15).
 
Als ik vandaag de dag naar ons land kijk, zie ik dat een groot deel van de kerk in puin ligt. God heeft de macht om zijn volk in dit land weer op te bouwen.
 
Je mag vertrouwen op de macht van God om je gebeden te verhoren. Het is niet zo dat je Gods macht kunt sturen met je gebeden, maar God is altijd actief in het leven van zijn volk en zijn wereld: 'Aan wat zijn arm volk hem vraagt, geeft hij gehoor, hun smeekbeden wijst hij niet af' (v.18, GNB).


Heer, ik smeek U om de kerk in dit land weer op te bouwen. Heer, wilt U uw Heilige Geest weer over ons en ons land uitstorten?
 

2. Vertrouw erop dat God opwekt

Als we iemand verliezen van wie we houden, doet dat veel pijn. En ook onze eigen dood kan heel angstaanjagend zijn. Dit gedeelte geeft ons een nieuwe kijk op onze rouw en onze angsten. Als het in het Nieuwe Testament gaat over de liefde van God, wordt meestal verwezen naar het kruis van Jezus. Als het in het Nieuwe Testament gaat over de macht van God, wordt meestal verwezen naar de opstanding van Jezus. Het was de 'overweldigend grote krachtige werking van Gods macht' die Christus heeft opgewekt uit de dood (Efeziërs 1:19-20).
 
In 1 Korintiërs 15 zegt Paulus dat diezelfde macht ook ons lichaam zal opwekken. Hij gebruikt de analogie van een graankorrel om dit te verduidelijken. Een graankorrel moet eerst sterven en begraven worden om tot bloei te komen: 'Als u iets zaait, moet dat eerst sterven voordat het tot leven kan komen' (1 Korintiërs 15:36). Er is een doorgaande lijn van het zaad tot het graan, hoewel beide er heel anders uitzien.
 
Vanwege de opstanding van Jezus, mag je erop vertrouwen dat God ook jou zal opwekken, op zijn manier die veel beter is dan je je kunt voorstellen.
 
'Iemand zou kunnen zeggen: 'Hoe kunnen de doden dan opstaan? Wat voor lichaam zullen ze dan hebben?' Zo iemand begrijpt er niets van! Als je zaad op je akker strooit, valt dat in de grond om te sterven. Maar daarna gaat het weer leven, en groeien er planten uit. Die planten zien er totaal anders uit dan het zaad dat op de akker gestrooid is. Er zijn gewone korreltjes gezaaid, graankorrels of andere korrels. God laat uit al dat zaad planten groeien, en hij zorgt ervoor dat iedere soort zijn eigen vorm heeft. Precies zoals hij het wil' (vv.35–38, BGT).
 
Hij wijst erop dat God heel veel verschillende dieren en mensen heeft geschapen. Dit is trouwens ook een aanwijzing dat je niet moet proberen om op een ander te lijken. God heeft je gemaakt als unieke persoon. Het is juist goed om anders te zijn, diversiteit is goed.
 
Het aantal verschillende lichamen is enorm: mensen, dieren, vogels, vissen. 'Er zijn hemelse en aardse wezens; en de schoonheid van de hemelse is anders dan die van de aardse. Zon, maan en sterren hebben een verschillende helderheid; en ook de sterren onderling verschillen in lichtsterkte. Zo is het ook bij het levend worden van de doden. Het lichaam dat in de aarde wordt gelegd, zal vergaan. Maar het lichaam dat levend wordt gemaakt, kan niet vergaan' (vv.40-42, HB).
 
Hij gaat verder: 'Zo zal het ook zijn als we opstaan uit de dood.
 
Nu hebben we een lichaam dat sterfelijk en zwak is, en weinig voorstelt. Dat is het lichaam dat sterft. Maar als we opstaan uit de dood, zullen we een ander lichaam hebben, een lichaam dat onsterfelijk, krachtig en schitterend is. Ons aardse lichaam sterft. Maar we zullen met een nieuw lichaam opstaan uit de dood. Dat lichaam is een hemels lichaam' (vv.42-44, BGT).
 
Het lichaam na de opstanding en het geestelijke of hemelse lichaam zijn van dezelfde materie, maar die materie is getransformeerd. Bij de opstanding wordt geschapen ex vetere (vanuit iets ouds), niet ex nihilo (vanuit het niets). De plant komt voort uit het zaad. Ons huidige lichaam wordt niet vervangen door een nieuw lichaam, maar wordt getransformeerd tot een hemels lichaam.
 
Jezus was herkenbaar voor zijn volgelingen, zij het met enige hulp. Er was continuïteit en discontinuïteit in het lichaam na de opstanding; Jezus kon door muren heen lopen, maar at nog steeds vis. Wat er met Jezus gebeurd is, zal ook met jou gebeuren. Jij hebt een stoffelijk lichaam, net als Adam. Op een dag zul je, net als Jezus, de tweede Adam, een geestelijk lichaam hebben (vv.44-48): 'Zoals we nu de gestalte van de stoffelijke mens hebben, zo zullen we straks de gestalte van de hemelse mens hebben' (v.49).
 

Heer, dank U dat Jezus is gestorven, begraven en weer tot leven is gewekt en dat wij door uw macht net als Hij zullen worden opgewekt met een geestelijk lichaam.
 

3. Vertrouw erop dat God voor je vecht

Waar heb jij het moeilijk mee in je leven? Josafat had zijn eigen strijd. Hij had te maken met verschillende volken: de Moabieten, de Ammonieten en de Meünieten.
 
Onze vijanden zijn angst, ziekte, armoede, een slecht huwelijk, stress, moeilijke buren, onzekerheid, afwijzing en nog veel meer.
 
Toen hij vocht tegen de koning van Aram, 'schreeuwde [Josafat] het uit en de HEER kwam hem te hulp' (18:31). Hier zien we de zorg en almacht van God. God liet de koning van Israël ombrengen door een verdwaalde pijl, maar beschermde Josafat die God te hulp riep (vv.28-34).
 
Josafat spoorde zijn onderdanen aan om terug te keren tot de Heer (19:4). Hij stelde rechters aan. Hij gaf hun de opdracht om geen 'onrecht, partijdigheid of corruptie' te dulden (v.7). Wat zou het een enorm verschil maken in onze huidige wereld als dat gold voor alle rechters.
 
Maar ondanks dat Josafat de Heer volgde (hij 'deed wat goed is in de ogen van de HEER' (20:32)), kreeg hij toch te maken met strijd. Als je het moeilijk hebt in je leven, betekent dit niet dat je iets verkeerd hebt gedaan. Soms zijn de moeilijkheden in je leven niet het gevolg van iets wat je verkeerd doet, maar juist van iets wat je goed doet.
 
Er trok een groot leger tegen hem op (v.2). Josafat kondigde een vastendag af voor het hele land en organiseerde een heel grote gebedsbijeenkomst met regionale samenkomsten (vv.3-4).
 
Hij bad tot God. Hij erkende de macht van God: 'HEER, (...) u heerst over de koninkrijken van alle volken. In uw hand liggen macht en kracht besloten, niemand kan zich tegen u verzetten' (v.6).
 
Hij erkende: 'Wij zijn niet opgewassen tegen de grote legermacht die ons nu aanvalt. Wij weten niet wat we moeten doen, op u zijn onze ogen gevestigd' (v.12).
 
God antwoordde met de woorden van een profeet. 'Hij werd ter plekke gegrepen door de geest van de HEER' (v.14b).
 
Hij zei: 'Jullie hoeven niet bang te zijn voor de grote legermacht die jullie bedreigt, want dit is niet jullie strijd, maar die van God' (v.15). 'Jullie hoeven in deze strijd geen slag te leveren. Wacht rustig af, dan zullen jullie zien hoe de HEER (...) voor jullie de overwinning behaalt. Jullie hoeven nergens bang voor te zijn. Ga hun morgen tegemoet, de HEER staat jullie bij' (v.17).
 
Josafat aanbad de Heer (v.18, HB). '[Ze] zongen staande met luide stem de lof van de HEER, de God van Israël' (v.19). Hij zei tegen het volk: 'Vertrouw op de HEER, uw God, en u zult standhouden, vertrouw op zijn profeten en uw welslagen is verzekerd' (v.20c). Dit is een krachtige samenvatting van het hele boek Kronieken.
 
Ze begonnen de Heer te loven en zongen: 'Loof de HEER, eeuwig duurt zijn trouw' (v.21b). Lofprijzing is een wapen. Terwijl ze Gods lof zongen, redde de Heer hen van hun vijanden (v.22).
 

Heer, vandaag vertrouw ik mijn moeilijkheden en strijd aan U toe ... Dank U dat het uw moeilijkheden en strijd zijn. Ik weet niet wat ik moet doen, maar ik heb mijn ogen op U gevestigd.
 

Pippa's bijdrage

1 Korintiërs 15:42-44


'Zo zal het ook zijn wanneer de doden opstaan (...) in onvergankelijke vorm opgewekt (...) met schittering en kracht opgewekt (...) een geestelijk lichaam [wordt] opgewekt.'

Spannend! Iets om naar uit te kijken!

 

Vers van de dag
2 Kronieken 20:15

'Jullie hoeven niet bang te zijn (...), want dit is niet jullie strijd, maar die van God.
Forward
Share
Tweet
Share
+1
Copyright © 2018 Alpha Nederland, All rights reserved.



Afzender: Alpha Nederland - BiOY@alphanederland.org
Je ontvangt dagelijks deze mail met een vertaling van Bible in One Year 2017.