Nieuwsbrief 2014-04
 

Alternatief nettolijfrente door pensioenfonds


In een brief van 28 maart 2014 heeft het kabinet in grove lijnen aangegeven hoe de nettolijfrente in de tweede pijler er uit komt te zien. Dit is van belang voor 1,5% van de Nederlandse beroepsbevolking; zij hebben een salaris boven € 100.000.

Het kabinet staat het volgende voor:

  • Nettolijfrente mag in de tweede pijler worden uitgevoerd door pensioenfondsen, verzekeraars en premiepensioeninstellingen.
  • De Pensioenwet en (het keuringsverbod van) de Wet Medische Keuringen zijn van toepassing.
  • Deelname aan de regeling geschiedt op basis van vrijwilligheid door de deelnemer.
  • De werkgever dient op grond van bestaande regels in de Pensioenwet tenminste 10% van de jaarlijkse premie in de regeling bij het pensioenfonds te storten. Indien een werkgever enige vorm van compensatie betaalt, lijkt hiermee automatisch te worden voldaan aan deze voorwaarde.
  • Op afkoop komt een sanctie te staan waarbij de gedachten van het kabinet uitgaan naar een forfaitaire heffing van (vermoedelijk) 1,2% over de helft van de waarde van het gespaarde kapitaal vermenigvuldigd met het aantal jaren dat gespaard is (met een niet nader toegelicht maximum van 10).
  • Er komt binnen het pensioenfonds geen mogelijkheid tot ringfencing (scheiding) van het brutopensioen en de nettolijfente. De volgende maatregelen voor pensioenfondsen moeten kruissubsidiëring tussen (bruto)pensioen en nettolijfrente tegengaan:
    • Er mag alleen sprake zijn van een nettolijfrente op basis van een (beschikbare) premieovereenkomst zonder rendementsgarantie. Zodoende wordt kruissubsidiëring op het gebied van rendement en langleven in de opbouwfase voorkomen. In de uitkeringsfase kan dit niet voorkomen worden.
    • Voor het overlijdensrisico (nettonabestaandenlijfrente) en premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid blijft ook in de opbouwfase van de nettolijfrente een risico op kruissubsidiëring bestaan en denkt het kabinet aan verplichte herverzekering waardoor tekorten in de nettolijfrente door middel van een verzekering worden gedekt.
    • Er komen wettelijke regels voor de aparte administraties van brutopensioen en nettolijfrente.
    • Er komen wettelijke regels voor expliciete kostentoerekening aan bruto- en nettoregelingen.

Commentaar KWPS over nettolijfrente
Wij plaatsten vraagtekens bij de houdbaarheid van de faciliteit van de nettolijfrente in de tweede pijler. Allereerst zullen de kosten van uitvoering van de nettolijfrente drukken op de kostprijs en aantrekkelijkheid van nettolijfrente. Er lijkt behoorlijk wat schaalgrootte nodig. Ten tweede merken wij op dat fiscaal gefaciliteerde voorgangers als levensloop, prepensioen, VUT, stamrechten en spaarloon niet langer bestaan. De kans is reëel dat de nettolijfrente in tweede én derde pijler door een van de volgende kabinetten wordt afgeschaft.

Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met Jan-Olivier Kuijkhoven.


KWPS | Pensions | Employee Benefits | Tax | Financial Planning

World Trade Center | Tower D, Level 6

Strawinskylaan 679 | 1077 XX Amsterdam

T + 31 20 589 1818
E info@kwps.nl
W www.kwps.nl
KWPS_pensioen

 


KWPS kan informeren en adviseren over de in deze nieuwsbrief gesignaleerde actualiteiten. Benader uw vaste contactpersoon bij KWPS of mail naar info@kwps.nl. Deze nieuwsbrief is met uiterste zorg samengesteld, doch geeft geen volledig beeld van de genoemde problematiek. Alle handelingen die naar aanleiding van deze nieuwsbrief worden ondernomen zijn voor eigen rekening en risico. KWPS is gevestigd te Amsterdam en geregistreerd bij de Kamer van Koophandel onder nummer 34248760.





 
Email Marketing Powered by Mailchimp